Bodybuilders verdrijven rommelmarkt

De Amsterdamse Looier, de eerste overdekte antiekbeurs, gaat dicht. De bedrijfsruimte verkopen aan een sportschool levert meer op, gelet op de hoge vastgoedprijzen. Bep Smit, de oudste standhouder, gaat ,,achter de geraniums.''

Het is een begrip in Amsterdam en omgeving: de rommelmarkt aan de Looiersgracht. Volgende week zondag gaat die dicht. De markt, midden in de Amsterdamse Jordaan, levert onvoldoende op. De inkomsten blijven ver achter bij de vlucht die de prijs van het vastgoed in het Amsterdamse centrum heeft genomen. Waar een driekamerappartement in de Jordaan al gauw drie ton kost, is de achthonderd vierkante meter bedrijfsruimte van de rommelmarkt een vermogen waard. De eigenaar besloot te cashen en heeft de zaak voor 1,3 miljoen euro verkocht aan de sportschool van één deur verderop. De handelaren moeten wijken voor bodybuilders en steppers.

De Looier werd 28 jaar geleden geopend, als de eerste overdekte antiekbeurs van Nederland. Het concept was komen overwaaien uit Engeland. ,,Er was in die tijd een enorme vraag naar antiek'', herinnert Gerrie Bezuijen zich, standhouder van het eerste uur en tegenwoordig bedrijfsleider van de markt. ,,Je ging met een busje naar Engeland, laadde die vol met oude spullen en verkocht alles hier tegen tien keer de prijs.''

De antiekmarkt werd een groot succes, met alleen in Amsterdam al vijf navolgers binnen twee jaar. Eens per maand organiseerde De Looier een vrijmarkt waarop particulieren hun oude spullen konden verkopen. Dat luidde een rage in waar zelfs de V&D; op inspeelde, door de formule op zaterdagen na te bootsen.

Begin jaren tachtig verhuisde de antiekmarkt naar de Elandsgracht. Op de Looiersgracht werd de rommelmarkt gevestigd die er nu ook nog zit. ,,Het is hier nu misschien een troep, maar destijds was het hier pas echt een bende'', zegt Bezuijen over die periode. De markt was laagdrempelig van opzet, een stand voor een dag was zowat gratis. Ook nu hoeft er maar 3 euro voor te worden betaald.

Het aanbod aan rommel wijkt niet sterk af van dat op de gemiddelde Koninginnedag. De tafels bezwijken welhaast onder het gewicht van de boeken platen, glazen, vazen, beeldjes en andere prullaria. ,,Toch is dit de enige plaats in Amsterdam waar je euro nog een tientje waard is,'' zegt Johan, met zijn 49 jaar de jongste standhouder. Hij vertelt dat hij een keer bij een ander een vaasje gekocht dat later op een veiling 80 gulden waard bleek.

Johan is één van de ongeveer 30 vaste standhouders die elke dag op de Looiersgracht staan. Ze verwerven hun handelswaar onder andere door spullen van elkaar op te kopen, in de hoop die weer met winst te slijten. Maar eigenlijk speelt het geld een ondergeschikte rol, het gaat om de gezelligheid. ,,Je eet je broodje hier, je drinkt je koffie en je maakt een praatje'', zegt Bep Smit, met 88 jaar de oudste standhouder. Ze staat al elf jaar op de markt: ,,Anders zit je maar thuis.''

Bep is de aanvoerder van de ,,oma-maffia'', zoals Bezuijen de groep van oudere vrouwen noemt die de markt bevolken. Ze zijn weduwe en willen in beweging blijven, verklaart Tine Kanninga (70) hun aanwezigheid. Tine verwacht niet dat de standhouders elkaar nog vaak zullen zien als de markt eenmaal gesloten is. ,,De een woont in Oost, de ander in Diemen en de volgende in Purmerend.'' Zelf heeft ze plannen om straks in het weekend spullen verkopen op de antiekbeurs aan de Elandsgracht. Bep begint daar niet meer aan: ,,Ik ga achter de geraniums zitten.

Inmiddels is de grote uitverkoop begonnen. Een kraamhouder doet al zijn spullen weg voor 2 euro per stuk. ,,Concurrentievervalsing'', vindt Bep. Ook de inventaris van de markt staat te koop. De stoelen uit het café moeten een tientje opbrengen. De espressomachine is al verkocht.

Over elf dagen valt het doek. Er is die dag een afscheidsborrel, kondigt Bezuijen aan. ,,Dan krijgen alle standhouders een geranium van me.''