Zwijg, kijk, zie en begrijp op Fiji

1991. Ik werk voor UNDP (United Nations Development Programme) op West Samoa. Mijn vriend werkt voor de University of the South Pacific op Fiji. Ik moet twee weken in New York zijn en plan mijn reis zo, dat ik op de heenreis een avond bij hem kan zijn. We hebben elkaar al twee maanden niet gezien en we verheugen ons op het weerzien.

Begin goed, al goed - zegt men. Nu, deze lange reis begint met twee uur vertraging op de eerste vlucht, de vlucht van Apia (West Samoa) naar Nandi International Airport (Fiji). Ondanks de vertraging zijn we op tijd voor de lokale vlucht naar Suva, waar mijn vriend me om zeven uur 's avonds zal komen afhalen.

Het is een klein vliegtuigje, een ATR 42. Als alle 42 passagiers hun stoel gevonden hebben zegt de piloot over de intercom: `Please evacuate the aircraft'. Het valt me op dat hij deze mededeling niet herhaalt. Ik zit helemaal achterin en de achterdeur is niet open. Het doet me denken aan de keer dat ik met mijn moeder in een trein zat, in Nederland, en er vlammen uitsloegen vanachter de deur met `Dienst'. Ik was toen echt paniekerig. ,,Hoe kon jij zo rustig zijn?'' vroeg ik haar later. ,,Ach meisje, als het je tijd niet is, dan zul je niet dood gaan. En als het je tijd wel is, dan is er geen ontkomen aan'', zei ze.

Ik herinner me hoe iedereen toen haastig zijn weekendtas pakte en hoe dat de evacuatie van de treincoupé vertraagde. ,,Leave your bags!'' schreeuw ik nu. ,,Don't panick!'' schreeuwt iemand anders.

Ik sta als laatste op. Halverwege zit er nog een man in zijn stoel. ,,After you, Sir'', zeg ik beleefd en ik zie de expressie in zijn gezicht veranderen van doodsangst in dankbaarheid. Ik stap op de trap naar buiten en zie dat het vliegtuigje omringd is met brandweerauto's. Ze hebben hun spuiten gericht op ons. Een motor is oververhit. We kunnen elk moment in brand vliegen. Een van de passagiers staat klaar met zijn camera.

Ik probeer, zonder succes, mijn vriend te bellen. ,,Don't worry'', zegt het meisje van de Informatie. ,,Iedereen in Suva is op de hoogte.''

Er wordt ander vervoer geregeld: veertien witte taxi's. De kustweg tussen Nandi en Suva is een mooie tweebaansweg, met hier en daar wat slechtere stukken. Overdag kun je er honderd, honderdtwintig rijden, en duurt de reis een uur of drie. Maar 's nachts is dat levensgevaarlijk, vanwege de loslopende paarden.

Ik krijg een plaatsje voorin. Achter me zit een `nieuw' echtpaar uit Nieuw Zeeland. Ze zijn hier voor het eerst. Hij heeft een werkcontract getekend voor drie jaar. Hij zegt niet veel, maar zij praat honderduit. Onze taxi rijdt naar het centrum van Nandi.

,,We wachten hier even op de anderen'', zegt de chauffeur. ,,Ik ga even een colaatje kopen, ik ben zo terug.'' De dame achter me bruist: ,,Waarom moeten we wachten op de anderen? Dit is toch onze taxi?''

,,Let's wait and see'', sus ik. ,,Wat een raar land'',sputtert de vrouw.

Niet veel later, als we in colonne de donkere nacht in rijden, begrijp ik al gauw waarom de taxi's samen rijden. Ze rijden hard, veel te hard en vertrouwen volledig op de voorste taxi. Hij leidt, de anderen volgen. Zo nu en dan wordt er hard geremd. Meestal weet ik niet waarom, maar soms zie ik in een flits een of meerdere paarden. Dan worden de gaspedalen weer ingetrapt. Na een minuut of tien, vijftien, houdt de voorste taxi in en neemt de volgende zijn plaats over. De `kop' heeft nu verse, frisse ogen en diegene die `kop' was zakt terug naar het einde van de rij.

Als het onze beurt is om aan kop te rijden stokt het gesprek dat ik met de chauffeur voerde. Het zweet breekt me uit. Het is een warme nacht, de verwarming staat vol aan en kan niet uit. Mijn benen verbranden haast. ,,We hadden nu allang in Suva kunnen zijn, als we niet op de anderen gewacht hadden'', zegt de mevrouw achterin boos. ,,Ik snap niet waar dat voor nodig was!''

Zwijg mens, denk ik bij mezelf. Leid de chauffeur niet af! Zwijg, kijk, zie en begrijp. Ik krijg medelijden met Fiji. Zo'n nieuwe inwoonster is geen aanwinst voor deze eilanden.

Precies drie uur nadat we uit Nandi vertrokken, komen we in Suva aan. We worden afgezet bij een hotel. Het is nu elf uur. Ik bel mijn vriend. ,,Hier wist niemand waarom jullie vlucht niet aangekomen was. Na uren wachten, ben ik uiteindelijk maar naar bed gegaan'', zegt hij slaapdronken. ,,Kun je een taxi nemen?'' ,,Geen probleem'', zeg ik. De veertien taxi's die ons hier gebracht hebben, staan nog buiten. De chauffeurs zitten onder een boom wat te praten. Tot mijn verbazing wil niemand me naar mijn vriend rijden. Gepikeerd loop ik naar binnen en doe mijn beklag. ,,Dat zijn Nandi-taxi's'', zegt het meisje vriendelijk. ,,Ze zouden dat adres nooit kunnen vinden op dit uur van de dag. Hier, draai dit nummer voor een Suva-taxi.''

Nu is het mijn beurt om me te schamen.

Een uur later drink ik thee met mijn vriend en dan gaan we naar bed. Niks lekker uit eten samen. Morgen moet ik terug naar Nandi om mijn reis naar New York te hervatten. Het vliegtuigje staat nog in Nandi af te koelen. De bus vertrekt om tien uur en zal er zes uur over doen.