Utrecht laagste werkloosheid in EU

De regio Utrecht heeft van alle regio's in de Europese Unie de laagste werkloosheid met slechts 1,2 procent van de beroepsbevolking. De hoogste werkloosheid kent het Franse overzeese gebiedsdeel Réunion, 33,3 procent. Ook Zuid-Italië doet het slecht met een werkloosheid van 24,8 procent in Calabrië. Dat blijkt uit gisteren gepubliceerde gegevens over 2001 van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Commissie.

Van zeven EU-regio's met de laagste werkloosheid zijn er vier Nederlands. Naast Utrecht gaat het om Flevoland (1,9 procent), Noord-Brabant (2,0 procent) en Noord-Holland (2,0 procent).

In de kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa is het werkloosheidsprobleem veel ernstiger dan in de EU. In niet minder dan 40 procent van de regio's is de werkloosheid meer dan twee keer zo hoog als het EU-gemiddelde van 7,6 procent. Van de 53 regio's hebben er slechts drie (twee in Hongarije en een in Tsjechië) een werkloosheid die minder dan de helft van het EU-gemiddelde is.

Utrecht heeft ook de laagste jeugdwerkloosheid met 2,1 procent, het Italiaanse Campania de hoogste met 59,9 procent. In meer dan 75 procent van de EU-regio's was de werkloosheid onder vrouwen hoger dan die onder mannen. In kandidaat-lidstaten gold dit voor 55 procent van de regio's.

Oorzaak van het geringe aantal werklozen in de regio Utrecht is deels te danken aan het succes van de stad Utrecht.

Volgens een woordvoerster van de gemeente heeft de grote groei van de landelijke werkgelegenheid in de zakelijke diensten (27,5 procent van de werkgelegenheid in Utrecht) en de financiële diensten (8,2 procent) ook Utrecht veel werkgelegenheid bezorgd. Gezondheidszorg (13,7 procent) en handel (12,4 procent) zijn eveneens grote markten in Utrecht. De stad is met de Jaarbeurs marktleider op het gebied van de eendaagse congressen in Nederland. Mede door de ligging als verkeersknooppunt heeft Utrecht een goed economisch klimaat. De Utrechtse werkgelegenheid is tussen 1990 en 2000 met 31 procent toegenomen, tegen 23 procent landelijk, aldus een woordvoerster.