Topruiters helpen jeugd aan succes

Royaal oogstten afgelopen weken jonge Nederlandse ruiters op internationale wedstrijden medailles. Een logisch gevolg van het hippische jongerenbeleid.

Wanneer je in hippisch Nederland als jong talent wordt gekwalificeerd dan behoor je tot de wereldtop. Dit is een conclusie die na het afgelopen weekeinde getrokken kan worden, want op de diverse Europese kampioenschappen voor ponyruiters, junioren tot 18 jaar en young riders van 16 tot 22 jaar, werden in diverse disciplines maar liefst zes medailles behaald.

Ad Wagemakers is binnen de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) werkzaam als topsportcoördinator en hij heeft een duidelijke verklaring voor de opmars van de jeugd op het internationale platform. ,,In Nederland kennen wij een aantal competities speciaal voor de jeugd, die zich op een niveau afspelen dat gelijk staat aan het gevraagde op internationale kampioenschappen'', zegt Wagemakers. Die wedstrijden worden op de belangrijkste nationale concoursen verreden, terwijl daarnaast internationale concoursen ook steeds vaker genegen zijn om jeugdrubrieken in te passen in het programma. ,,Daarmee bereik je dat de jeugd dan al in een bij topsport passende ambiance moet presteren'', aldus Wagemakers. Op deze wedstrijden, maar ook op centrale trainingen zijn in de praktijk gelouterde bondscoaches aanwezig die de combinaties begeleiden om de top te bereiken. Dat proces is vijftien jaar geleden begonnen en werpt nu zijn vruchten af. ,,Wedstrijden om de Intervet Cup voor het springen, de Intervet Trophy voor dressuur en de Roelofsen reeks voor ponyruiters helpen de bondscoaches om te kunnen selecteren, ik ben dan ook blij dat wij over bondscoaches beschikken die zelf een schat aan ervaring meedragen. Die ervaring in de wedstrijdring heb je nodig om kennis op een wijze uit te dragen die aanslaat. Daardoor is er dan ook een basis van vertrouwen tussen privétrainers en bondscoaches'', aldus de coördinator topsport.

Ook binnen de basiswedstrijdsport worden wedstrijden uitgeschreven waarin de winnaars zich kwalificeren voor een plaatsje in het talentenplan van de sportfederatie. Een grote groep topruiters, onder aanvoering van Anky van Grunsven en Piet Raymakers, trekt door het land om deze winnaars te trainen en in ogenschouw te nemen. De tien besten, vijf voor de discipline dressuur en vijf voor het springen, komen in het talententeam en worden individueel begeleid. Dat gebeurt niet alleen op het gebied van de rijkunst, maar ook op het mentale vlak. ,,Wij hebben in een zeer vroeg stadium de jeugd serieus genomen en hebben dankzij sponsoren met relatief bescheiden bedragen in competities kunnen investeren. Dat, gekoppeld aan ouders die in paarden hebben geïnvesteerd, levert nu mede deze successen op'', aldus Wagemakers.

Dat de KNHS op deze structurele wijze een basis legt voor topprestaties op internationale kampioenschappen is af te leiden van prestaties die springruiter Gert Jan Bruggink (21) en de dressuuramazones Imke Schellekens-Bartels (25) en Marlies van Baalen (22) leveren. Alle drie talenten zijn nog volop in de race voor een startbewijs op de wereldkampioenschappen van volgende maand in het Spaanse Jerez.