Omgangsrecht

,,Als er iets is waaraan je kunt zien dat de Kinderbescherming niet naar behoren werkt,'' schrijft Beatrijs Ritsema in deze krant van 17 juli, ,,dan is het wel het gesol met Rochelle''.

En als er iets is, voeg ik eraan toe, waarbij je in veelvoud kunt zien dat de Kinderbescherming niet goed werkt, dan is het wel het gesol met het omgangsrecht van kinderen na echtscheiding. Het grote aantal kinderen dat hun gescheiden ouders niet meer ziet, is onaanvaardbaar.

De wet is duidelijk: omgang na scheiding met beide ouders moet. Kinderen en ouders, en trouwens ook grootouders, hebben na scheiding recht op continuering van hun relatie. Dit recht is neergelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Maar bij de handhaving van wet en verdrag schort er nogal wat.

De rechter beslist vrijwel altijd hetgeen de Kinderbescherming adviseert, zodat er eigenlijk helemaal geen rapport nodig is (en eigenlijk ook geen rechter).

Ik kies ervoor dat de rechter onmiddellijk beslist. Als we het slecht vinden dat een kind van een ouder wordt beroofd, moeten we niet gaan psychologiseren en rapporten schrijven, maar een nieuw automatisme van rechtswege laten gelden: de andere ouder krijgt het gezag, uiteraard met een royaal omgangsrecht van de ouder zonder gezag.

Ondanks de goede bedoelingen van een aantal kinderbeschermers, verlengen de huidige rapport-fabrieken lees: bureaucratie de strijd van de ouders en het leed van de kinderen.

Rapporten honoreren bovendien het onrecht gepleegd door de omgangsfrustrerende ouder en honorering van gedrag stimuleert dat gedrag. Beatrijs Ritsema ,,kan er wel inkomen dat een moeder meer krediet krijgt dan vader'', maar zulk krediet laat wel verscheurde kinderen, verbitterde moeders en verloren vaders achter.