Montenegro: nieuwe coalitie zet klok terug

In Montenegro is een zeer repressieve perswet aangenomen, door de nieuwe, anti-hervormingsgezinde meerderheid in het parlement. De EU schrikt ervan, maar zij heeft zelf schuld aan deze ontwikkeling.

In Servië woedt tussen de Joegoslavische president Vojislav Koštunica en de Servische premier Zoran Djindjic een machtsstrijd die zich zowel in zijn verbale expressie als met de gehanteerde methoden begint te onttrekken aan de grenzen van het politieke fatsoen. In de andere Joegoslavische republiek, Montenegro, gaat het al niet anders. Daar heeft het zogenoemde `maart-akkoord' met Servië voor een even curieuze als rampzalige ontwikkeling gezorgd: de oppositie is aan de macht gekomen.

In maart moest Montenegro onder zeer zware druk van de Europese Unie instemmen met een akkoord met Servië. Het voorziet in het opheffen van de Joegoslavische federatie en de vorming van een losse unie tussen Servië en Montenegro. Na drie jaar mogen de Montenegrijnen alsnog stemmen over onafhankelijkheid. Met het mes van de EU op de keel moest de Montenegrijnse president Milo Djukanovic – vlaggendrager van het Montenegrijnse streven naar onafhankelijkheid – op 14 maart zijn handtekening onder het akkoord zetten.

In Montenegro brak prompt de hel los. De liberale partij LSCG – radicaal vóór onafhankelijkheid – trok uit woede over Djukanovic' ,,verraad'' haar steun aan diens regering in. Die viel prompt en een nieuwe kon niet worden gevormd. In oktober moeten de Montenegrijnen naar de stembus.

Tot dan regeert de oppositie, want de intens beledigde liberalen hebben zich in het parlement aangesloten bij de coalitie die tot voor kort hun bitterste vijand was: de coalitie Samen voor Joegoslavië, die wordt geleid door de Socialistische Volkspartij (SNP), de partij die jarenlang door dik en dun Slobodan Miloševic heeft gesteund en waarvan het woordgebruik en de idealen nog altijd en denken aan het socialisme van vroeger. Samen voor Joegoslavië is pro-Servisch en fel tegen de onafhankelijkheid van Montenegro. Wat de liberalen in die hoek zoeken is een raadsel – hun enige doel lijkt de val van `de verrader' Djukanovic – maar de uitwerking van de nieuwe alliantie is belangrijk, want dankzij de liberalen heeft Samen voor Joegoslavië een meerderheid van één stem in het parlement.

Eerste resultaat is de nieuwe perswet. Die wet legt de media strikte regels op: hij bepaalt wie door een krant kan worden geïnterviewd, hoe lang artikelen mogen zijn en wat voor commentaren mogen worden gepubliceerd. De wet stelt bovendien vast hoeveel artikelen, interviews, reportages en commentaren elke krant mag publiceren over welke politieke partij en geeft journalisten de ,,aanbeveling'' om zich met partijfunctionarissen te verstaan over de inhoud van artikelen, dit op straffe van boete van minimaal 2.500 tot maximaal 15.000 euro – forse bedragen in Montenegro. Radio en televisie staakten in Montenegro een half uur, uit protest. Zelfs de Servische journalistenbond protesteerde.

Ook de internationale gemeenschap is zich een ongeluk geschrokken: in Montenegro gaat de politiek weer bepalen wat de kranten mogen of zelfs moeten schrijven. De Raad van Europa, de OVSE, de Europese Unie – alle instanties trokken van leer tegen de ,,onacceptabele'' en ,,extreem repressieve'' perswet – dit tot woede van de coalitie Samen voor Joegoslavië. De Europese Unie stuurde vorige week een trojka van ambassadeurs naar Podgorica, al bleek die trojka zich vreemd genoeg eerder zorgen te maken over de impasse in het Montenegrijnse parlement – die de uitvoering van het maart-akkoord in de weg zou kunnen staan – dan om de afkalvende democratie en de teloorgegane persvrijheid.

Nu schiet het inderdaad niet op met dat maart-akkoord. Eind juli had er overeenstemming moeten zijn over de principes van de nieuwe grondwet voor de nieuwe unie tussen Servië en Montenegro moeten zijn; eind dit jaar zou de nieuwe unie er dan moeten zijn. Dat lukt echter allemaal niet en zonder EU-bemiddeling zàl het ook niet lukken.

Het maart-akkoord was vaag en de Serviërs en de Montenegrijnen hebben radicaal verschillende voorstellingen over hun gezamenlijke toekomst. De polarisatie in Montenegro maakt de zaken er niet eenvoudiger op. Het vocabulaire geeft de nieuwe werkelijkheden op eigen wijze weer. Gisteren werd gemeld dat ,,het Montenegrijnse deel van de Montenegrijnse delegatie'' nieuwe voorstellen had gedaan. Bedoeld werd: het onafhankelijkheids-gezinde deel van de delegatie, de vleugel-Djukanovic – dit in tegenstelling tot het pro-Servische deel van die delegatie, die Djukanovic tegenwoordig wel ,,Meneer Hoofd van het Regime'' noemt.

De internationale ongerustheid over wat de coalitie Samen voor Joegoslavië in Podgorica doet en gaat doen is begrijpelijk. Maar het is wel de EU zelf die verantwoordelijk was voor deze ontwikkeling: zij drong de Montenegrijnen het maart-akkoord op. Dat was een zware klap voor de pro-Europese, hervormingsgezinde Montenegrijnen en een prachtig cadeau voor de anti-Europese, ondemocratische leiders van Samen voor Joegoslavië. De EU oogst nu wat ze zelf zaaide. Ze wilde de geest van het Montenegrijnse streven naar onafhankelijkheid in de fles terugduwen, maar liet een andere geest de fles uit: die van een socialisme dat riekt naar Miloševic en repressie.

Wat de Montenegrijnse kiezer in oktober gaat doen is nog verre van zeker, maar de tekenen staan niet ongunstig voor de benarde president Milo Djukanovic en zijn Democratische Partij van Socialisten (DPS): de DPS zou nu 27,7 procent van de stemmen krijgen. De Socialistische Volkspartij (sterkste kracht in Samen voor Joegoslavië) komt op 15,9 procent en de overgelopen liberalen staan op 5,9 procent. Djukanovic zelf is met 34,5 procent veruit het populairst. Voor onafhankelijkheid zou vandaag 27,5 procent van de Montenegrijnen stemmen, tegen onafhankelijkheid 29 procent.