Hulp voor Gerhard Schröder

Helmut Schmidt was kanselier van de Bondsrepubliek van 1974 tot 1982. Hij maakte voordien naam als minister van Defensie en als minister van Financiën en daarvoor in zijn geboortestad Hamburg als besluitvaardig wethouder. Zijn bijnamen: Der Macher en wegens zijn soms knalharde discussiëren Schmidt Schnauze. Intellectueel stak hij vaak royaal uit boven zijn omgeving. Dat vond hij zelf ook, wat doorgaans niet verborgen bleef. De termen staatsman en wereldeconoom liet hij zich zeker welgevallen, een grap wil dat hij het de ooievaar nooit heeft vergeven dat deze hem boven Hamburg had laten vallen en niet boven Washington.

Engels sprak en spreekt de Pruisisch-gedisciplineerde SPD'er Schmidt beter dan de meeste Duitsers, beter dan zijn eentalige opvolger Helmut Kohl (1982-'98) bijvoorbeeld, maar minder dan zijn flamboyante voorganger en partijgenoot Willy Brandt (1969-'74). Daar staat tegenover dat hij Brandt als kanselier met drie jaar klopte maar slechts de helft van de jaren maakte van de in zijn ogen middelmatige Kohl. Dat laatste, de middelmatigheid van die provinciale CDU-man uit Ludwigshafen-Oggersheim (Rijnland-Palts) die het in 1989/'90 nota bene tot Duits eenheidskanselier bracht, heeft Schmidt nooit onder stoelen of banken gestoken. Integendeel, kort na zijn aftreden werd hij mede-uitgever van het ietwat plechtstatige weekblad Die Zeit, wat hem de gelegenheid gaf vele jaren met een treurige regelmaat de staf te breken over het kanselierswerk van Kohl. Die treurigheid zat hem overigens niet in de kwaliteit van Schmidts standpunten en analyses maar in het feit dat een oud-kanselier zelfs vijftien jaar na zijn eigen aftreden nog kritische recensies over de daden van zijn opvolger bleef schrijven. Ook niet-Duitse politici die Schmidt gekend hadden, Amerikanen vaak, kregen er van hem in Die Zeit trouwens geregeld van langs.

Want de Europeaan Schmidt was en is, hoewel zeker geen anti-Atlanticus, vaak kritisch over de politiek van de VS, ook in zijn tijd als kanselier toen hij nogal eens als informeel woordvoerder van Europa optrad. Zeg wanneer de dollar te hard of te zacht was of als de betrekkingen tussen Washington en Moskou te ijzig of juist te vriendelijk dreigden te raken. Wat dat aangaat is de nu weer opbloeiende ambivalentie tussen Europa en de VS van alle tijden. Het was bijvoorbeeld kanselier Schmidt die zich eind 1977 in zijn roemruchte Alistair Buchan Memorial-rede, min of meer namens West-Europa, bezorgd toonde over de gevolgen voor Europa van een mogelijk Amerikaans-Sovjetverdrag over beperking van strategische kernwapens (Salt II). Want dat zou in de ,,grijze zone'' onder het niveau van zulke wapens schadelijk kunnen zijn voor de ,,Eurostrategische balans'', en daarmee slecht voor de veiligheid van West-Europa, waarschuwde hij. Zo werd Schmidt met zijn Europese kritische stem jegens de VS een van de vaders van het zogenoemde dubbelbesluit dat de NAVO eind 1979 nam (er zullen in West-Europa kruisraketten en Pershings II voor de middellange afstand worden geplaatst indien de Sovjet-Unie blijft doorgaan zulke wapens als de SS-20 te stationeren). Middelbare en oudere lezers herinneren zich nog het woedende jarenlange kruisrakettendebat dat volgde, waarin Nederland 1984/'85 nog met een soortement eigen dubbelbesluit verraste en waarachter uiteindelijk president Reagan en Sovjet-leider Gorbatsjov een punt zouden zetten met hun 0-0-akkoord over die wapens.

Om zijn hierboven beknopt geschetste loopbaan is een paginagroot artikel van de oude heer Schmidt in het jongste nummer van Die Zeit (1 augustus) over de alom besproken spanningen en meningsverschillen tussen Europa en het Amerika van president Bush junior bijna per definitie interessant. Nu, dat stuk valt inderdaad stevig uit, Schmidt mag zich tot de koplopers der Europese critici van Washington rekenen. Hij acht de nationalistisch-egocentrische invloed van imperialistisch georiënteerde Amerikaanse intellectuelen op de politiek van hun land groter dan ooit sinds 1945. De kop boven zijn stuk is al veelzeggend: Europa heeft geen toeziend voogd nodig. De Europese leiders moeten niet zo zonder zelfrespect op het unilateralisme van Washington reageren, maar op dit stuk een voorbeeld nemen aan Rusland en China. Dat Amerikaanse unilateralisme moeten de Europeanen nu maar als een feit zien, wellicht zelfs voor decennia, maar zij moeten zich niet tot instrument van een Amerikaanse wereldpolitie laten maken en zeker niet meedoen aan een oorlog met onvoorspelbare gevolgen tegen Irak of andere islamitische staten, waarschuwt Schmidt. Volgens hem zal het nog lang duren voor de Europese Unie een eigen buitenlands beleid kan voeren.

Wie denkt dat de oud-kanselier daarop een oproep aan de EU-landen laat volgen om meer aan hun (gemeenschappelijke) defensie te doen, vergist zich. Nee, de EU-landen moeten zich geen verhoging van de defensie-uitgaven laten aanpraten, want hun voornaamste taak ligt op hun eigen continent. Namelijk: bestrijding van de zelf veroorzaakte werkloosheid door structuurverandering, research en technologische ontwikkeling. Andere taken: de integratie van minderheden en de institutionele vernieuwing van de EU, die al tien jaar stilstaat hoewel zij onmisbaar is bij de aanstaande uitbreiding van de Unie.

De naam Schröder valt niet, zeven weken voor de Bondsdagverkiezingen. Maar hij mag zich wél aangesproken voelen. Ook door Schmidts slot: ,,De politieke leiding van de EU, die van 1974 tot 1989 door Frankrijk en Duitsland met groot succes uitgeoefend is en die het integratieproces stapsgewijs vooruit bracht, heeft vernieuwing nodig. De voltooiing van de Europese Unie is nog ver weg misschien hebben we daarvoor nog eens vijftig jaar nodig. Intussen moeten we ons niet door Amerika laten bevoogden.''

In Washington zal men van zo'n stuk van Schmidt niet opkijken, al gaat diens uitdrukkelijke advies om de defensie-uitgaven niet te verhogen en als Europeanen vooral `naar binnen' te kijken behoorlijk ver en al zegt zijn toon misschien wat over de snelheid waarmee de Atlantische kloof groeit. Maar Schröder, die net als zijn Beierse uitdager Stoiber niet zo heel veel met de EU heeft en die een paar jaar geleden nog openlijk tegen de invoering van de euro was, zal er als campagnevoerder niet blij van worden. Maar hij zal denken: de campagne gaat over de werkloosheid en de economie, dat is al erg genoeg, helemaal niet over Europa en/of Amerika. Daar schrikken anderen dan weer van.