Hoe behandel je een kind van vier?

Rochelle Rikkers is vandaag overgebracht naar een kinderpsychiatrisch ziekenhuis in Barendrecht. Wat staat haar daar te wachten?

De oma van Rochelle Rikkers (4), het zusje van de vermoorde Rowena heeft haar kleindochter vandaag naar het kinderpsychiatrisch ziekenhuis RMPI in Barendrecht gebracht. Ze zal daar intern verblijven en ze mag eens in de twee weken een weekend naar opa en oma of andere familie. Hoelang de opname gaat duren is vooraf niet te zeggen.

Jeugdzorg in Rotterdam, die de voogdij heeft over het meisje, vindt dat het meisje ernstig getraumatiseerd is en intensieve zorg nodig heeft. Haar oma en opa zijn tegen de opname. Zij willen een dagbehandeling voor hun kleindochter, zodat ze 's nachts en in de weekeinden bij hen is. Ook de vader van Rochelle, Martin Huisman, vecht tegen de opname van zijn dochter. Verschillende deskundigen zijn het oneens over de zin van een opname van het meisje. Wat staat Rochelle te wachten in het RMPI?

In Nederland zijn verschillende kinderpsychiatrische behandelcentra waar kinderen intern kunnen worden opgenomen. In grote lijnen zijn die met elkaar vergelijkbaar. Roel Eijsberg, chef de clinique van het Academisch Centrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie Curium in Oegstgeest kan en wil niets over Rochelle Rikkers zeggen. Hij kent haar niet en over individuele kinderen wordt niet gesproken. Wel kan hij vertellen wat er met een kind bij Curium gebeurt.

Behalve crisisopvang, opvang voor autistische kinderen en dagbehandeling kent Curium algemene `units' waar kinderen als Rochelle terechtkomen. De kinderen, tot achttien jaar, verblijven in groepjes van negen en twee begeleiders in een soort woonhuis. Kinderen delen met z'n tweeën een slaapkamer en er is een woonkamer, ,,net als in een gewoon gezin''. Eijsberg: ,,Vroeger bleven kinderen vaak jaren.'' Nu wordt gestreefd naar een maximale opnameduur van twee à drie jaar. ,,Liefst korter.'' De meeste kinderen in Curium zijn zes jaar of ouder. Eijsberg: ,,Jongere kinderen zijn nog heel afhankelijk van de primaire band met hun verzorger. Voor deze kinderen is opname nóg ingrijpender.''

Ze eten samen, spelen samen, kijken samen tv en daarnaast volgen de kinderen een individueel dagprogramma. De meesten gaan gewoon naar school. Op het terrein van Curium staat een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Anderen gaan naar scholen in de omgeving, liefst de school waar ze voor de opname op zaten.

De rest van het dagprogramma bestaat uit verschillende therapieën. De nadruk ligt op non-verbale therapieën zoals psychomotorische, creatieve en muziektherapie. De psychomotorisch therapeut pakt verschillende ziektebeelden op een lichamelijk manier aan. Eijsberg: ,,Een kind met een angststoornis durft bijvoorbeeld geen trampoline te springen omdat het contact met de vloer wil houden. Een psychomotorisch therapeut kan helpen die angst te overwinnen en toch te springen. Voor kinderen met een incestverleden is het contact met anderen weer heel moeilijk, bijvoorbeeld het aanraken of laten aanraken. Kinderen met anorexia bewegen vaak juist weer te veel.''

Bij creatieve en muziektherapie kunnen kinderen ontdekken wat ze allemaal kunnen en hun mogelijkheden vergroten. Het biedt ook een mogelijkheid om allerlei gevoelens te uiten. De therapeuten kunnen uit de manier waarop een kind omgaat met het materiaal of het instrument opmaken waar de problemen liggen en daarop inspelen. Eijsberg: ,,Een gezond kind begint een tekening meestal met het hoofdonderwerp. Een angstig kind, dat geen grip heeft op de buitenwereld, begint bijvoorbeeld met een heel klein hoekje blauw.''

Naast de non-verbale therapieën krijgen de kinderen in Curium ook psychotherapie. De kinderpsychotherapeut praat niet alleen met de kinderen, maar gebruikt ook allerlei spelvormen. Hij kan het kind proberen te laten verwoorden wat het via het spel tot uitdrukking brengt. Eijsberg, zelf kinder- en jeugdpsychiater en kinderpsychotherapeut, geeft een voorbeeld uit zijn eigen ervaring. ,,Ik behandelde een depressieve jongen van elf jaar met diabetes. Hij bouwde telkens als hij bij mij kwam een tunnel van matrassen en daar kroop hij dan doorheen. Hij beelde eigenlijk zijn eigen wedergeboorte uit. Dat vertel je hem niet zo, maar je kan wel zeggen: `Goh, je komt heel anders uit de tunnel dan je erin ging'. Dat pikte hij op en we praatten over hoe hij zichzelf ziet als hij uit de tunnel komt. Zo werk je toe naar de acceptatie van zijn handicap.''

De kinderen in Curium krijgen ook gedragstherapie. ,,Er zijn verschillende vormen, een ervan is coping'', zegt Eijsberg. Kinderen, en trouwens ook volwassen, hebben vaak een beperkt reactierepertoire als er iets gebeurt dat hen niet zint. ,,Sommigen worden meteen boos, anderen beginnen te schreeuwen en weer anderen lopen weg.'' Bij coping (aanpassen) wordt geleerd dat je ook op een andere manier kunt reageren. En dat de reactie van de tegenpartij dan ook weer anders kan zijn dan je verwachtte.

Elke zes tot twaalf weken komen alle therapeuten van Curium bij elkaar om over een kind te spreken en een vervolgbehandelplan vast te stellen. ,,Regelmatige evalutie is belangrijk'', zegt Eijsberg, ,,want je wilt een kind absoluut niet langer houden dan noodzakelijk is. Verblijf in een kinderpsychiatrisch ziekenhuis is niet per se schadelijk, maar je moet je wel bewust zijn van de bijwerkingen.''