Fredje Frituur, de schrik der diskjockeys

Het Engelse popmuziektijdschrift Mojo bestaat nu bijna negen jaar. In de begintijd werd vaak meesmuilend geschreven over dit maandblad dat zich vooral richt op groepen en musici die hun glorie al achter de rug hebben. Maar aan het geklaag over het ouwelullen-karakter is in de loop der jaren een einde gekomen. Mojo is nu gewoon een goed en degelijk tijdschrift waarin het vooral gaat om het verleden van de popmuziek.

Daar komt bij dat Mojo vaak weet te verrassen. Het vorige nummer had bijvoorbeeld als thema filmmuziek met een prachtig gedetailleerd artikel over de totstandkoming van Superfly, de blaxploitation-film uit 1972 waarvoor Curtis Mayfield briljante muziek schreef. Bijgevoegd was een cd met 20 filmmuziekstukken, waaronder verrassingen als The Taking Of Pelham One Two Three van David Shire, dat klinkt als een op hol geslagen fanfare-orkest.

Het augustusnummer staat in het teken van Jamaica. Een van de artikelen laat zien dat de brassband van een strenge katholieke jongenskostschool een onuitputtelijke bron van ska-muzikanten was. Een artikel over Bob Marley gaat nader in op een tamelijk onbekend avontuur van de beroemdste reggaemuzikant met een Amerikaanse platenmaatschappij. Over Bob Marley gaat altijd het verhaal dat hij werd ontdekt en groot gemaakt door Chris Blackwell, de Engelse directeur van Island Records. Maar Marley blijkt al eerder in zee te zijn gegaan met JAD records, het Amerikaanse label van Johnny Nash, de soulzanger die op Jamaica diep onder de indruk was geraakt van Marley. Destijds zei Marley eens tijdens opnamen met de legendarische producer Lee `Scratch' Perry in de microfoon: ,,Right now, a lot of people them not know of Bob Marley; but a time gon come when the whole entire world shall know of Bob Marley.''

Alleen het artikel over Jamaicaanse muziek is mislukt. Hierin gaat iemand op zoek naar de in vergetelheid geraakte Bluebeat-drummer Ezz Reco. Hij vindt hem, maar Reco blijkt al dood. Dit verhaal heeft wat te veel het karakter van een breed uitgesponnen verslag van iemand die naar een winkel ging die dicht was. Maar het wordt meer dan goedgemaakt door de cd die ook nu weer bij Mojo is gevoegd en 20 rocksteady- en reggaenummers bevat van het beroemde Trojan-label.

De redactie van Mojo is altijd zo slim om het tijdschrift ook interessant te maken voor wie toevallig niet geïnteresseerd is in het thema. Ook nu weer: het augustusnummer bevat mooie necrologieën van de onlangs overleden bassisten Dee Dee Ramone (van The Ramones) en John Entwistle (van The Who) en een lang stuk over de atypische punkgroep The Stranglers. Zelfs voor wie helemaal niet van lezen houdt, is Mojo altijd interessant door de zorgvuldig uitgekozen foto's. Zo staat bij het artikel over The Stranglers een foto van een optreden voor the Hell's Angels. Met helemaal rechts Fredje Frituur, de inmiddels overleden legendarische Nederlandse Hell's Angel met het verbrande gelaat over wie het verhaal ging dat hij per ongeluk met hoge snelheid een snackbar was binnengereden en daar eindigde met zijn hoofd in de frituurpan. Eind jaren zeventig was Fredje de schrik van alle Amsterdamse discjockeys die altijd lispelend maar door zijn verminkte gelaat zeer dwingend vroeg om platen van The Stranglers.

Mojo. Nr 105, augustus 2002. (Met gratis cd) Euro 8,80