Europa en Irak

Saddam Hussein is niet op zijn woord te vertrouwen. Op hem is een Nederlands gezegde uit de jaren dertig van toepassing: `als hij ademt, dan liegt hij'. Zijn uitnodiging aan de Verenigde Naties om in Bagdad weer te komen onderhandelen over hervatting van de inspecties naar massavernietigingswapens, bevat dan ook talloze dubbele bodems. Saddam wil geen inspecteurs in Irak. Zijn invitatie aan de VN heeft allereerst tot doel de permanente leden van de Veiligheidsraad weer eens tegen elkaar uit te spelen. Juist nu de Verenigde Staten zich opmaken voor een eventuele militaire interventie.

Secretaris-generaal Kofi Annan van de VN heeft hem vooralsnog nul op het rekest gegeven, omdat hij de tactiek van Irak niet wil honoreren. Maar Annan kan zich dat niet eindeloos veroorloven. Er komt een moment dat de Veiligheidsraad een oordeel moet vellen. Saddam op zijn beurt heeft belang bij het omgekeerde. Een daadwerkelijke interventie onder Amerikaanse auspiciën zal hem persoonlijk waarschijnlijk de kop kosten. Dat oorlog het hele Midden-Oosten in lichterlaaie kan zetten, interesseert hem pas in tweede instantie. Saddam moet derhalve tijd kopen, zodat hij de prijs van een aanval op Irak kan opvoeren.

In Washington is de regering het namelijk intern niet eens over de beste optie om het bewind-Hussein omver te werpen. De Iraakse oppositie stelt militair bitter weinig voor. Haar steunen, via de CIA of via een luchtoorlog zoals in Afghanistan, biedt dus weinig soelaas. De gedachten gaan daarom uit naar een klassieke aanval over de grond: van buiten naar binnen (zoals in 1991 tijdens de Golfoorlog), dan wel van binnen naar buiten (een landing in Bagdad in de hoop dat Saddams tegenstanders het elders afmaken).

In beide gevallen hebben de VS er belang bij dat de bondgenoten zich niet al te openlijk keren tegen zo'n interventie. In geallieerde kring begint de eensgezindheid nu echter te kraken. De Britse premier, Tony Blair, poogt het front gesloten te houden door president Bush te bewegen tot meer activiteit elders in het Midden-Oosten. Maar de andere leden van de Veiligheidsraad wekken zelfs die schijn niet meer. Met name Rusland doet er alles aan het naar oorlog tenderende Amerikaanse beleid te doorkruisen. Ook buiten de raad beginnen de kritische stemmen luider te klinken. Bondskanselier Schröder heeft zich gisteren bij het begin van de zogeheten `hete fase' van de verkiezingscampagne in Duitsland onomwonden uitgesproken. Duitsland is nog steeds solidair met de VS. ,,Maar dit land zal zich onder mijn leiding niet ter beschiking van avonturen stellen'', aldus Schröder. Financieel zal Berlijn evenmin bijdragen, mocht hij de verkiezingen over anderhalve maand winnen.

Duitsland is geen militaire grootmacht en Schröder kan de verkiezingen ook verliezen. Maar toch geeft het te denken dat de kanselier de kloof tussen Amerika en Europa tot inzet van zijn campagne maakt. Er is reden om het Amerikaanse beleid in Irak te kritiseren. Maar zolang Europa met zoveel verschillende monden spreekt, is de effectiviteit daarvan gering en zal Washington kanttekeningen als onbelangrijk terzijde kunnen schuiven.