Dirk Wiarda

De schilder en tekenaar Dirk Wiarda vond dat eigenlijk alle beeldende kunst abstracte kunst was, waarmee hij bedoelde dat de klant misschien wel een gelijkend portret wilde of een gezellig winterlandschap, maar dat het de kunstenaar zelf alleen om zuivere schildersdingen ging zoals compositie en kleurgebruik. Zo was het nu en zo was het altijd geweest volgens Dirk. Ook Rembrandt was een abstracte schilder.

Daar viel natuurlijk veel tegen in te brengen, maar hij was gelukkig niet een van die vervelende mensen die denken dat een stelling waar moet zijn om met ernst verkondigd te worden.

Waren die schilders geen hoeren, dat ze hun abstracte neigingen tot de twintigste eeuw zo goed verborgen hadden gehouden om hun opdrachtgevers tevreden te stellen? Dirk zelf bijvoorbeeld was vooral bekend als tekenaar van schrijversportretten in Vrij Nederland en daarvan werd verwacht dat ze goed leken.

Dan lachte hij bulderend en vroeg hoe een kleine zelfstandige die voor de Nederlandse kwaliteitspers werkte iets anders dan een hoer kon zijn.

Geld, de toestand van de pers en de schilderkunst, dat waren onze onderwerpen als we elkaar troffen aan de grote tafel van het café waar hij boven woonde, met af en toe een kleine zijsprong als hij een tirade hield over vrienden van me die hij oliedom vond.

Ik had me een soort luisterdiploma verworven door eens te zeggen dat Saenredam mijn favoriete schilder was, wat wel waar was, maar ook een beetje laf, omdat ik wel wist dat die paste bij zijn theorieën over de abstracte kunst avant la lettre.

Ik zei ook wel eens dat alleen een oernederlandse kaaskop er zo over kon denken als hij, want Nederland was het land van de kaalslag, met Mondriaan in de schilderkunst en Brouwer in de wiskunde. Dat beviel Dirk wel, want wat ik de kaalslag noemde, noemde hij de essentie. Van Saenredam via Mondriaan tot Toon Verhoef, zo hoorde het volgens hem.

In de jaren negentig maakte het Russische kunstenaarsduo Komar en Melamid een reeks schilderijen die voor verschillende landen het `ideale kunstwerk' voorstelden. Ze lieten per land honderden mensen zeggen wat ze in een schilderij wilden zien en daar maakten ze een compositie van, zoals een politietekenaar op grond van verschillende getuigenverklaringen een portret samenstelt.

Vrijwel alle landen hadden als ideaal kunstwerk een lieflijk landschap met bergen en een meertje en een paar mensen, soms een nationale held. Alleen het Nederlandse ideale schilderij was een abstracte kleurcompositie. Ik vond die afwijking van het algemeen menselijk patroon indertijd een beetje beangstigend, maar ik was ook wel trots, omdat ik dacht dat de Nederlanders een soort Mondriaan hadden samengesteld. De Nederlander als ascetische monnik, mediterend over de essentie van de beelding.

Dat valt moeilijk te rijmen met de losgeslagen bende die het hier geworden is en het klopte ook niet, want in werkelijkheid was dat ideale Nederlandse schilderij, dat in 1996 werd gemaakt, helemaal niet een soort Mondriaan, maar een vieze groen-blauw-rode prut die nergens naar lijkt.

Het meest verfoeide Nederlandse kunstwerk, ook op grond van een opiniepeiling samengesteld, is trouwens heel aardig; een ouderwets interieurtje met een open raam waardoor een kat naar buiten kijkt.

Ik zou dat nog wel eens met Dirk willen bespreken. We leken wel Russen zoals we aan de houten tafel de grote vraagstukken moeiteloos oplosten. Als ik weg moest zei hij altijd wat schamper: ,,Staan de raapstelen al op het fornuis? Groeten aan je vrouw.'' Hij plaagde me met mijn verplichtingen, al wist hij wel dat het vrijgezellenleven dat hij leidde niet erg gezond was.