De staat moet geen leverancier van religie en ethiek willen zijn

Een overheid die zich bezighoudt met het `plegen' van cultuur en religie miskent haar eigenlijke functie. Die behelst het publieke domein bestieren, meent Reina Brouwer.

Een gelofte van trouw om normvervaging tegen te gaan. Net als in de VS zou in Nederland, inmiddels immigratieland, een vorm van religie van de staat, een civil religion moeten worden geïntroduceerd, aldus betoogde J.W. Sap (Opiniepagina, 4 juli).

Het eerste wat opvalt is dat hij een neutrale staat verwart met een onverschillige. Terecht keert hij zich tegen onverschilligheid maar tegelijk verwerpt hij het beginsel van staatsneutraliteit. Echter, een neutrale staat kan zeer betrokken zijn bij het wel en wee van haar burgers. Alleen, hij kiest geen partij. Neutraliteit in deze zin is onpartijdigheid, geen onverschilligheid.

Volgens Sap bestaan binnen de Amerikaanse politiek twee denkrichtingen: `the wall of separation' (geen banden tussen overheid en godsdienst) en `government accommodation' (de overheid ondersteunt de verschillende godsdiensten). Hij impliceert vervolgens dat deze laatste denkrichting bestaansrecht geeft aan een civil religion. Beide denkrichtingen hoeven echter niet met elkaar in tegenspraak te zijn. Het verschil in opstelling wordt niet bepaald door het gelijkelijk accommoderen van godsdiensten door de overheid, maar door het incorporeren van een bepaalde godsdienst in de overheidspolitiek.

Het is opvallend dat Sap stelt dat onze neutraliteit in staatskundig opzicht toch al afwezig is, omdat onze staatsvorm voortkomt uit een christelijke traditie die hij als opmaat ziet voor het idee van civil religion. Dit is onjuist. De officiële religieuze uitingen zijn een product van de Nederlandse historie als natie en als culturele eenheid – veeleer cultureel erfgoed dan religieus beginsel. Bovendien is het vastleggen van een `officiële staatsbelijdenis' van een andere orde dan het erkennen van de eigen culturele achtergrond. Het heeft geen zin deze culturele achtergrond te willen bewieroken, noch te ontkennen.

Het ontkennen van de eigen culturele achtergrond ten faveure van het nieuwe `andere' was een kwaal waaraan menig zich progressief noemend politicus in de jaren '70 leed, veelal voortkomend uit schuldgevoelens over het koloniaal verleden en de ongelijke verdeling van de mondiale rijkdom. Op zich juiste observaties, maar schuldgevoel en een overreactie door het belijden van culturele inferioriteit lossen deze problemen niet op. Net zomin als het bewieroken van de eigen cultuur en haar verheffen tot staatsbelijdenis de enig juiste optie is tegen het oprukkend kwaad der normloosheid.

Alleen hij die stevig in de eigen culturele schoenen staat, zal in staat kunnen zijn een andere cultuur met hetzelfde respect tegemoet te treden. Deze houding is van een wezenlijk andere orde dan een krampachtig vasthouden aan eigenheid uit angst voor het andere en vreemde.

Bescheidenheid óver en respect vóór de eigen cultuur sieren die cultuur en zijn een teken van de volwassenheid van een beschaving. Ook het open en onbevooroordeeld tegemoet treden van andere culturen hoort hierbij. Alleen de cultuur die wegschrikt voor deze uitdaging uit angst het eigene te verliezen, verstart in een krampachtig conservatisme, geformaliseerd in door de staat beleden religieuze formules.

Grofweg biedt cultuur het gevoel ergens bij te horen, en dat geeft het individu identiteit en geborgenheid. Religie biedt vertroosting en uitleg over de grote vragen van leven en dood. Ethiek is een voortvloeisel van zowel cultuur als religie: de normen en waarden die horen bij een bepaalde beschaving en godsdienst. Dit alles behoort tot het privé-domein. De band van een individu of groep met God, Allah, Buddah of Jaweh gaat buitenstaanders – ook de overheid – niets aan.

De staat heeft een totaal andere functie. Hij bestiert het publieke domein en stelt door ons geaccepteerde `verkeersregels voor de omgang met elkaar' op. Hij beschermt de zwakken en schept voorwaarden voor een gezond economisch klimaat. Hij beheert de collectieve sector zonder inmenging in het privé- domein.

De door Sap aangedragen oplossing voor de door hem geconstateerde normloosheid in de Nederlandse samenleving houdt in dat de overheid zich actief bezig moet gaan houden met het `plegen' van cultuur en religie. Dit om te komen tot een officiële staatsethiek. Dit is een heilloze en tot mislukking gedoemde weg. De taak van de staat is niet het bieden van cultuur, religie en ethiek, maar het faciliteren van vrije uitingen daarvan.

De overheid zou er wijs aan doen gebruik te maken van de grootste gemene deler van de normen- en waardenstelsels die de verschillende religies bieden (de opdracht tot vergeving, naastenliefde en navolging) en aan de hand daarvan een ieder erop te wijzen dat hij zich dient te houden aan de wetten en regels. Ze moet niet de fout maken die cultuur of religie te willen incorporeren.

We moeten de uitdaging van een multiculturele en multireligieuze samenleving aangaan door middel van de dialoog. Met inachtneming van de verkeersregels die de overheid stelt. Het is de enige kans op een leefbare samenleving.

Drs. R.C.G. Brouwer is ethica. Dit is deel 3 van een serie. Eerdere afleveringen verschenen op 4 juli en 3 augustus en zijn te lezen op www.nrc.nl/opinie.