Boze sprookjes zijn ook sprookjes

In een mooi, helder item van het Journaal over het besluit van de Russische regering om de ramp met de atoomonderzeeër Koersk af te sluiten zonder nader onderzoek naar de oorzaak, verzet een marine-officier zich tegen de plannen in Hollywood voor verfilming van de ramp. In de aankondiging van het verslag werd gesproken over angst voor geschiedvervalsing door de Amerikaanse filmindustrie, maar de man zegt iets anders: we hebben zèlf goede filmregisseurs, is zijn argument. Dat zou je kunnen verstaan als: we zijn in Rusland heel goed in staat om onze eigen geschiedenis te vervalsen. Maar dat is onterecht. Een speelfilm beoogt immers geen geschiedschrijving, een speelfilm romantiseert.

Voor het overige is zijn reactie de Pavlov-reactie die Hollywood altijd ten deel valt. Zoals het de verteller betaamt, heeft Hollywood een neus voor goed materiaal en dat wekt de afgunst van de betrokkenen. Begrijpelijk, maar in plaats van direct zelf aan de slag te gaan en te laten zien hoe het moet, verspillen die hun energie aan verketteren. Onnozel en improductief.

Na vier minuten Netwerk waarin drie partijbaronnen (baronnen? hoezo eigenlijk?) van de LPF al dermate fel van leer zijn getrokken tegen Mat Herben dat de rest van het programma zich laat raden, schakel ik over naar Diana: verhaal van een prinses. Met een slecht geweten, want Netwerk heeft ook een item aangekondigd over mishandelde moslimvrouwen, maar al snel ben ik voor de zoveelste maal opgezogen door de geschiedenis van Lady Diana Spencer en Charles, Prins van Wales. Voor de zoveelste maal bestudeer ik het 19-jarige ballerige meisje met de soepjurken, witte kousen en onelegante schoenen van haar klasse, in de wetenschap dat ze haar protest zal gieten in een spetterend, ultramodieus uiterlijk. Het uiterlijk is een zwak punt van de Britse adel, dat besefte Diana en daar koos ze haar wapens.

Hoewel eigenlijk alles in dit eerste deel van de documentaire (er komen er nog drie) al bekend is, tot en met de anonieme verhalen van de hofhouding, sta ik opnieuw verbaasd over hoe duidelijk achteraf te zien is hoe verschrikkelijk alles meteen al misliep en hoe vreemd het is dat niemand maar dan ook niemand bij machte was om in te grijpen. Bij de inzegening van het huwelijk van Charles met Diana viel het woord `sprookje'. Dat was een adequate definitie, zij het dat de spreker zich niet realiseerde dat er ook boze sprookjes zijn, met hun eigen wetten en tradities. Dit boze sprookje ontrolde zich strikt volgens de geëigende verhaallijn – wie het klassieke sprookjesballet Giselle tot zich laat doordringen, beseft dat het drama niet te ontlopen was. In Giselle valt de prins voor een naïef meisje, maar holt naar zijn eigen wereld terug zodra hem dat beter uitkomt. Wat hij verkeerd doet begrijpt hij niet. Dat hoeft hij niet, dat kan hij niet, want hij is een edelman. Als geboren en getogen prins is hij niet in staat anders te handelen en Giselle is te onervaren om dat te begrijpen. Hoogtepunt van Giselle is de waanzinscène. Die hebben we in deze serie over prinses Diana nog te goed.

Met tegenzin raak ik vervolgens verzeild in een aflevering van de quasi-medische programmareeks Je zal 't maar hebben, in dit geval over afwijkingen aan het gezicht. Al snel moet ik toegeven dat presentator Patrick Lodiers ondanks zijn spring in 't veld-gedoe zijn gasten in hun waarde laat: de man die door een afwijking aan zijn gelaatsspieren de mimiek heeft van een Thunderbird, het meisje wier gezicht wordt afgedekt door een wijnvlek en de jonge vrouw met het scheefgegroeide, halfverlamde gezicht. Lodiers stelt ze impertinente vragen, maar hij is te ontwapenend om bot te zijn en biedt zijn gesprekspartners juist met die vragen de kans om te laten zien dat ze realisten zijn. En die overleven, in tegenstelling tot de dromers.