Boeren tot het licht uit moet

Ondanks een voedselcrisis die miljoenen Zimbabweanen bedreigt, wil president Mugabe dat 2.900 boeren donderdag middernacht hun boerderij hebben verlaten. Na twee jaar gewelddadige landonteigeningen wacht het boerenbedrijf in Zimbabwe de doodsteek.

Het licht is nog aan op de Farways boerderij van de familie Fisher in Doma, ruim drie uur rijden van de Zimbabweaanse hoofdstad Harare. Vroeg op de avond verlengen reusachtige bouwlampen voor acht hectare pronkbonen de korte dagen op het zuidelijk halfrond. De lichtbundels van Farways zijn op kilometers afstand te zien. In de rest van Mashonaland West, het hart van het boerenland in Zimbabwe, is het aardedonker.

,,Ik maakte me al zorgen'', zegt Romee Fisher, als ze de deur opendoet voor het late bezoek. De wegen zijn sinds kort niet veilig meer na zonsondergang. Boeren gebruiken het duister om hun machines in veiligheid te brengen, met vrachtwagens en tractoren zonder licht. Overdag komen ze niet meer langs de politiecontroles. De regering van president Robert Mugabe wil alleen de boeren van hun land af hebben, niet hun materiaal.

In de nacht van donderdag op vrijdag is het D-day voor de boeren in Zimbabwe. Een recente wetswijziging heeft bepaald dat op die dag 2.900 boeren en honderdduizenden landarbeiders hun land moeten verlaten. Dat is zestig procent van het totaal aantal boeren dat na twee jaar agressieve landonteigeningen is overgebleven in Zimbabwe. De ZANU-PF regering zegt hun land te willen verdelen onder landloze Zimbabweanen.

Voor Rob en Romee Fisher kwam afgelopen mei de klop op de deur. Vier mannen in pak in een luxe Toyota Landcruiser brachten namens de regering de langverwachte boodschap: binnen drie maanden moest Farways zijn ontruimd. ,,Een levenswerk tot staan gebracht door een paar krabbels op een verfrommeld papiertje'', zegt Fisher bitter.

Als hij vrijdag zijn land niet heeft verlaten, wacht hem twee jaar gevangenisstraf en een fikse geldboete. Met het zwaard van Damocles boven zijn hoofd boert hij nu onverstoorbaar door, alsof de mannen in de Landcruiser nooit zijn langsgekomen. ,,Als ik de handdoek in de ring gooi, weten ze dat mijn boerderij voor het grijpen ligt'', zegt hij vastberaden als hij met zijn dertig jaar oude Landrover over het erf hobbelt. Tabak, koffie, paprika, bloemen, maïs, tarwe, sojabonen, vee: Fisher boert in alles wat groeit in Zimbabwe. ,,Boeren is alles wat ik kan. Dit is mijn thuis. Wat moet ik anders dan gewoon volhouden tot het niet meer gaat?''

De ZANU-PF regering lijkt niet te stuiten in zijn voornemen de blanke boeren in Zimbabwe uit te roken. Voor nu en altijd. Landonteigeningen kwamen twee jaar geleden hoog op de politieke agenda te staan toen president Mugabe bij een referendum over een grondwetswijziging in de gaten kreeg dat hij stukken minder geliefd was dan hij dacht. Binnen enkele dagen verschenen bij tientallen blanke boeren landloze Zimbabweanen aan het hek, werden boeren en landarbeiders vermoord, gingen boerderijen in vlammen op.

Deze gewelddadige landhervormingen waren onderdeel van een campagne die president Mugabe tijdens de presidentsverkiezingen in maart in het zadel hield. Maar zelfs nu de president zijn positie voor de komende zes jaar heeft veiliggesteld, gaan de onteigeningen door. ,,De landhervormingen zijn een ongeëvenaard succes'', riep president Mugabe vorige week uit bij de opening van het parlementaire jaar. ,,De beste bescherming tegen voedseltekorten.''

Zimbabwe staat aan de vooravond van de grootste voedselcrisis in de afgelopen twintig jaar. De oogst van 2002 leverde slechts 600.000 ton maïs op terwijl Zimbabwe per jaar drie keer zoveel consumeert. Hulporganisaties vrezen dat voor het einde van het jaar bijna de helft van de Zimbabweanen zal worden bedreigd door honger.

De regering wijt het aan de droogte maar talloze rapporten wijzen met de beschuldigende vinger naar het economisch beleid van de ZANU-PF regering. ,,Door de chaos die is veroorzaakt door het landhervormingsprogramma ontbeert het land de voedselvoorraden om het uit te zitten tot de volgende oogst'', staat in een rapport van de `Crisis in Zimbabwe Coalition', een overkoepelende organisatie die zich bezighoudt met de mensenrechten in Zimbabwe. ,,De schade krijgt nu permanente proporties.''

De politiek houdt de landbouwsector net als de rest van de economie in gijzeling. De inflatie is in twee jaar tijd opgelopen tot 114 procent, voedselprijzen zijn in het afgelopen jaar verdubbeld, de inkomens per hoofd van de bevolking zijn het laagst sinds 1971, de industriële productie is teruggevallen naar het niveau van voor 1980 en de werkloosheid loopt inmiddels tegen de 60 procent.

De boeren bereiden zich in die omstandigheden voor op de finale. De meeste tabaksboeren hebben de afgelopen maand niet meer geplant voor 2003. De verwachting is dat de veilingen dit jaar het einde zijn van de tabaksindustrie, waarmee Zimbabwe groot is geworden. De productie van tarwe en sojabonen is dit jaar zeker 60 procent minder dan twee jaar geleden. En de prijzen voor vee en vlees zijn sinds Kerstmis met 70 tot 80 procent gedaald omdat zoveel boeren hun koeien en schapen nu te koop aanbieden.

,,Ook banken geloven niet meer in ons'', zegt Colin Cloete van de Commercial Farmers Union (CFU). Elke maandag belt het kantoor van de boerenvakbond met het ministerie van Landbouw voor een gesprek met de minister. Redden wat er te redden valt. Maar de minister wil, net als de president, niet meer praten met de boeren. Al twee jaar niet meer. De regering wacht liever tot overal het licht uit is.

Laatste deel in een serie over Zimbabwe na de verkiezingen. Eerdere delen verschenen op 25, 30 juli en 2 augustus op de buitenlandpagina's en zijn nog te lezen via www.nrc.nl