`Zwemland Nederland' heeft nu niets meer te kiezen

Zorgen omgeven het Nederlandse topzwemmen, ook na de Europese kampioenschappen in Berlijn. Grootste punt van zorg is de rammelende en te smalle basis.

Het dilemma van het Nederlandse zwemmen? ,,Wij hebben meer talent dan een land als Hongarije. Toch zijn wij bij gebrek aan omvang en belastbaarheid op jonge leeftijd niet in staat om te doen wat zij hier doen: bij een groot toernooi jeugdig talent brengen dat kabeng meteen doorstroomt naar de top.''

Sprak Ad Roskam bij de wereldkampioenschappen in Japan nog van ,,een gespleten toernooi dat aanleiding geeft tot een frisse doorstart'', 24 maanden later zou hij die woorden kunnen herhalen. Maar de parttime-topsportcoördinator van de Nederlandse zwembond (KNZB) houdt het ditmaal op een weliswaar vervelende maar niet fatale patstelling. ,,Het gaat niet slecht, maar ook niet goed en zeker ook niet beter.''

Jeugdbondscoach André Cats daarentegen lijkt zich vooralsnog weinig zorgen te maken, ook al won Nederland vorige maand in Linz voor het eerst sinds 1993 geen enkele medaille bij de Europese Jeugdkampioenschappen. ,,Geen paniek'', meende Cats desondanks en ter verklaring verwees hij naar ,,de mindere lichting waar we momenteel mee moeten werken''.

Vier medailles slechts, waaronder twee gouden van kopman Pieter van den Hoogenband, bedroeg de oogst bij de Europese kampioenschappen voor senioren in Berlijn. Dit aantal steekt schril af bij de eindtotalen van de afgelopen drie jaar, toen Nederland met uitzondering van het veredelde `olympische voorbereidingstoernooi' in Helsinki (EK 2000) steevast bovenin het medailleklassement eindigde. Maar nu drievoudig wereld- en olympisch kampioene Inge de Bruijn wegens 'een gebrek aan vorm en inhoud' ontbrak in Berlijn, is eens temeer duidelijk geworden dat 'zwemland Nederland' worstelt met een smalle top en een dito basis.

Maar van ,,een breed falen'' is volgens Roskam geen sprake, en dit ondanks ,,een rommelige voorbereiding met tal van kleine, onderlinge irritaties''. Slechts drie van de achttien zwemmers presteerden in de Duitse hoofdstad onder de maat: Stefan Aartsen, Hinkelien Schreuder en Klaas-Erik Zwering. De rest krijgt van de teammanager een voldoende. Dat geldt uiteraard voor Van den Hoogenband, maar ook voor debutant Thijs van Valkengoed (scherpe verbetering van persoonlijk record), Madelons Baans (drie Nederlandse records) en Chantal Groot (brons op de 50 vlinder).

Maar ook Roskam ontkomt niet aan de constatering dat Nederland sinds het afscheid van stayers Marcel Wouda en Kirsten Vlieghuis, plus de sabbatical van routinier Carla Geurts, geen rol van betekenis meer speelt op de midden- en op de lange afstanden. Slechts Haike van Stralen kwam in Berlijn uit op een nummer dat de 200 meter overstijgt. Een onverdeeld succes werd het niet, integendeel zelfs, want de 19-jarige zwemster van AZ&PC; eindigde gisteren in de series van de 400 meter vrij op een meelijwekkende 25ste plaats.

Een finalewaardige 4x200-ploeg, bij het olympisch toernooi in Sydney (2000) nog goed voor een bronzen medaille, kan de bond al niet meer op de been brengen nu Wouda is afgehaakt en Johan Kenkhuis worstelt met `motivatieproblemen'. Andere kandidaten, zoals Martijn Zuijdweg, voldeden niet aan de kwalificatie-eisen. Zaterdag ging het brons op de 4x200 naar een land zonder enig noemenswaardige zwemhistorie, een land ook dat werk lijkt te maken van de komende Olympische Spelen op eigen bodem: Griekenland.

Veelzeggend was afgelopen week ook de anekdote van Roskam over een drieweekse trainingsstage, die hij voor een aantal zwemmers had weten te regelen bij de Amerikaanse coach van De Bruijn, `kampioenenmaker' Paul Bergen uit Portland. Niemand toonde belangstelling. ,,Ze hadden allemaal een excuus om niet te gaan.'' Het zijn die ,,comfortkeuzes'' die Roskam zo verfoeit: het kiezen voor de makkelijkste weg.

En dat terwijl ,,arbeid, toewijding en heldere keuzes'' volgens hem de sleutels tot hernieuwde zwemsuccessen zijn. Een voorbeeld zou niet alleen de huidige, maar zeker ook de komende generatie kunnen en wat Roskam betreft moeten nemen aan de marathonzwemster die in Berlijn twee Europese titels aan haar indrukwekkende erelijst toevoegde: Edith van Dijk. ,,Iemand die niet overloopt van talent, maar al van jongsaf aan bereid is te investeren in zichzelf en die jarenlange arbeid nu beloond ziet worden.''

Ook over de personele bezetting dient de KNZB zich te buigen. Zo is de vraag wie de onlangs opgestapte bondscoach Stefaan Obreno opvolgt en belangrijker wellicht wie in de voetsporen treedt van de alom geprezen Roskam. Sinds 1 april staat de Fries officieel onder contract bij NOC*NSF als technisch adviseur. Sindsdien werkt hij noodgedwongen nog één dag in de week voor de KNZB. `Berlijn' zou hij al niet meer meemaken, maar door het getreuzel achter de schermen moest hij wel.

Vraag is verder hoe zinvol de opzet van een Stichting Topzwemmen nog is, nu de twee belangrijkste partners, de Philips-profploeg uit Eindhoven en de Stichting Topzwemmen Amsterdam, hebben laten doorschemeren op eigen voet verder te willen gaan uit onvrede over de stroperige besluitvorming op het bondsbureau. Roskam kent die verkapte dreigementen, maar: ,,Ik heb andere signalen ontvangen en daar vertrouw ik op.'' Bovendien: ,,Ook in Eindhoven en Amsterdam kunnen ze nu niet ineens voor hun verantwoordelijkheden weglopen.''

Een van de geldschieters van de Stichting Topzwemmen Zuid-Nederland verviel deze week in bitter cynisme, toen de smalle basis van de Nederlandse ploeg ter sprake kwam. ,,Hebben we straks wel een topsportbad in Eindhoven, maar geen topzwemmers.'' Het dilemma van het Nederlandse zwemmen?