Vier medailles voor Nederlandse roeiploeg

Een zilveren medaille en vier finaleplaatsen in olympische bootklassen was de oogst op de wereldbekerfinale roeien in München. Goud en tweemaal zilver de bonus uit niet-olympische boten. De Nederlandse roeiploeg verlaat de olympische roeibaan van 1972 met een tevreden gevoel.

,,Deze wedstrijden waren behoorlijk representatief voor de WK. Het gros vaart dan niet harder dan nu'', zei René Mijnders, de hoofdcoach van de roeibond. ,,Van ploegen die lang geblesseerd zijn geweest, de mannen dubbeltwee en de vrouwen twee-zonder, mag je aannemen dat ze nog een behoorlijke stap kunnen maken. Maar ik weet niet hoe groot de stap is die de mannen twee-zonder kan maken. Er zit wel rek in, vooral technisch kan het duidelijk beter.''

De twee-zonder, Diederik Simon en Geert Cirkel, ging in de finale hard van start en lag na vijfhonderd meter op tweede positie. ,,Probeer je niets, dan weet je zeker dat het niets wordt. Als we een sponsor zouden hebben en dit was de Tour, dan was iedereen tevreden geweest'', zei Cirkel. Halverwege de race kwam het duo in moeilijkheden. ,,Echt goede ploegen worden niet moe van eerdere wedstrijden, wij nog wel'', verklaarde Simon. Op de WK volgende maand in Sevilla zal de verdediging van hun vijfde plaats moeilijk zijn. Drie sterke boten, Groot-Brittannië, Australië en Zuid-Afrika, ontbraken op de laatste wereldbekerwedstrijd.

Michiel Bartman en Matthijs Vellenga eindigden in de dubbeltwee op de tiende plaats. Bartman: ,,Na de WK moet ik zien of ik de A-status heb behouden. Ik moet een goed besluit nemen, als ik doorga is het voor Athene. En ik denk dat het dan weer de dubbelvier wordt. Iedereen zal water bij de wijn moeten doen. We hebben genoeg mensen voor een snelle boot.''

Bij de vrouwen vaart al een dubbelvier rond. De roeisters, gemiddelde leeftijd 22 jaar, werden vierde. Hurnet Dekkers die dit jaar al een startbewijs in de skiff voor de WK veiligstelde, was afwezig in München om zich in alle rust te kunnen voorbereiden op het mondiale roeitoernooi. Ook skiffeur Lippits was al zeker van deelname aan de WK. Het roeitoernooi, waarin hij zaterdag als zesde eindigde, noemde de skiffeur ,,één groot leermoment''.

Bondscoach Josy Verdonkschot behaalde met drie boten drie zilveren medailles. Zijn lichte vrouwen dubbelvier (57 kilo gemiddeld, maximaal 59 per roeister) eindigde op de tweede plaats. Net als de lichte vrouwen dubbeltwee (olympische klasse) Hedi Poot en Marit van Eupen. Op de vorige wereldbekerwedstrijd, drie weken geleden in Luzern, eindigde het koppel op de derde plaats. Twee seconden voor Kirsten van der Kolk en Mirjam ter Beek, vice-wereldkampioen in de lichte skiff. Van der Kolk versloeg Ter Beek op het Duitse water twee maal in directe confrontatie. Van der Kolk won de halve finale en roeide zaterdag naar zilver waar Ter Beek genoegen moest nemen met de vijfde plaats.

Eén atlete zal worden afgevaardigd naar de strijd om de wereldtitel in de lichte skiff. Voor de ander is plaats in de lichte dubbelvier. ,,Ik denk dat zelfs het moeilijkste probleem van dit jaar in redelijkheid zal worden opgelost'', zei Verdonkschot. ,,Wat wil je echt?'' zal ik de meisjes vragen. `Ga-jij-die-medaille-halen?' Maar ook: `Ga je dan niet huilen als je vijfde wordt?'.'' Voor lichte vrouwen is alleen de dubbeltwee olympisch.

Voor lichte mannen (70 kilo gemiddeld, maximaal 72,5 per roeier) staat de dubbeltwee en de vier-zonder (boordroeien) op het programma van Athene 2004. Voor de mannen die in de lichte dubbelvier de enige Nederlandse overwinning behaalden, is een plaats in de dubbeltwee op de lange termijn een optie. Lichte scullers kunnen echter uitwijken naar de boordroeien. Op de wereldkampioenschappen van volgend jaar moeten boten zich kwalificeren voor de Olympische Spelen van Athene. Mijnders maakt zich geen zorgen dat in `tussenjaar' 2002 de meeste successen in minder bezette niet-olympische velden worden behaald. Mijnders: ,,De komende jaren gaan mooi worden.''