Verkiezingen Nigeria voor tweede keer uitgesteld

Nigeria heeft verkiezingen voor achthonderd stads- en dorpsraden voor de tweede keer uitgesteld. De verkiezingen stonden gepland voor 10 augustus. Het besluit wordt in het West-Afrikaanse land ervaren als een zware tegenslag voor het drie jaar geleden begonnen fragiele democratiseringsproces.

De officiële verklaring voor het uitstel is dat de kiezerslijsten nog niet klaar zijn. Maar ook corruptie binnen de nationale kiescommissie en politieke intriges spelen een rol. Er lopen gerechtelijke onderzoeken naar enkele leden van de kiescommissie, die zouden hebben verdiend aan contracten voor het opstellen van de kieslijsten. Met name met het oog op de parlements-, presidents- en deelstaatverkiezingen volgend jaar baart de inefficiëntie van de kiescommissie vele Nigerianen grote zorgen.

Opportunistische politieke motieven hebben vermoedelijk eveneens bijgedragen aan het uitstel. De Nigeriaanse president Olusegun Obasanjo zou de verkiezingen willen uitstellen tot zijn verdeelde partij orde op zaken heeft gesteld. Een nederlaag bij deze electorale test zou zijn kansen op nominatie voor het presidentsschap door zijn partij in gevaar kunnen brengen. En ook enkele onlangs geregistreerde nieuwe partijen willen extra tijd om zich op deze verkiezingen te kunnen voorbereiden. Zij hebben de rechter om uitstel gevraagd.

Waarnemers in Nigeria spreken over een politieke crisis door het uitstel. Een democratisch gekozen regering is er in de volksrijkste natie van het continent nog nooit in geslaagd met succes verkiezingen te organiseren. Dergelijke verkiezingen hebben altijd geleid tot een militaire staatsgreep.

De politieke chaos volgt op een al even grote economische en sociale crisis. De economie wil niet substantieel groeien, ondanks de extra inkomsten door de gestegen olieprijzen. Nigeria is de grootste olieproducent van Afrika bezuiden de Sahara en is voor het Westen steeds belangrijker geworden als olieleverancier, mede door de politieke instabiliteit in het Midden-Oosten.

Nigeria's terugkeer naar een burgerbewind in 1999 ging de afgelopen jaren gepaard met grootschalig politiek, religieus en regionaal geweld, waarbij zeker 10.000 doden vielen. De burgerpolitici blijken niet in staat orde aan te brengen in de groeiende chaos en de bevolking dreigt het vertrouwen in het democratiseringsproces te verliezen.