Van den Hoogenband in bijrol op slotdag EK

Op de slotdag van het toernooi waar hij andermaal zijn grenzen verlegde, moest Pieter van den Hoogenband genoegen nemen met een bijrol. Na de dubbelslag op zijn twee hoofdnummers, de 100 en 200 meter vrije slag, kwam de kopman van de Nederlandse zwemploeg gisteren bij de Europese kampioenschappen in Berlijn niet verder dan de vierde plaats op wat hij `het toetje' noemde, de 50 meter vrije slag.

,,Kan gebeuren'', luidde het laconieke commentaar van Van den Hoogenband, die aantikte in 22,34 en daarmee één honderdste sneller was dan de teleurstellende wereldrecordhouder Alexander Popov, de Rus die in de halve finales nog 22,03 had gezwommen. Winnaar werd de Poolse specialist Bartosz Kizierowski (22,18), vóór de Italiaan Lorenzo Vismara (22,26) en de Oekraïener Oleksander Volynets (22,31).

Meer moeite had Van den Hoogenband met de uitschakeling van de estafetteploeg op de 4x100 meter wisselslag. Klaas-Erik Zwering (rug), Thijs van Valkengoed (school), Joris Keizer (vlinder) en Gijs Damen (vrij) faalden gisterochtend in de series, met als gevolg dat de beoogd slotzwemmer later op de dag vanaf de tribune mocht toekijken hoe Rusland op het 38ste en laatste nummer Frankrijk en Duitsland aftroefde. ,,Een flinke tegenvaller'', mopperde Van den Hoogenband, die in Berlijn met lede ogen zag hoe Nederland voor het eerst sinds 1996 (Olympische Spelen in Atlanta) geen medaille won op een van de drie estafettenummers (4x100 vrij, 4x200 vrij en 4x100 wissel). ,,Er zal harder gewerkt moeten worden'', concludeerde de 24-jarige Brabander.

Op de 4x200 kwam Nederland, bij gebrek aan scherpe tijden in het voorseizoen, zelfs niet in actie. Van den Hoogenbands trainer Jacco Verhaeren verdedigde die beslissing gisteren. ,,Want het kan en het mag niet zo kan zijn dat je met een matige tijd van 1.53 deelneemt aan de EK en vervolgens verwacht dat Pieter die medaille wel voor je even veiligstelt met een 1.47. Blijf dan maar lekker thuis.''

Minder hard oordeelde Verhaeren over zijn pupil Joris Keizer. Die dook vrijdag in de halve finales van de 100 vlinder voor het eerst in zijn loopbaan onder de 53 seconden. Een dag later kon de kersverse Nederlandse recordhouder die stunt niet herhalen en eindigde de zwemmende student als zevende in een matige 53,11. ,,Soms moet je durven gokken'', zo sprak Verhaeren sussende woorden na de doldwaze opening van Keizer, die hij in het tweede deel van de race moest bekopen met een inzinking.

Keizers krachtsexplosie volgde kort nadat Franziska van Almsick de Schwimhalle van de Berlin Arena in vuur en vlam had gezet met een voor onmogelijk gehouden aanscherping van haar eigen wereldrecord op haar lievelingsnummer, de 200 meter vrije slag: 1.56,64. Daarmee was het weer in genade aangenomen natuurtalent een fractie sneller dan de fabelachtige tijd die zij acht jaar geleden, als 16-jarige bij de WK in Rome, op de klokken zette: 1.56,78.

Overweldigd door haar eigen verbluffende prestatie én de hartverwarmende steun van het Duitse publiek zeeg de 24-jarige Berlijnse na het verlaten van het bassin door de knieën, om niet veel later met betraande ogen plaats te nemen op het erepodium. ,,Het geluk grijpt me naar de keel'', stamelde de fotogenieke zwemster, die in haar geboortestad vijf gouden medailles won.

Na haar zege van woensdag op de 100 meter vrij riep de Duitse pers het toernooi uit tot Das Franzi Festival, en ook gisteren kwamen de media superlatieven te kort om de wonderbaarlijke wederopstanding van het reeds afgeschreven talent te bewieroken. ,,Na al die jaren ben ik eindelijk in staat om van mijn successen te genieten'', verzuchtte de zwemster, die als 14-jarige geschiedenis schreef door twee medailles te winnen bij de Spelen van Barcelona (1992).

Op de slotdag stond Van Almsick aan de basis van de zege van de estafetteploeg op de 4x100 wissel. Het goud in de race waarin het gehandicapte Nederland (geen Inge de Bruijn) als zevende eindigde, betekende de tiende gouden plak voor het gastland, dat met een score van 22 medailles (10-7-5) bovenaan eindigde in het eindklassement, vóór Oekraïne (5-4-5) en Italië (4-5-2).

Nederland besloot het toernooi als zevende, dankzij twee gouden medailles voor Van den Hoogenband en twee bronzen plakken (Chantal Groot op de 50 vlinder en de vrouwenestafette op de 4x100 vrij). Polen streefde Nederland op de slotdag voorbij door toedoen van Kizierowski en Otylia Jedrzejczak. Laatstgenoemde won de 200 vlinder met overmacht en bracht het wereldrecord op 2.05,78. De oude mondiale toptijd stond sinds twee jaar met 2.05,81 op naam van de Australische Susie O'Neill. In de Duitse hoofdstad sneuvelden vijf wereldrecords.

Geen keuzes meer: pagina 12