Terreurgroep claimt wapenroof op Kos

De Griekse minister van Defensie, Jánnos Papandoníou, zal de keus van zijn vakantieoord hebben betreurd. Nauwelijks zette hij met zijn familie voet aan wal op het eiland Kos of bekend werd dat daar uit een niet meer bewoonde en slecht bewaakte legerplaats 23 wapens worden vermist, waaronder zes zware. De beroving zou al enige dagen eerder hebben plaatsgevonden, dus de wapens, samen honderd kilo, waren waarschijnlijk al per schip naar elders vervoerd.

Zijn vakantie kon hij wel vergeten. De hele onderneming deed sterk denken aan een soortgelijke, maar veel omvangrijker wapenroof op een eveneens nauwelijks bewaakte legerplaats bij Lárissa, Midden-Griekenland, bijna 13 jaar geleden. Het was een van de grootste stunts van de terroristische organisatie `17de November', die momenteel wordt opgerold. Ook nu kwam er meteen een laconiek telefoontje waarin de operatie door deze organisatie werd opgeëist, maar of dat waar is, staat te bezien.

De regeringswoordvoerder suggereerde dat berovingen als deze meestal de verkoop van de buit beogen. Ostentatief werd uit de hoofdstad geen team van de Anti-Terroristische Dienst gestuurd. Maar de euforie, die, niet alleen in regeringskringen, werd opgewekt door de voortdurende arrestaties van verdachten van de `17de November', is een beetje voorbij nu er eerst een nieuwe proclamatie van de organisatie in de krant verscheen en daags daarna de nieuwe wapenroof bekend werd. Bovendien werd gisteren nog een mysterieuze wapenvondst gedaan vlakbij het oude marmeren Stadion waar over twee jaar de openingsceremonie van de Olympische Spelen moet plaatsvinden.

De regering blijft poneren ,,de 17de November zit in Korydallós'', de Atheense gevangenis waar de 13 opgepakten vastzitten. Maar in de de pers, vooral de oppositioneel geörienteerde, duiken steeds vaker vragen op of het niet-gearresteerde deel van de organisatie niet omvangrijker is dan de opgespoorde.

Deze commentatoren worden in hun mening versterkt door onthullingen over de activiteiten van de `17de November' in andere steden, vooral Thessaloniki. Uit documenten die in een Atheense schuilplaats werden gevonden, blijkt dat er in het begin van de jaren negentig in de noordelijke hoofdstad een onvoorstelbaar nauwkeurige inventarisatie is gemaakt van de wijze waarop men bedrijven, consulaten, havendiensten, culturele organisaties kon binnenkomen om aanslagen te plegen.