Philips: `achterstand allochtoon te groot'

De overheid doet te weinig aan het inburgeren en opleiden van allochtonen. Daardoor kan een grote groep allochtone werklozen niet aan de arbeidsmarkt deelnemen. Dat concludeert electronicaconcern Philips in het jaarverslag van zijn werkgelegenheidsplan over 2001. Het bedrijf heeft moeilijkheden met het aantrekken en bijscholen van werklozen van buitenlandse afkomst.

De achterstanden van laaggeschoolde allochtonen zijn volgens Philips jarenlang onvoldoende aangepakt. ,,Het lijkt wel of ze op sommige scholen aan taalonderwijs niet toekomen'', zegt een woordvoerder van Philips.

Philips moet nu het werk van de overheid opknappen, vindt het bedrijf. Het heeft voor potentiële werknemers een speciaal scholingsprogramma gemaakt om taalachterstanden weg te werken. Het project begon in 1982. Toen was het eenvoudiger mensen aan de slag te helpen. Tegenwoordig behoren de deelnemers – waarvan ongeveer de helft allochtoon is – tot `de harde kern' van de werklozen. Zij missen sociale- en technische vaardigheden. Naast taalachterstand, zijn er vaak ook schulden, verslaving, relatie-, huisvestings- en psychische problemen zegt Philips.

,,We lopen tegen problemen aan, waar we niet voor toegerust zijn'', aldus de woordvoerder. ,,We moeten meer inspanning leveren, maar het levert minder op.'' Philips begeleidt mensen inmiddels `bijna één-op-één'. Toch krijgen steeds minder deelnemers aan het programma een baan. Van de mensen die in 2001 uitstroomden, werd een derde weer werkloos. Het jaar daarvoor was dat bijna half zo laag.