Nachtchinees

De machtige torso van Ulrich van Gobbel zat verscholen achter een lichtblauw hemd dat hij over zijn broek heen droeg. Gistermiddag mocht hij in vrijetijdskleding het veld van De Kuip op om afscheid te nemen van het publiek. Van Gobbel is voetballer af, zijn lichaam protesteerde de laatste jaren te veel. Een versleten heup. Slijtage, het is een woord dat niet past bij het lichaam van Ulrich van Gobbel. Hij was gemaakt om hoe dan ook, waar dan ook, als gewapend beton te blijven staan. Uit zwarte klei geboetseerd, opgedroogd in de zon.

Bij het uitspreken van zijn naam door de stadionspeaker ging het publiek en masse omhoog. De Kuip wilde nog een keer laten weten hoe Rotterdam Zuid over Van Gobbel dacht. `Uli, Uli, Uli' scandeerden de supporters, alsof de speler weer als vanouds een rush uitvoerde. Het klonk me als oerwoudgeluid in de oren, maar dan gedaan uit sympathie. Je hoeft geen vermaard technicus te zijn om geliefd te worden bij het legioen. Clubliefde is ook wat waard.

Ik zag Ulrich van Gobbel ooit een keer aan een tafeltje zitten bij de nachtchinees in de Witte de Withstraat in Rotterdam. Het was een tevreden stemmend tafereel. Terwijl de kok in een soepele beweging een haak door de bruinverbrande kop van een pekingeend sloeg, zat Van Gobbel met dat enorme hoofd boven een kommetje. Twee tafels verder. Hij alleen, ik alleen. Eigenlijk moet je altijd alleen eten bij de chinees. Aan de bewegingen van zijn nek kon ik zien dat hij lekker zat te smullen. In de huid ontstonden bij iedere kaakbeweging kleine kuiltjes. Hier at een profvoetballer een simpele maaltijd van zijn verdiende salaris.

Van Gobbel kon niet heel goed voetballen. Hij was hooguit nuttig. Bij Van Gobbel was je als toeschouwer verzekerd van een misstap, een onbegrepen pass of een misverstand met de keeper. Het was aandoenlijk, lachwekkend soms. Met werklust wist hij zijn falen te maskeren. Harde werkers zijn in De Kuip altijd welkom.

Bij zijn afscheid gisteren in het stadion nam hij de microfoon in de hand. ,,Dit doet me ontzettend veel verdriet. Jullie zijn fantastische supporters, de beste van heel Nederland. Met pijn in het hart ga ik weg.'' Op de tweede ring hing een meterslang spandoek met het opschrift: Uli bedankt. En wie niet springt... Drie denkpuntjes. Denkpuntjes horen niet in een stadion thuis. Zeker niet in De Kuip, waar de onderbuik en niet de hersenen doorgaans de sfeer bepaalt. Van Gobbel liep rustig naar zijn lievelingsvak. De supporters gingen staan en begonnen. `En wie niet springt, die is een jood.' Kamerlid Van Heemst stond in gevechtstenue klaar om een klein clubje supporters in te rekenen dat tijdens de open dag `Hamas, Hamas, joden aan het gas' zong. Wat moest de politicus nu? Duizenden supporters – zeker niet alleen de hooligans – sprongen zich een ongeluk om Van Gobbel de laatste eer te bewijzen.

Van Gobbel kreeg in het kampioensjaar een vermaning omdat hij die leus vanaf het bordes van het stadhuis had voorgezongen. Nu weer feestte hij vrolijk mee. En hij sprong en sprong en sprong. Van Gobbel, een zeer gelovige Surinamer, vindt de leus geen uiting van antisemitisme. Het is gezonde haat tegen 020, zoals Feyenoord-supporters de stad van hun aartsrivaal noemen, aversie tegen die club uit Hoofddorp. Een springende Van Gobbel als belichaming van het minderwaardigheidscomplex van Feyenoord.

Door de ereronde van Van Gobbel begon de wedstrijd tegen Tottenham Hotspur vier minuten te laat. Eind vorig seizoen moest hij tijdens de uitreiking van de UEFA Cup in clubkostuum op het veld staan. De trouwe Feyenoorder had de finale vanaf de tribune moeten bekijken. Van Gobbel kroop weg in de schoudervulling. Gistermiddag liep hij zijn laatste meters op het veld. In de spelerstunnel passeerde hij de selectie van Feyenoord, klaar voor de eerste serieuze wedstrijd van het nieuwe seizoen. Hij zal links en rechts nog een bemoedigend tikje op zijn hoofd en schouders hebben gekregen. Het werk zat erop. Uli zal niet meer te zien zijn op het voetbalveld. In het centrum van Rotterdam haalde de chinees het slot van de deur en zette de plastic menukaarten alvast op de formica tafeltjes.