Mannetjesputter

In het najaar van 1904 maakte Koos Speenhoff (1869-1945) een liedje dat een van zijn allergrootste successen zou worden. Nog velen kunnen het refrein van De Schutterij meezingen: ,,Daar komen de schutters / Ze lopen zich lam / De mannetjesputters / Van Rotterdam...'' Dit liedje – dat ook de titel leverde voor Speenhoffs memoires Daar komen de schutters (1943) – zal zeker hebben bijgedragen aan de verbreiding van het woord mannetjesputter. Niet dat het daarvoor helemaal onbekend was. Mannetjesputter is in 1861 voor het eerst aangetroffen, in het beroemde spreekwoordenboek van P.J. Harrebomée. Een nadeel van dit chaotische werk is dat het zelden spreekwoorden verklaart. Harrebomée vermeldt slechts het is een mannetjes putter, samen met onder meer het is een mannetje van boter en het is een mannetje van stroo.

Voor 1900 is mannetjesputter slechts enkele malen aangetroffen, onder meer bij Justus van Maurik, maar na Speenhoffs `tophit' vinden we het in overvloed. In 1906 in een Bargoens woordenboekje (met als betekenis `sterke kerel'), in 1907 bij Israel Querido en vervolgens in vele dagbladen, tijdschriften en boeken. In 1914 volgde opname in de Grote Van Dale, waarmee het woord min of meer als ingeburgerd kan worden beschouwd. De betekenis lag overigens niet meteen vast. Sommige schrijvers gebruikten het als synoniem voor `ongevoelig mens', maar volgens Van Dale moest het worden begrepen als `mannetjeskerel', ofwel `een hele baas, een hele kerel'. Koenen nam het woord pas in 1932 op en gaf een iets andere omschrijving: `sterke kerel, flinke man, knap in zijn vak'. Het is een definitie die in de decennia daarvoor bij mannetjesman had gestaan.

Mannetjesputter lijkt op het eerste gezicht een woord dat zichzelf verklaart, tot je je afvraagt wat er met putter wordt bedoeld. Dat zal iemand zijn die iets uit een put haalt, maar wat? Vast geen mannetjes.

Welnu, voor de herkomst van mannetjesputter zijn twee verklaringen gegeven. In een publicatie uit 1983 wordt een verband gelegd met putter als volksnaam voor de distelvink. Men kan deze vogel, die vanwege zijn zang en fraaie uiterlijk al sinds de oudheid als huisdier wordt gehouden, veel leren. ,,Een veel vertoond kunstje'', zo heet het, ,,is dat ze het drinkwater letterlijk putten (ze takelen het in een vingerhoed of in een minuscuul emmertje aan een dun kettinkje op) en dat ze hun voer in een klein wagentje via een schuine plank naar zich toe trekken. Zolang ze eten en drinken staan ze op het kettinkje; op die manier houden ze hun natje en droogje binnen snavelbereik. Dus zo'n mannetjesputter (vrouwelijke zangvogels worden vrijwel nooit in kooien gehouden) kan inderdaad wel wat!''

Veel aannemelijker is de verklaring die al aan het begin van de 20ste eeuw door F.A. Stoett is voorgesteld. Een putter is ,,iemand die water put of schept''. Maar in verschillende dialecten – en ook in het Fries – werd het daarnaast schertsend gebruikt voor `drinkebroer', iemand die een stevige borrel kan verdragen. En iemand die veel kan verdragen is een flinke kerel en een sterke vent. Het voorvoegsel mannetjes - diende volgens Stoett tot versterking van het begrip, te vergelijken met mannetjesman en mannetjeswijf.

Overigens heeft de betekenisontwikkeling zich voortgezet. Volgens de Grote Van Dale wordt mannetjesputter nu ook gebruikt voor `flinke vrouw'. Een kleine steekproef in enkele digitale krantenbestanden leert dat dit juist is, maar wel zeer uitzonderlijk. De steekproef maakt verder duidelijk dat mannetjesputter opmerkelijk vaak in sportverslagen voorkomt. Daarnaast wordt het nogal eens gebruikt in artikelen over gevangenissen, het leger en over politieke kopstukken. Bovendien wordt mannetjesputter opvallend vaak van een geografische aanduiding voorzien. Zo is Sean Connery ,,de Schotse mannetjesputter'' genoemd, Jonas Bjorkman ,,de Zweedse mannetjesputter'', Gerbrandy ,,de Friese mannetjesputter'' en Jan van Halst ,,de mannetjesputter van Enschede''. De mannetjesputter van Enschede – klinkt hier de echo in door van Speenhoffs mannetjesputters van Rotterdam, of lijkt dat maar zo?

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Zie ook WoordHoek op vrijdag op www.nrc.nl