Liefde en dood

Liefde is in India een ernstige kwestie. In Nederland ook – als ik in Nederland met vrienden ben, gaat het altijd en eeuwig over de liefde. Verbroken relaties, overgangsrelaties, driehoeksverhoudingen, moeizaam beginnende relaties, in het café gaat het steevast over relaties. Liefde is in Nederland één slepende en slopende misère, waarin een verhouding van een maand al moet worden gevierd. Dat is zo anders in India. In India heb je één keer lief en als het die ene keer misgaat, ben je dood. Morsdood.

De discussie over de liefde is opgelaaid door een film, de grootste hit van dit jaar, Devdas geheten. Dankzij het succes van de film is het boek waarop de film is gebaseerd opnieuw uitgebracht. Geschreven door de Bengaalse auteur Sarat Chandra Chatterjee (1876-1938), algemeen bekend als de vader van de Indiase novelle. Hij is een tijdgenoot van de dichter en Nobelprijswinnaar Rabindranath Tagore, maar Chatterjees stijl is rauwer, minder gepolijst, vertellender. Er is een rechte lijn van S.C. Chatterjee naar R.K. Narayan (in Nederland bekend om `de geldschieter' en de Malgudi-verhalen) en vervolgens V.S. Naipaul.

Devdas is een jongen van hoge afkomst, die opgroeit met Paro, een meisje van iets minder hoge afkomst. Het is een vriendschap met wrede, zelfs sadistische kanten, waarbij de twee elkaar soms bont en blauw slaan. Maar ze zijn voor elkaar bestemd, weten ze. Totdat ze de huwbare leeftijd bereiken, en de ouders van Devdas een huwelijk tussen die twee onmogelijk achten. Heel kleine standsverschillen spelen in India geen rol, behalve als er getrouwd moet worden. Dan meet men op mathematische wijze de standsgelijkheid, en kan het kleinste verschil fataal zijn.

Tot Paro's verbazing gehoorzaamt Devdas zijn vader en laat hij zich wegsturen naar het verre Calcutta om te studeren. Paro's ouders, diep vernederd, huwelijken hun dochter uit aan een oude, maar welgestelde weduwnaar. Als Devdas dit hoort komt hij terug. Ze reageert kil op zijn verdriet. Devdas slaat haar met een stok. Het litteken op haar voorhoofd, zegt hij, zal een aandenken zijn. Terug in Calcutta bezoekt Devdas de courtisane Chandramukhi. Ook haar kwetst hij, hij maakt haar uit voor een smerig wezen, maar Chandramukhi raakt verliefd op hem en verdraagt zijn wreedheid. Devdas drinkt en zwelgt in zelfmedelijden, Chandramukhi biedt troost.

Chatterjee schreef dit verhaal in 1901, maar hij was zijn tijd ver vooruit: de gelijkwaardigheid tussen de geslachten, met een heldin die snel huilt maar harder slaat; de egomane, laffe en toch sympathieke held; de beminnelijke en loyale courtisane. Bovendien wordt het cliché vermeden dat aan oudere mannen uitgehuwelijkte meisjes per definitie ongelukkig zijn. Paro wordt met grote eerbied behandeld door hem en zijn familie, al weten ze dat ze van tijd tot tijd een soort maanziekte krijgt en als een bezetene naar Devdas roept. Op die momenten moeten ze haar in het huis opsluiten.

De drankzucht van Devdas verergert. Chandramukhi vindt hem soms letterlijk in de goot van Calcutta en neemt hem mee naar haar huis. Hij ijlt en roept om Paro. Uitgeteerd en getormenteerd besluit Devdas naar Paro terug te gaan. Alsof dat zin heeft. Paro is immers getrouwd. Onderweg bezwijkt hij, net als hij haar landgoed bereikt. Omdat niemand weet wie hij is, wordt hij door omstanders op slordige wijze gecremeerd en voor de rest door aasgieren opgevreten. De dood die door de liefde wordt veroorzaakt, is altijd wat morsig.

Typisch Indiaas melodrama? Daar gaat precies de discussie over in de bladen, op televisie, in cafés en op feestjes. Ware, en dus spontane, en dus `moderne' liefde werd tot ver in de jaren vijftig genoeg uitgebeeld als een tragisch noodlot. Liefde leidt tot de dood, dat geheim hadden de Indiërs wel ontdekt.

Niet aan beginnen, was daarom het devies in de daaropvolgende jaren. Je trouwt met degene die door je ouders is uitgekozen en zeurt niet verder. Maar ergens in het begin van de jaren negentig, met de opkomst van een `moderne' middenklasse, begon iets van een sluimerende individualiteit te ontwaken. De jongeren die nu naar de universiteit konden, wilden weleens zelf hun hart aan iemand verliezen. De prettige sensatie van de verliefdheid werd breed uitgemeten, vooral in films. Met een aardige draai, dat wel: in het begin zijn de ouders weerbarstig, maar ze raken ten slotte toch overtuigd van de kracht van de liefde, en stemmen in. Happy end.

Het was een schitterende vondst, maar zo schandelijk gelogen. Want zo gaat dat niet in India, nooit. Kinderen die de ouders overtuigen van de kracht van de liefde? Wat een bespottelijk idee. Kinderen zijn investeringen, huwelijken zijn zakelijke transacties, daar wordt niet mee gedold en gesold. Liefde komt na het door de families gearrangeerde huwelijk, en dat arrangeren kan jaren duren, omdat alle antecedenten zorgvuldig worden onderzocht. Elke kleine familiesmet wordt nagetrokken, tot heel ver in het verleden en tot heel ver in de stamboom. Stel je voor dat een verre achterneef langgeleden een misstap heeft begaan.

Fictie en werkelijkheid liepen in de jaren negentig dus volkomen uit elkaar. Het gaf een prettig gevoel, in de bioscoop, of bij het lezen van een roman. Het recht op een eigen keuze is inderdaad een fraaie gedachte. Maar daarna, beste hindoejongens en -meisjes, terug naar de realiteit!

En nu komt Devdas. De film, het boek. Waarin op nauwelijks subtiele manier wordt gewezen op de fouten die ouders kunnen maken. Waarin hun feilbaarheid wordt blootgelegd. Waarin je beter kunt sterven dan je liefde op te geven. Devdas is voor India wat Wuthering Heights was voor Engeland: dezelfde wreedheid, hetzelfde noodlot, dezelfde tragiek. Met dit verschil dat het verhaal van Emily Brontë betrekking heeft op een maatschappij van 150 jaar geleden en Devdas nog steeds in overeenstemming is met de huidige Indiase werkelijkheid. Alsof S.C.Chatterjee al een eeuw geleden had voorzien dat India in honderd jaar tijd, wat de liefde betreft, niet zou veranderen. Dat liefde tot ver in deze eeuw een tragedie zal blijven. In India heb je één keer lief en als het die ene keer misgaat, ben je dood, morsdood.

ramdas@nrc.nl