Lagere dollarkoers maakt JSF goedkoper

Door de lage dollarkoers hoeft de Nederlanse staat de komende jaren 67,5 miljoen euro minder te investeren in het JSF-project dan verwacht. Dat hebben de ministeries van Defensie en Financiën bevestigd.

Nederland steekt tot 2012 in totaal 800 miljoen dollar in de ontwikkeling van de Amerikaanse Joint Strike Fighter, de beoogde opvolger van het huidige F-16 gevechtsvliegtuig. In de ramingen van Defensie was rekening gehouden met een dollarkoers van 1,15 euro.

Direct nadat de beslissing was gevallen om deel te nemen aan de ontwikkelingsfase van de JSF, heeft de Staat echter op de termijnmarkt dollars ingekocht tegen een vaste koers van 1,06 euro. Dit levert de staat de komende jaren een voordeel van 67,5 miljoen euro op. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Defensie is het gebruikelijk om bij grote projecten het zogenaamde dollarrisico `af te dekken' met termijndollars. De transactie had ook nog voordeliger kunnen uitpakken – de koers van de dollar lag in juli heel even zelfs kort onder die van de euro.Wat de koersverschillen van de dollar op lange termijn voor het JSF-project betekenen, is onduidelijk. In de zogenaamde `business case' voor de JSF is vastgelegd dat het geld dat de staat in de ontwikkeling investeert, in de komende 25 à 30 jaar in zijn geheel moet terugvloeien in de schatkist. Dit gebeurt bijvoorbeeld doordat Nederland korting krijgt als het de JSF uiteindelijk ook koopt.

Ook het bedrijfsleven, dat hoopt op lucratieve orders in ruil voor Nederlandse deelname, betaalt de komende decennia een deel van de investering terug. Aangezien al deze `baten' binnenkomen in dollars, betekent een lagere koers van de munt ook minder inkomsten voor de staat. Toch zal een lagere dollarkoers op termijn gunstig uitpakken. Zo levert een gemiddeld 10 eurocent goedkopere dollar dan begroot aan het eind van de rit 20 miljoen euro voordeel op, zo stelde het kabinet in februari in een brief aan de Kamer.