Documentaire ontleedt de Oostenrijkse ruk naar rechts

Onweer teistert het filmfestival van Locarno, maar binnen wordt het succes van Jörg Haider ontleed, en beleeft de Belgisch/Nederlandse film `Meisje' zijn wereldpremière.

Kun je een internationaal belangwekkend filmfestival organiseren in een stadje met maar een of twee bioscopen? Dat kan, zo blijkt uit de 55ste editie van het Festival Internazionale del film Locarno. Er zijn voorstellingen in congrescentra, theaters, sporthallen en gewoon in de openlucht, 's avonds op de Piazza Grande. Tenminste, als het weer het toelaat. Het Zwitserse Locarno is gelegen in een dal waardoor er buitensporig veel kans is op regen en onweer. Zoals dit jaar. Dan wordt het publiek met bussen naar een van de sporthallen gereden om aldaar in kuipstoeltjes pijn in de onderrug en bioscoopknieën op te lopen.

Maar het gaat natuurlijk om de films. Daar zijn er dit jaar heel veel van. In het tweede jaar dat Irene Bignardi, ex-critica van de Italiaanse krant La Repubblica, het festival leidt is het volume toegenomen. De internationale competitie telt 22 films, dat is nog te overzien. Maar wie ook nog eens het 40 films omspannende retrospectief van pionier Allan Dwan (1885-1981) wil zien, of het programma met artistiek interessante Bollywoodfilms zal veel andere films missen.

Vooralsnog blinkt het afgelopen donderdag geopende festival uit in het Cinéastes du Présent-programma, waarin de meest prikkelende, vernieuwende en geëngageerde producties worden vertoond. Zoals het meerluik Zur Lage. Daarin onderzoeken vier Oostenrijkse regisseurs, waaronder Ulrich Seidl (Hundstage), waarom er zo veel landgenoten gecharmeerd zijn van de rechtse politicus Jörg Haider. De documentaire werd opgenomen tussen november 2000 en oktober 2001 en presenteert zes hoofdstukken waarin Oostenrijks `state of the nation' humorvol, genadeloos en soms onthutsend naar voren komt.

In de proloog vragen een vader en moeder zich af waarom hun zoon op Haider heeft gestemd, dat is toch een grote idioot. Het enige goede van Haider is dat hij de buitenlanders uit Oostenrijk wil gooien, zeggen ze vervolgens droogjes. De drie hoofdstukken die Seidl voor zijn rekening nam zijn goed te herkennen: gestileerd, met veel zwarte humor en net als zijn andere documentaires hoogstwaarschijnlijk in scène gezet. Zoals de slotdialoog tussen een man en vrouw in een kroeg; vuilbekkend, racistisch en gelovend in een joods-Amerikaanse samenzwering tegen Oostenrijk illustreren zij de ruk naar rechts, zoals die zich ook elders in Europa voordoet.

Zondag was de première van de Belgisch/Nederlandse coproductie Meisje, de debuutfilm van de Vlaamse Dorothée van den Berghe, die eerder een aantal korte films maakte waaruit haar talent bleek (Achterland en Bxl minuit). Meisje heeft zo z'n tekortkomingen, de bijrollen zijn karikaturaal of komen niet goed uit de verf, maar de film ontroert in zijn details.

De 18-jarige binnenvetter Muriel verruilt de benauwende provincie voor Brussel en ontvlucht zo haar overbeschermende moeder. Meisje is een portret van vier vrouwen die, hoe oud ze ook zijn, leren dat de weg naar volwassenheid niet over rozen gaat. Van den Berghe laat ze allemaal zowel fysiek als psychologisch naakt zien, en het beeld van de 70-jarige moeder die met uitgezakt lichaam maar zeer waardig een kankeronderzoek ondergaat blijft lang op het netvlies hangen. Evenals de slotscène waarin moeder en dochter zich met elkaar in het kleine bed van Muriel verzoenen. Zelfs een onweersbui brengt geen verkoeling bij zo'n hartverwarmend beeld van uitgestelde intimiteit.