De Tsaar is uitgeregeerd

Hij zwemt met een glimlach op het gezicht van de ene kant van het bassin naar de andere kant. Grijnzend is hij zo van het ene naar het andere record gesneld, van wereldtitels naar titels op Olympische Spelen. Jarenlang was hij op de korte afstanden onverslaanbaar in het water, jarenlang werd de Rus met de mysterieuze glimlach daarom de Tsaar van de sprint genoemd.

Zo onaantastbaar als Alexander Popov zowat een decennium was, is de intussen 30-jarige zwemmer uit Sverdlovsk al lang niet meer. Zijn regeerperiode is verbroken door een lange, slanke Nederlander met de borstkas van een catamaran, Pieter van den Hoogenband. Maar vorstelijk is de stijl van Popov nog altijd. Kenners hebben zijn zwemtechniek al eens poetry in motion genoemd. Hij is en blijft de zwemmer die tot de verbeelding spreekt, al is het alleen maar door de ingebouwde glimlach op zijn gezicht.

Een keer werd die glimlach wreed verstoord. Dat was zo'n zes jaar geleden, toen hij hautain glimlachend door Moskou flaneerde en na een hoogoplopende ruzie door een meloenverkoper uit Azerbeidzjan pardoes werd neergestoken. In het ziekenhuis kwam hij tot inkeer. Hij had zich door het succes laten meevoeren naar een schijnwereld. Hij had mensen om zich heen verzameld die hem op handen droegen omdat zij vooral wilden profiteren van zijn prestaties. Popov besloot zijn vriendenkring drastisch in te perken en zijn levenshouding te veranderen.

In zeker één man bleef hij vertrouwen koesteren: in zijn trainer, vriend en leermeester Gennadi Turedski, een man die het leven tegemoet trad als een bulldozer, zijn hoofd vol gooide met wodka, maar met veel kennis van zaken zwemmers naar de top loodste. Omstreden is Turedski altijd geweest, als het niet door zijn gedrag was, dan toch zeker door de verhalen die de ronde deden over doping. Samen trokken Popov en Turedski naar Australië, om daar een nieuw leven te beginnen, samen hebben ze zich gewapend tegen al die mensen die hen wilden beschuldigen van ongeoorloofde middelen.

`Alexander de Grote', hebben ze hem genoemd. Dat lag voor de hand. Want wie groot en sterk is en Alexander heet wordt al gauw clichématig tegemoetgetreden. Nu Alexander niet meer zo sterk is, en steeds vaker zijn meerdere moet erkennen in jongeren als Van den Hoogenband, vragen de kenners zich af wat de Russische Australiër met zijn leven doet. Is hij nog steeds de fanatieke zwemmer, of is hij slechts een oude zwemmer die geen afstand kan nemen van de sport en de wereld waarin hij ooit zo succesvol was? Voor de medailles en het geld hoeft Popov niet meer te zwemmen. Zijn wagenpark is al groot genoeg, zijn gezin leeft in materiële weelde, zijn hoofd is verzadigd.

De glimlach is gebleven. Misschien is die glimlach wel een getuigenis van innerlijke rust, de rust die niemand hem meer kan afnemen. De rust van een jonge man die uit de armoe van de voormalige Sovjet-Unie is opgestegen na hard werken en hard trainen. Wat hij nu beleeft heeft hemelse proporties. Het leven is mooi, het leven kan niet meer echt stuk, het winnen van een titel of medaille of twee voegt nauwelijks nog iets toe aan de waarde van zijn bestaan. Wat moet het heerlijk zijn, zo te kunnen zwemmen, zo ontspannen een wedstrijd aan te gaan met zwemmers die nog aan het begin staan van een carrière, die nog moeten. Met een glimlach in het water te duiken, het water op je huid te voelen en dan met forse slagen naar de andere kant van het bassin te zwemmen. Is dat niet zaligmakend. Alexander Popov, de Nurejev van de zwemsport, weet het als geen ander.