VREEMDE INSLAGKRATER ONTDEKT ONDER HET SLIB VAN DE NOORDZEE

Britse onderzoekers hebben in de bodem van de Noordzee, ruim 200 kilometer ten noordwesten van Den Helder, een inslagstructuur te hebben ontdekt (Nature 1 augustus). Hij bestaat uit een komvormige krater van drie kilometer diameter en een stelsel van concentrische ringen die het geheel een diameter van 20 kilometer geven. In het middelpunt bevindt zich een piek: het kenmerk van een inslagkrater. De krater zou zijn ontstaan door de inslag van een kleine planetoïde en is nu het meest nabije litteken van zo'n aanval uit de kosmos. De krater ligt echter diep verborgen onder de zeebodem, die daar zelf ongeveer veertig meter diep is.

In het begin van de jaren negentig werd in dit deel van de Noordzee door Arco International Oil and Gas Company naar aardolie en aardgas gezocht. Hierbij werd de bodem met behulp van seismische technieken tot op diepten van vele kilometers `doorgelicht'. De inslagstructuur kwam aan het licht toen twee Britse geologen deze seismische data nauwkeuriger gingen bestuderen. In de kalkgesteenten op meer dan 300 meter diepte ontdekten zij een uit minstens tien ringen bestaande structuur die 60 tot 65 miljoen jaar oud moet zijn.

Als de centrale kom inderdaad een inslagkrater is, behoort hij tot de weinige die intact in de bodem bewaard zijn gebleven. Het meest opmerkelijke is echter het patroon van concentrische ringen: smalle gebieden waar het gesteente als gevolg van tektonische bewegingen is gedaald. Deze bewegingen zouden tijdens de inslag kunnen hebben plaatsgevonden, of pas later na het ontstaan van de krater. Het vreemde is echter dat de ringstructuur zo klein is. Bij andere inslagkraters – op de aarde, de maan en elders – worden zulke ringen alleen bij diameters van 200 kilometer of groter gezien. De onderzoekers speculeren dat de aanwezigheid van zachte kleilagen onder het toch al relatief zachte kalkgesteente hierbij wellicht een rol hebben gespeeld.

Uit de diameter van de centrale krater kan worden afgeleid dat het inslaande object ongeveer 200 meter groot moet zijn geweest. Een planetoïde van deze afmetingen valt gemiddeld om de 10.000 jaar ergens op aarde. De Noordzee was tijdens deze inslag 50 tot 300 meter diep. De inslag zal een reusachtige explosie en een vloedgolf hebben veroorzaakt, maar de omgeving slechts tijdelijk hebben verstoord. Mondiale verstoringen worden pas mogelijk als zo'n planetoïde vele kilometers groot is. Overigens zal het definitieve bewijs dat het om een inslagkrater gaat pas kunnen worden geleverd als in het gesteente ook effecten van schokmetamorfose worden gevonden.