`VdH' blijft zwemmend grenzen verleggen

Het lichaam is geen computer, verre van dat zelfs, al neemt het zelfsturende en -corrigerende vermogen van Pieter van den Hoogenband griezelige vormen aan. Een tijd onder de één minuut 45 was de opdracht waarmee de kopman van de Nederlandse zwemploeg gisteren plaatsnam op het startblok voor de finale van de 200 meter vrije slag, een tijd onder de één minuut 45 (1.44,89) bleek na 4x50 meter ruim voldoende om zijn tweede gouden medaille in ontvangst te nemen bij de Europese kampioenschappen in Berlijn.

Geen zwemmer of zwemster die wereldrecords op bestelling kan leveren, ook Van den Hoogenband niet. Al doet het gemak waarmee de 24-jarige Brabander door het water schiet anders vermoeden. Moeiteloos, ja bijna plichtmatig, dook de tweevoudig olympisch kampioen donderdag in de halve finales onder de tijd waar hij eerder jarenlang tegenaan had gehikt, het Europese record van de gepensioneerde Italiaan Giorgio Lamberti: 1.46,69. Na het slechten van die barrière (1.46,21) brak toen een gelukzalige glimlach door op zijn gezicht een tafereel dat zich gisteren herhaalde na het aanscherpen van zijn eigen Europese record dat hij twee jaar geleden bij de Spelen in Sydney op 1.45,35 had gebracht.

Niet zozeer zijn zesde individuele EK-titel als wel zijn magistrale tijd stemde Van den Hoogenband gisteren tevreden. ,,Ik ben blij dat er na vandaag tenminste twee mensen op aarde zijn die onder de één minuut 45 kunnen zwemmen'', sprak hij met een knipoog naar zijn Australische rivaal Ian Thorpe. Die raffelde de 200 vrij woensdag bij de Gemenebest Spelen in Manchester af in 1.44,71.

Op een verbetering van die tijd leek Van den Hoogenband gisteren lange tijd aan te koersen, nadat hij als een bezetene van start was gegaan. Sterker nog: bij het laatste keerpunt was hij ruim een halve seconde (0,57) sneller dan de de tussentijd, die Thorpe vorig jaar bij de WK in Fukuoka noteerde op weg naar zijn wereldrecord (1.44,06). Een zucht van bewondering ging daarop door de Schwimhalle van de Berlin Arena, waarna Van den Hoogenband zijn bliksemstart alsnog moest bekopen in de laatste vijftig meter en het hem in de slotmeters ,,weer zwart voor de ogen'' werd.

Trainer Jacco Verhaeren maalde naderhand niet om de inzinking van zijn pupil. ,,Bij zo'n tijd is dat niet erg. Wat telt is dat Pieter weer het gevoel heeft dat hij de strijd met Thorpe aankan. Hij maakt weer progressie. Na vorig jaar keek hij toch tegen een achterstand aan. Dat gat is na vandaag tot aanvaardbare proporties teruggebracht. Ik zie deze race dan ook vooral als een aanzet tot wat we bij de Spelen in Athene willen zwemmen.''

Grenzen verleggen is het wezen van de topsport en Van den Hoogenband verstaat die kunst als geen ander. Groot was niettemin zijn opluchting, want: ,,Met m'n grote bakkes had ik natuurlijk wel verwachtingen gewekt en mezelf onder druk gezet. Achteraf had ik een beetje spijt van mijn uitspraken.'' Spijt van zijn krachtsexplosie in de eerste 150 meter, met een terugval tot gevolg, had hij daarentegen niet. ,,Ik ben een ander type zwemmer dan Thorpe en deel mijn races dus anders in. Hard afgaan past bij beter bij een sprinter dan bij een stayer. Al sluit ik niet uit dat ik mijn tactiek in de toekomst zal aanpassen.''

Het berekenende machtsvertoon, twee dagen na zijn zege op het koningsnummer (100 vrij), tekent vooral de mentale vooruitgang die het wonderkind van de Nederlandse topsport heeft geboekt sinds hij vorig jaar, bij de WK in Japan, vier opeenvolgende nederlagen leed. Dat mocht en zou hem, de zwemmer met de natuurlijke aanleg en souplesse alsmede een ijzeren discipline, nimmer meer overkomen, beloofde Van den Hoogenband bij thuiskomst in Eindhoven.

Een keertje verliezen is tot daaraan toe. Maar verslagen worden door een minder getalenteerde concurrent tijdens een groot internationaal toernooi, zoals in Fukuoka op de 100 vrij gebeurde toen een ontketende Amerikaan (Anthony Ervin) hem in de slotmeters met een vingerlengte aftroefde? Dat nooit meer.

Een dergelijke schlemielige nederlaag zal hem ook niet zo snel meer overkomen, meent Verhaeren. Zijn pupil nadert immers de perfectie. Zowel zijn start- als keerpunten, jarenlang de relatief zwakke onderdelen in het repertoire van Van den Hoogenband, zijn aanmerkelijk verbeterd. Tel daarbij zijn toegenomen kracht en gewicht (plus drie kilogram) en Verhaeren ontkomt niet aan de conclusie dat ,,deze Pieter veel beter is dan de Pieter die in Sydney twee keer op de Olympische Spelen toesloeg''.

Komend najaar stapt Van den Hoogenband in het vliegtuig en reist hij van hot naar her om deel te nemen aan het financieel lucratieve wereldbekercircuit op de kortebaan (25 meter). Doel is zoveel mogelijk wedstrijdritme en -vertrouwen op te doen met het oog op eerst de wereldkampioenschappen langebaan (50 meter) in Barcelona (2003), en vervolgens de Olympische Spelen in Athene (2004).

In de aanloop naar het olympisch toernooi wenst Van den Hoogenband weinig tot niets meer aan het toeval over te laten en mede daarom stelde hij vorig najaar een manusje-van-alles aan in de persoon van Aad van Groningen. Die ontpopt zich sinds de EK kortebaan in België als een onbaatzuchtige steun en toeverlaat voor wie niets te veel of te dol is: hij is vriend, chauffeur, tassendrager, vertrouwenspersoon, lijfwacht en privé-secretaris. Zodat zijn werkgever zich slechts hoeft te bekommeren om hetgeen hij het beste kan: hard zwemmen.

Het mag een tikje overdreven overkomen, zeker in het geval van een zwemmer. Maar Van den Hoogenband beseft als geen ander dat topsport het uitsluiten van toevalligheden is.