Telefoontaps als bewijsmateriaal berusten op drijfzand

Het gerechtshof van Breda veroordeelde deze week de Koerdische zakenman Baybasin tot levenslang wegens moord en drugshandel. Het bewijsmateriaal bestond vrijwel geheel uit afgeluisterde gesprekken, maar volgens deskundigen is er geknoeid met de taps.

,,Namaak en echt zijn niet meer van elkaar te onderscheiden'', zegt Martien Kuylman. Hij heeft het over gesprekken die door de politie worden afgeluisterd, en over de technologische hulpmiddelen bij justitie om die gesprekken op echtheid te beoordelen. Kuylman ontwierp het digitale tapsysteem dat bij de Amsterdamse politie wordt gebruikt. Met digitaal afgeluisterde gesprekken is volgens hem vrij makkelijk te knoeien en het resultaat is haast niet van echt te onderscheiden.

Deze week veroordeelde het gerechtshof in Den Bosch de Koerdische zakenman Huseyin Baybasin (46) tot levenslang. Baybasin zou leiding hebben gegeven aan een criminele organisatie die in drugs handelde, moorden pleegde en mensen gijzelde. Het bewijs in de zaak was hoofdzakelijk gebaseerd op circa zesduizend afgeluisterde telefoongesprekken van Baybasin, gevoerd tussen september 1997 en zijn arrestatie in maart 1998. Baybasin, die heeft toegegeven tot 1984 in de heroïnehandel te hebben gezeten, heeft de nieuwe

aantijgingen altijd ontkend en houdt vol dat er met de taps is geknoeid.

Zijn advocaat probeerde tijdens het proces te bewijzen dat het bewijsmateriaal niet deugde. Hij beriep zich op onderzoek van Martien Kuylman en Hans van de Ven, zelfstandig werkzaam op het gebied van lawful interception technologies en twaalf jaar medewerker signaalanalyse voor de Militaire inlichtingendienst (MID). Zij onderzochten een aantal van de tapgesprekken door middel van signaalanalyse en concludeerden dat er ,,duidelijke aanwijzingen'' waren dat er mee was geknoeid. De advocaat verdenkt de Turkse geheime dienst ervan verantwoordelijk te zijn voor de manipulaties. Baybasin is mede-oprichter van het

Koerdisch parlement in ballingschap.

Het Bredase hof baseerde zijn uitspraak op de bevindingen van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). Volgens de deskundige van het NFI die in deze zaak is geconsulteerd, zijn er ten aanzien van de afgeluisterde gesprekken ,,geen indicaties aangetroffen die steun geven aan de stelling dat

er van manipulatie sprake zou zijn''. De betreffende deskundige was niet voor commentaar bereikbaar.

Kuylman en Van de Ven vonden aanwijzingen voor manipulatie. Kuylman onderzocht onder meer de `signaalruisverhouding' van een van de gesprekken. Op een opname is een verschil te constateren tussen het moment dat niemand iets zegt en iemand begint te spreken. Deze signalen zijn bij een mobiele telefoon anders dan bij een vaste telefoonverbinding. Op een volgens justitie afgeluisterd gsm-gesprek vond Kuylman een signaalruisverhouding, die hoort bij een vaste telefoon. Ook andere bevindingen suggereerden dat ermee gerommeld was.Hoe kan het dat het NFI geen aanwijzingen heeft gevonden dat er met die gesprekken is geknoeid? Kuylman: ,,Degene die bij de NFI onderzoek heeft gedaan is Neerlandicus en linguïst. Hij heeft in tegenstelling tot ons, geen signaalanalyse gedaan, maar het materiaal alleen op zijn gehoor onderzocht. Daarmee had je twintig jaar geleden kunnen volstaan, maar nu niet meer.''

Volgens Van de Ven kán het NFI dit onderzoek ook niet doen. ,,Ze hebben er de apparatuur niet voor in huis, noch beschikken ze over de noodzakelijke expertise om digitale manipulaties van afgeluisterde gesprekken te ontdekken.'' Daarvoor is dan ook ooit een samenwerkingsverband opgericht tussen de inlichtingen- en opsporingsdiensten. Dat samenwerkingsverband heet Operationele Aanpak en dateert van 1992. Toen klopte het toenmalige gerechtelijk laboratorium aan bij de inlichtingendiensten met bandjes waarmee ze niet uit de voeten konden. Van de Ven: ,,Met onze technieken hebben wij toen die bandjes zo bewerkt, dat ze te gebruiken waren''. Tot beider verbazing is het materiaal in de zaak-Baybasin nooit bij Operationele Aanpak terechtgekomen, terwijl daar alle faciliteiten aanwezig zijn. Kuylman: ,,In mijn rechtsbeleving is het te grijs voor woorden dat een rechter kan zeggen: omdat het NFI zegt dat het niet kan, kan het ook niet''.

Volgens Van de Ven is het tapmateriaal in de zaak-Baybasin ,,verschrikkelijk amateuristisch in elkaar gezet''. Desondanks merkte het NFI daar niets van. Kuylman is ervan overtuigd dat ook hij het NFI materiaal kan leveren waarmee is geknoeid, zonder dat iemand daar dat kan aantonen.

Een argument van de rechter was ook dat manipulatie onwaarschijnlijk was, ,,gelet op de praktische uitvoerbaarheid van manipulatie van de zeer grote hoeveelheid gesprekken als in onderhavige strafzaak''. Volgens Kuylman en Van de Ven denken veel mensen echter ten onrechte dat het ontzettend ingewikkeld is om gesprekken te manipuleren. Er heerst volgens beiden een ,,dramatisch'' geloof in de waarheidsgetrouwheid van de tap, ook onder rechters. Van de Ven: ,,Demystificatie van het tapproces is hoognodig.'' Kuylman: ,,Tapmateriaal heeft een heel andere kwaliteit dan bijvoorbeeld DNA-materiaal. Met de huidige stand van zaken zou tapmateriaal alleen als ondersteunend bewijs gebruikt mogen worden. Maar na Van Traa is er een schromelijke overwaardering van taps ontstaan.''

Van de Ven noemt het een misser van justitie dat de technologische beveiliging van tap-proces niet is geregeld. ,,Bij banken is de overdracht van informatie, zelfs bij geldautomaten, veel beter beveiligd dan in het tap-proces, waarbij de overgedragen informatie wordt gebruikt als juridisch bewijs.''

Beide techneuten voorzien ernstige problemen voor de toekomst wanneer Internet getapt gaat worden. Het moet een peuleschil zijn bij iemand op de computer in te breken, zodat het lijkt alsof hij kinderporno heeft gedownload. Kuylman: ,,Dan trek je je spoorloos terug en geef je justitie een seintje van, moet je eens bij die viezerik op de computer gaan kijken.'' Om het voor justitie nog moeilijker te maken kun je ook makkelijk de schijn wekken dat iemand op afstand in je systeem is geweest en daar heeft gerommeld.

Volgens Van de Ven en Kuylman zit het openbaar ministerie met ,,een vreselijk probleem''. Van de Ven: ,,Je zit op een raar breekpunt, opeens is duidelijk dat de bewijsvoering in veel strafzaken is gebaseerd op drijfzand.'' Kuylman: ,,Als deze zaak gaat kantelen, dan kantelt negentig procent van de strafzaken''. En dat terwijl ,,het technisch prima te doen is om met de huidige middelen het tapproces goed te beveiligen.''