Recept voor geweld

Niet alle mishandelde kinderen vertonen op latere leeftijd agressief gedrag. Waarom was niet duidelijk, tot deze week. Vooral degenen met een `lui' maoa-gen zijn geneigd tot asociaal gedrag en moorden.

Het is een recept voor een gewelddadig leven: mishandeling in de jeugd én een `luie' variant van het zogeheten MAOA-gen, dat actief is in de hersenen. Juist deze combinatie leidt opmerkelijk vaak tot een leven waarin wordt gestolen, gevochten, vernield, verkracht of gemoord. Dat blijkt uit onderzoek van Britse, Amerikaanse en Nieuw-Zeelandse wetenschappers (Science, 2 aug).

``Dat het verband zo sterk was, heeft ons verrast'', zegt prof.dr. Terrie Moffitt desgevraagd. Moffitt is hoogleraar sociaal gedrag en ontwikkeling aan de universiteit van Londen en leider van de studie. ``Alle andere combinaties bleken veel minder tot gewelddadig gedrag te leiden'', zegt ze. Mannen die in hun jeugd waren mishandeld, maar een actief MAOA-gen hadden, pleegden op latere leeftijd veel minder misdaden. Met andere woorden: een actief MAOA-gen beschermt kinderen in zekere zin tegen de negatieve gevolgen van mishandeling. ``Dat is misschien wel de belangrijkste vinding van deze studie'', zegt Moffitt. ``Het was tot op heden onduidelijk waarom sommige mishandelde kinderen op latere leeftijd wel gewelddadig worden, en andere niet. We hebben nu een mogelijke verklaring gevonden.''

dood spoor

Het is voor het eerst dat wordt aangetoond hoe de omgeving en een gedragsgen in combinatie iemands lot bepalen. De Britse psychologe vertelt dat het onderzoek lange tijd op dood spoor zat. Het onderzoek richtte zich op 442 mannen, allemaal in 1972 geboren in een dorpje in Nieuw-Zeeland. De eerste twintig jaar van hun leven zijn ze zo'n beetje elke twee jaar getest op medische en psychologische parameters. ``Het onderzoek richtte zich dus niet alleen op verkrachters of moordenaars, zoals vaak het geval is. Het geeft een doorsnede van een dorpsgemeente'', zegt Moffitt. ``We verdeelden de groep van 442 mannen in tweeën: degene die wel en niet gewelddadig waren. Daarna bekeken we hun MAOA-gen. Maar dat leverde weinig op. Achteraf bleek onze verdeling niet fijnmazig genoeg'', zegt Moffitt.

De onderzoekers richtten zich juist op het MAOA-gen omdat het bij de mens het tot nu toe enige bekende gen is dat een verband vertoont met agressief gedrag. Dat verband werd in 1993 ontdekt door de Nijmeegse geneticus prof.dr. Han Brunner. Hij onderzocht een familie waarvan met name de mannen sporadische uitbarstingen van extreem gewelddadig gedrag vertoonden. Zij bleken een fout in hun MAOA-gen te hebben – het gen codeert voor het enzym monoamine oxidase A. Door de genetische fout maken zij het enzym niet, of nauwelijk, meer aan. Met grote gevolgen, legt Moffitt uit. Monoamine oxidase A werkt met name in de hersenen. Daar breekt het stoffen als serotonine, dopamine en noradrenaline af, die boodschappen doorgeven van de ene zenuwcel naar de andere. ``In stressvolle situaties komen deze stoffen vrij'', zegt Moffitt. ``Maar als de stress voorbij is, moeten ze weer worden afgebroken.'' Dat gebeurt normaal door monoamine oxidase A. Maar als het enzym niet wordt aangemaakt, zo luidt de theorie, worden stoffen als noradrenaline en serotonine niet afgebroken. De hersenen blijven als het ware in de `stress-stand' staan. En dat kan leiden tot agressief gedrag. Het doet zich met name bij mannen voor, omdat het MAOA-gen op het X-chromosoom ligt. Mannen hebben daarvan maar één exemplaar in al hun cellen, vrouwen twee. Als bij een vrouw het ene MAOA-gen een fout bevat, kan het andere toch nog goed zijn en het effect van het foute gen teniet doen. Bij mannen gaat dat niet op.

De genafwijking van de Nederlandse familie is zeer zeldzaam. Moffitt en collega's onderzochten een veel vaker voorkomende variatie. Alle 442 mannen hebben een werkend MAOA-gen. Maar de ene heeft een `luie' variant, en de andere een `actieve'. Iemand met een luie variant maakt 2 tot 10 keer minder enzym aan, vergeleken met iemand die de actieve variant heeft. Binnen de Kaukasische populatie heeft eenderde van alle mannen de luie variant, tweederde bezit de actieve variant.

Moffitt kan zich herinneren dat iemand op een gegeven moment voorstelde om de 442 mannen verder te verdelen in een groep waarvan de mannen in hun jeugd mishandeld waren, en een groep waarbij dat niet het geval was. ``Dat was een gouden greep'', zegt ze. Mishandeld wil volgens haar zeggen: afgewezen door de moeder, verzorgd door wisselende vaders, fysiek mishandeld met verwondingen als gevolg, of seksueel misbruikt. De wetenschappers maakten ook nog een groep `ernstig mishandeld' – een langdurige combinatie van genoemde factoren.

De onderzoekers `scoorden' het gedrag van de mannen op vier manieren. Ze stelden gedragsstoornissen vast, op basis van het handboek Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-IV). Die stoornissen zijn bijvoorbeeld diefstal, liegen, vernielen van andermans eigendom, voortdurend vechten, fysiek geweld tegen dieren. Ze keken daarnaast ook naar het aantal veroordelingen voor crimineel gedrag – overval, roof, verkrachting, geweld in eigen huis, moord. De 442 mannen werd op 26-jarige leeftijd ook nog een psychologische test afgenomen, waarbij hun `neiging tot geweld' in kaart werd gebracht. En de onderzoekers verzamelden uitspraken over de mannen bij mensen die door deze mannen omschreven werden als `iemand die me goed kent'. Met name het antisociaal gedrag werd opgetekend.

Van de 442 mannen vielen er 13 binnen de combinatie `lui MAOA-gen en ernstig mishandeld in de jeugd'. Van die groep vertoonde 85% op latere leeftijd gedragsstoornissen en 30% was wel eens veroordeeld. Binnen de groep `actief MAOA-gen en ernstig mishandeld in hun jeugd' (20 mannen) lagen die percentages op respectievelijk 40 en 20%, bijna de helft dus van de groep met een lui MAOA-gen. De groep `lui MAOA-gen en mishandeld in de jeugd' (42 mannen) kwam uit op 35% en 25%. De groep `actief MAOA-gen en niet mishandeld in de jeugd' kwam uit op 25 en 10%. Hieruit blijkt dat zowel mishandeling als een lui MAOA-gen niet alle gewelddaden verklaren. Er spelen meer genen een rol, hoewel die bij de mens nog niet bekend zijn.

medicijn

Volgens Moffitt zou het aantal personen met gedragsstoornissen met maar liefst 20% kunnen afnemen door óf kindermishandeling tegen te gaan, óf mensen met een lui MAOA-gen een medicijn toe te dienen dat de werking van het enzym nabootst. ``Maar zo'n medicijn is er nog niet.'' Het effect van deze maatregelen op het aantal gewelddaden is zelfs nog groter, zegt Moffitt. ``De mannen die in hun jeugd zijn mishandeld en een lui MAOA-gen hebben, maken 12 procent van het cohort uit, maar ze waren verantwoordelijk voor 44 procent van alle veroordelingen.''

De studie richt zich alleen op Kaukasische mannen. Dat is een nadeel, geeft Moffitt toe. Hoe het bij ander rassen zit, is nog niet onderzocht. Bovendien was de onderzochte groep betrekkelijk klein. Daarom moet de studie herhaald worden, met grotere groepen en andere rassen.

Moffitt ziet er wel wat in om opgevangen, mishandelde jongens te screenen op het MAOA-gen. ``Aan degene met een luie variant zou je speciale aandacht moeten besteden.'' Ze kan zich zelfs voorstellen dat zo'n test ooit in sommige sollicitatieprocedures wordt gebruikt. Er zijn genoeg beroepen waarbij je stress-bestendig moet zijn: militair, politie-agent, brandweerman. Degene met een actief MAOA-gen zouden daarvoor wellicht beter geschikt zijn. Als wetenschappers naast het MAOA-gen nog andere genen vinden die samenhangen met stressbestendigheid, zou je volgens Moffitt best een soort genetische traumatest kunnen maken. ``Als je daarmee de juiste mensen kunt selecteren voor een bepaald beroep, vind ik zoiets verdedigbaar.''