Melkert foute man bij Wereldbank

De voorgestelde benoeming van de publiek en politiek in ongenade gevallen Ad Melkert tot Nederlands bewindvoerder bij de Wereldbank onderstreept dat het nieuwe kabinet vooralsnog een visie ontbeert terzake van ontwikkelingssamenwerking. De Lijst Pim Fortuyn (LPF) heeft een gouden kans laten liggen door niet te opteren voor Ontwikkelingssamenwerking. Het taboe rondom de onaantastbare zak met ontwikkelingsgeld – die men jaarlijks nauwelijks zinvol kan besteden – moet hoognodig worden doorbroken. Waar CDA en VVD vooral het percentage van het Bruto Nationaal Product, respectievelijk 0,8 en 0,7 procent voor Ontwikkelingssamenwerking onderstreepten, stond in het LPF-programma dat de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking kritisch moeten worden bekeken op hun effectiviteit.

Ontwikkelingssamenwerking – in de jaren vijftig begonnen als een bijdrage aan UNICEF, het kinderfonds van de Verenigde Naties – is inmiddels geworden tot een kwantitatieve stoplap van het Nederlandse solidariteitsgeweten. In de laatste dertig jaar heeft ontwikkelingssamenwerking naar schatting zo'n 200 miljard euro aan belastinggeld gevergd. De oorspronkelijke notie van eindigheid van de hulp is onder PvdA-bewindslieden niet gehonoreerd.

Tanzania is een treffende illustratie van wat Fortuyn het hulpbeleid van de linkse kerk zou noemen. Het land kan al dertig jaar op ononderbroken Nederlandse hulp rekenen, in totaal zo'n 1 miljard gulden. De Tanzaniaan hoeft van tijd tot tijd slechts `Ujaama' te roepen om zich verzekerd te weten van continuering van de Nederlandse hulp, zei een kritische ontwikkelingshelper onlangs.

Het is de vraag of Melkert – de vroegere NOVIB-medewerker – afstand zal nemen van het verpolitiekte ontwikkelingshulpbeleid. Ook tasten we in het duister over de visie van de nieuwe minister van Financiën met betrekking tot ontwikkelingssamenwerking – nota bene, hij is degene die de nieuwe bewindvoeder moet instrueren over het beleid dat de Wereldbank terzake moet voeren. En last but not least is nog niets bekend over het beleid dat de nieuwe staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking voor ogen staat.

De ernstige mate van hulpverslaving die de ontwikkelingssamenwerking kenmerkt, kluistert de armen in een vorm van afhankelijkheid die zelfs op het hoogtepunt van het kolonialisme discutabel was. Waar blijft de Multatuli die deze gratuite vorm van neo-kolonialisme, zonder veel rendement, aanklaagt? Het is de hoogste tijd om subsidie-afhankelijke en anoniem opererende multilaterale organen als de Wereldbank – waar eindigheid van de hulp niet ter discussie staat – kritisch door te lichten. Zij zijn verworden tot in zichzelf verankerde instituten met als belang de kredietvraag van ontwikkelingslanden in stand te houden. Aldus zijn zij mede schuldig aan hun almaar oplopende schuldenlast.

Om deze trend te keren is een professionele bankier nodig, geen ambtenaar of politicus als Melkert. Een bankier die kan toetsen of privatisering van de multilaterale organen mogelijk is, en welk doel allerlei fancy programma's dienen.

Nederland heeft vele miljoenen geïnvesteerd in Wereldbank en zijn Aziatische/Afrikaanse en Latijns Amerikaanse pendanten. De moeilijk controleerbare vlucht in dergelijke imponerende instituten is ver doorgeschoten. Een instituut als de in 1970 opgerichte Nederlandse Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO) heeft zich de laatste tien jaar in toenemende mate georiënteerd op Wereldbankorganen, met als keerzijde een volledige vervreemding van het Nederlands bedrijfsleven. Zij moet weer tergkeren naar waarvoor zij is opgericht: de bevordering van Nederlandse joint ventures in ontwikkelingslanden. Het is een anomalie dat het Nederlandse midden- en kleinbedrijf, eminent geëquipeerd voor relaties met bedrijven in arme landen in tegenstelling tot vroeger Nederlandse kredietmogelijkheden ontbeert.

De Nederlandse prioriteit op het terrein van ontwikkelingssamenwerking moet niet bij anonieme multilaterale organen liggen. In plaats daarvan moeten Nederlandse niet-gouvernementele organisaties samen met het bedrijfsleven initiatieven ontwikkelen ter ondersteuning van en in samenwerking met die landen vanwaaruit dagelijks mensen vertrekken op zoek naar een betere toekomst. Een substantieel deel van de begroting voor ontwikkelingssamenwerking zou voor dat doel gebruikt moeten worden.

Zo'n beleid gaat hulpverslaving tegen. Een eventuele – ondoordachte politieke – benoeming van Melkert past niet in dit beleid.

Drs. M. van der Schaft is oud-directeur van de Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden en was daarvoor werkzaam bij de Aziatische Ontwikkelingsbank.