Liefde

Het is de tijd van rondjes rijden rond de kerk. Het volk juicht en feest als de Tourhelden voorbij komen. De renners doen alsof ze aan een klassieker, misschien wel aan een bergetappe begonnen zijn. Ze zweten onder hun pothelmen, zoals het hoort. Verder houden ze zich keurig aan de afspraken. Ludo Dierckxens mag de laatste drie ronden in Aalst voorop rijden, maar natuurlijk wint Robbie McEwen. Een dag later is het de beurt aan Serge Baguet want in Geraardsbergen woont nog veel werkvolk en arbeiders willen een winnaar naar hun beeld en gelijkenis. Het is allemaal te regelen. Wielrenners zijn niet te beroerd om zich te onderwerpen aan hogere machten.

In Nederland gingen de overwinningen uiteraard naar Armstrong, Dekker en Boogerd. Dat Richard Virenque in St. Nazaire zou winnen, lag eveneens voor de hand: zijn overgrootvader was een kind van de streek. Criteriums zijn de hoogmis van de leugen. Voor de wedstrijd nemen makelaars, managers en renners het scenario zorgvuldig door. De één mag demarreren, de ander mag winnen, een derde moet zogezegd lek rijden - het staat allemaal op voorhand vast. Het volk zit er niet mee, het volk wil bedrogen worden. Het gaat op die avonden ook niet om de koers, het gaat om de aanraakbaarheid van de helden. Om petjes en handtekeningen, om oogcontact.

Als wedstrijden van hogerhand vervalst mogen worden, waarom zouden renners zich dan nog houden aan reglementen, erocodes en dopingcharters? Of is er in de wielerwereld sprake van ethiek met twee snelheden? Dat de burgemeester van Stiphout liever met Armstrong op de foto staat dan met Karsten Kroon kan ik begrijpen. Persoonlijk gloriëer ik ook liever naast Claudia Schiffer dan naast Vanessa. Maar geef tenminste het arrangement toe. Sta daar dan niet als een domme aap te juichen voor de onsterfelijke schoonheid van een millimetersprint die er geen was.

Niet de waarheid, de pret van het volk heeft het primaat. Over combines in de criteriums lees je weinig in de anders zo kritische pers. Over gekonkel in klassiekers trouwens ook niet. Daarom stoort het mij dat het hele wielerjournaille nu zo hartstochtelijk over Edita en Raimondas Rumsas valt. Tricheurs hors catégorie, jawel, maar wie is dat dan niet in onze zo geliefde wielersport?

Terwijl haar man aan een van de betere Toscaanse stranden ligt, zit Edita Rumsas in Frankrijk in de gevangenis. Mijn liefde voor haar wordt met het uur groter. Ik zie nu weer haar foto in de krant. Een vrouw met ingevallen jukbeenderen en hele dunne haren. Niet wat je zegt: een stuk. Misschien is ze wel gebouwd op ontbering. Maar het hart is groter dan haar land. De liefde voor Raimundas kan niet op.

Hoe zou het gegaan zijn?

Raimondas belt: ,,Schat, de tweede lading bergen komt er aan, kun je mij wat spul brengen? Ik heb een goede kans op een podiumplaats en dat is wel kassa voor ons gezinnetje.'' Edita die het met een krap budget moet redden, denkt na en duikt het schuurtje in waar ze anders nooit mag komen. Daar ontwaart ze een mega-apotheek. Omdat de wegentaks in Frankrijk duur is, besluit ze: ik kan maar beter de hele boel inladen. Drie keer naar de Alpen rijden en weer terug schiet niet op.

Edita gaat op weg. Raimondas aan de telefoon: ,,Je mag natuurlijk niet in het hotel komen. De muren hebben ogen en oren tijdens de Tour. En Lampre Daikin is toch al door de Franse justitie verdacht, na het positieve plasje van Dierckxens een paar jaar geleden.''

Ze spreken af op een geheim gehouden plek. Om drie uur 's nachts. De renner neemt zijn gerief en verdwijnt weer. Hij roept zijn vrouw nog na: ,,Wel in de buurt blijven, maar je niet in een hotel laten zien. Blijven rondrijden. Als het te zwaar wordt, leg je je maar op de achterbank.'' Edita hobbelt vijf dagen door Frankrijk. Doelloos, bang, alleen. Na de tijdrit ziet ze dat het goed is. Raimundas hoeft niet meer bij te tanken - ze kan met het winkelje naar huis.

In Chamonix stort haar wereld in. Ze wordt opgesloten en op secreet geplaatst. Raimundas zegt in La Gazetta dello Sport dat zijn vrouw heel veel uit te leggen heeft. Verder laat hij de ambassadeur van Litouwen het vuile werk doen. Edita wil haar man niet verraden. Voorlopig zwijgt ze in alle talen. Alleen als het met de drie kinderen slecht zou gaan, zal ze spreken.