Kaalslag

Ze zit, 88 jaren oud, met de duim in de mond op een bankje in het verzorgingshuis voor mensen die, zoals Simon Carmiggelt het ooit zo mooi omschreef, `geestelijk verdampt zijn tot een aquarel van Thijs Maris'.

Als haar dochter vraagt wie zij voor zich heeft, antwoordt zij raadselachtig: ,,De mevrouw van de pakjes.'' Of ze noemt haar `Thea', naar haar beste vriendin, die al jaren dood is. Soms gaat haar kamerdeur open en informeert een keurig geklede oude heer op verwilderde toon of iemand zijn vrouw recent heeft gezien. Een tevergeefse, dagelijkse tocht, want hij is al twintig jaar weduwnaar.

De dochter zorgt altijd voor een gebakje of een ijsje, een geschenk dat ze zonder commentaar in ontvangst neemt. De krant leest ze niet meer, ze kijkt geen tv. Toch is er in dat op drift geraakte universum van haar geest nog één intact gebleven perkje: kruiswoordraadsels. Op betere dagen borrelen de antwoorden omhoog als luchtbellen in een aquarium. ,,Een open plek in het bos'', piekert haar dochter. ,,Acht letters.'' Moeder kijkt op. ,,Een kaalslag.'' En dan, met een flauwe glimlach: ,,Je wordt toch niet demént?''