In mineur of majeur, maar altijd stampend

Pablo en Marcelino zingen in de straten van Amsterdam Ecuadoraanse liedjes over liefde en heimwee. `Ik wil sparen en mijn studie in Quito afmaken.'

Voordat hij straatmuzikant werd, was Pablo Hernández (29) zeven jaar onderwijzer op een lagere school in Quito, de hoofdstad van Ecuador. ,,Het was de slechtst betaalde baan ooit'', zegt hij, nippend aan een kopje thee op een terrasje aan een Amsterdamse gracht. ,,Ik verdiende 100 dollar per maand.''

Zijn muzikale compañero Marcelino Peralta (25), ook aan de thee, studeerde voor etnomusicoloog, maar moest afhaken toen de universiteit in Quito het collegegeld plotseling fors verhoogde. Daarna werkte hij als bouwer van muziekinstrumenten, maar uiteindelijk vertrok hij naar Nederland. ,,Je kunt hier veel meer verdienen'', zegt Marcelino. ,,Ik wil sparen en mijn studie in Quito afmaken.''

De landgenoten liepen elkaar pas aan deze kant van de oceaan tegen het lijf. Pablo had een oude gitaar bij zich, Marcelino een collectie (pan-)fluiten. Marcelino heeft inmiddels heimwee en wil het liefst aan het einde van het jaar weer terug naar Ecuador. Pablo wil voorlopig hier blijven ,,totdat ik me financieel zekerder voel''.

Het eerste probleem in Nederland, vertelt Pablo, was de taal. ,,Een onoverkomelijke barrière.'' Engels spreken doet het tweetal nauwelijks. Probleem nummer twee: het klimaat. Niet alleen hebben ze fysiek last van de kou, in de winter kan er niet op straat worden gespeeld. ,,Dan gaan we borden wassen in restaurants'', zegt Pablo.

Maandelijks verdienen ze elk tussen de 600 en 700 euro. Ze hebben allebei een eigen kamer in het centrum van Amsterdam. Na aftrek van de huur houden ze per man nog ongeveer 350 euro over. Een deel daarvan gaat in een oude sok. De rest is om van te leven.

In de zomer staan ze, als het mooi weer is, elke dag op straat. Meestal op de geijkte plekken: Rembrandtplein, Leidsche Plein en de Nieuwmarkt. Soms, als het regent, gaan ze naar Utrecht en zoeken ze de beschutting van winkelcentrum Hoog Catharijne.

Pablo en Marcelino nemen hun muziek heel serieus. Aan het einde van elke ochtend komen ze samen om het programma van die dag door te nemen. Pablo zingt in zijn eigen tijd het liefst liedjes in de stijl van de nueva troba, een Cubaanse muziekstroming, die zich kenmerkt door mierzoete, poëtische liederen. Maar door het straatrumoer is het ten gehore brengen van deze zachte en rustige muziek onbegonnen werk. Daarom spelen ze meestal Ecuadoraanse liedjes. Soms in mineur, dan weer in majeur, maar altijd met een stampend ritme.

Rond een uur of twaalf gaan ze de straat op. De concurrentie onder muzikanten is daar groot. ,,Maar wij houden het altijd vriendschappelijk'', zegt Pablo. Dit in tegenstelling tot `accordeonisten' ,,die nooit respecteren dat een ander er eerder stond''. Pablo en Marcelino blijven ongeveer een kwartier bij elk terras staan. Per terras vangen ze meestal tussen de 6 en 11 euro.

Alle liedjes die ze zingen gaan over liefde en heimwee. In de trant van: `Jij bent mijn lief, mijn geluk, mijn schat, mijn enige genoegen en mijn illusie.' En: `Alles wat ik wou, heb ik ver achter me moeten laten'.

Vierde deel in een serie over de economie van de straat. Eerdere delen verschenen op 5, 18 en 26 juli en zijn te lezen op www.nrc.nl