Hoerenlopers plassen Stalin weg

De prostituees en hoerenlopers in Den Haag moeten het binnenkort stellen zonder het toeziend oog van de Russische oud-dicator Josef Stalin. Een verloederd kunstwerk met een buste van de communistische leider krijgt een nieuwe plek in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Nu staat het werk van het Russische kunstenaarsduo Vitaly Komar & Alex Melamid nog in de Geleenstraat in de rosse buurt van Den Haag. De sinds 1977 in New York woonachtige artiesten stonden in de jaren '70 en '80 bekend om hun tegen het communistische regime in de Sovjetunie gerichte kunst. Volgens stadsconservator Roel Arkesteijn vormen Komar en Melamid een internationaal gerenommeerd artiestenkoppel.

De bronzen buste van Stalin, uitgevoerd in sociaal-realistische sovjetstijl, staat op een sokkel in een oude grijze telefooncel en was bij de plaatsing in 1986 voorzien van draperieën en een schemerlamp. Het beeld kreeg bovendien dagelijks een verse haring, omdat de dictator bekend stond als een liefhebber van deze vis.

De exploitanten van de prostitutiestraat waren in eerste instantie verguld met de komst van het beeld. Later kwam de klad erin. De ruiten van de cel sneuvelden één voor één, de draperieën verdwenen en de Stalincel werd gebruikt als afvalbak en openbaar toilet. ,,Nu is het een total loss beeld'', zegt Arkesteijn, die in dienst is van het Gemeentemuseum.

Arkesteijn omschrijft het kunstwerk als zeer belangrijk voor Nederland. Buiten het beeld van Stalin in Den Haag zijn er volgens hem geen andere werken van Komar en Melamid in ons land. ,,Het beeld is uniek en heeft vele betekenissen. Het zou zonde zijn als het zou verdwijnen, en die dreiging was er'', zegt de conservator. ,, Gelukkig ziet de cultuurafdeling van de gemeente ook het belang. Zij betalen de kosten van het opknappen.''

Binnenkort wordt het kunstwerk uit de Geleenstraat weggehaald. Het ondergaat een grondige renovatie, die hoogstwaarschijnlijk wordt begeleid door Komar en Melamid. Half december moet de renovatie van het kunstwerk klaar zijn. Het beeld komt in of bij het Gemeentemuseum te staan en, zo verzekert Arkesteijn, krijgt dan dagelijks een verse haring.