Historisch Nederland

Onder de pakkende titel `Waar is toch historisch Nederland' doet historicus Cor van der Heyden in Wetenschap & Onderwijs van 23 juni j.l. verslag van een onderzoekje in de drie voornaamste Nederlandstalige historische tijdschiften naar de herkomst van de auteurs. Over het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis (TvSG) wordt meegedeeld dat zes van de zeven artikelen in de laatste twee nummers (nr 4 van 2001 en nr 1 van 2002) van Vlaamse hand waren. Een verklaring heeft Van der Heyden ook al: de Nederlanders schrijven liever in Engelstalige tijdschriften dan voor hun eigen publiek omdat die hoger worden aangeslagen in de universitaire ranking. Als redacteur van het TvSG kan ik meedelen dat een oppervlakkig onderzoekje als het onderhavige door ons tijdschrift zeker niet voor publicatie zou zijn geaccepteerd.

In jaargang 2001 van het TvSG verschenen 13 artikelen van Nederlandse auteurs, tegen 5 van Vlaamse. In 2000 verschenen er 14 van Nederlanders en 4 van Vlamingen. In 1999 lagen de verhoudingen 15 om 4, in 1998 11 om 3. Voor een expliciet Vlaams-Nederlands tijdschrift als het TvSG is deze `trend' niet om van wakker te liggen. Van der Heyden ziet niet alleen over het hoofd dat Nederlandse historici nog steeds graag in dit vooraanstaande Nederlandstalige tijdschrift publiceren, maar ook dat de Nederlandse auteurs in buitenlandse tijdschriften in een vroeger stadium van hun loopbaan veel in het TvSG publiceerden (evenals trouwens de Vlamingen die zich in het buitenland ook niet onbetuigd laten). Het is dus eerder een kwestie van een internationale `doorbraak' van de Nederlandse geschiedschrijving, die naar mijn stellige overtuiging ook door de nu in het TvSG publicerende generatie gevolgd zal gaan worden.

Toch kunnen wij als redactie wel meer verborgen verschil tussen Vlamingen en Nederlanders vaststellen: de Vlaamse auteurs zijn tegenwoordig veelal jonger en kunnen hun (bewerkte) doctoraalscriptie bij ons publiceren; van Nederlandse afgestudeerden is dat steeds minder het geval. De oorzaak moet worden gezocht in de kortere studieduur, waardoor de eis van empirische bronnenstudie als afsluiting van de historische opleiding de facto is komen te vervallen. Wat dat voor de toekomst van het historisch onderzoek in Nederland - en voor de kwaliteitsverhouding Nederland-België (en het overige buitenland) - zal gaan betekenen laat zich raden.