Dood aan de `gringo'. Leve de coca!

In verschillende landen in Latijns Amerika groeit de politieke macht van cocaboeren en neemt het verzet tegen de Amerikaanse antidrugspolitiek toe.

,,De verrassing van de eeuw'', zeiden de experts, toen de arme indiaanse cocaboer Evo Morales (42) bij de presidentsverkiezingen in Bolivia vorige maand op een `lamahaar' na als eerste uit de bus kwam. In Washington onstond paniek. Zou één van de meest trouwe bondgenoten in de Amerikaanse war on drugs straks door een links-radicaal cocaboertje geregeerd worden?

Vandaag besluit het Boliviaanse congres vrijwel zeker dat het toch de in Amerika afgestudeerde mijn-tycoon Sánchez de Lozada (72) wordt. De Boliviaanse wet zegt dat het parlement de president moet kiezen, als geen enkele kandidaat bij de verkiezingen meer dan 50 procent van de stemmen heeft gehaald. Op 30 juni eindigde Evo Morales 21 procent, iets meer dan één procentpunt achter de mijneigenaar. De indiaan heeft er sindsdien niets aan gedaan steun van andere parlementariërs te winnen. `Olichargen in dienst van het Amerikaanse neo-liberalisme', en `corrupte vrije-marktlieden' noemt hij hen. ,,De macht van ons volk ligt op straat'', meent Morales. Dus zal de meerderheid van het congres Sánchez de Lozada aanwijzen, tussen 1993 en 1997 ook al president.

De gringo, de Amerikaan, wordt Sánchez de Lozada in Bolovia genoemd. Vroeger was dat alleen vanwege zijn Amerikaanse accent. Maar deze verkiezingen hebben de bijnaam een geheel nieuwe lading gegeven. ,,Dood aan de gringo. Leve de coca!'', roepen de indianen. Ze staan op een open plek in het oerwoud, omringd door houten huisjes op palen. De mannen zijn op sandalen, de vrouwen op blote voeten met kinderen op hun rug gebonden. Het speelde zich af, twee jaar geleden, in de Chapare, het cocagebied, waar Evo Morales de leiding heeft over zes vakbonden van in totaal 35.000 kleine cocaboertjes.

Urenlang hebben de boeren door het oerwoud gelopen om aan de maandelijkse vakbondsvergadering in het gehucht deel te nemen. ,,Wij roepen een halt toe aan de politiek van uitroeiing en genocide van de Verendigde Staten in de Chapare'', roept hun leider. ,,Coca o muerte!'', antwoorden de boeren – een parafrase op de oude leus revolución o muerte van guerrillaleider Che Guevara. Coca of sterven. Maar behalve zijzelf is er niemand die het hoort.

Het door de Verenigde Staten geleide programma Coca cero het uitroeien van alle cocaplanten in de Chapare – loopt inmiddels twee jaar. Speciale militaire eenheden, betaald door de Amerikaanse ambassade, hebben het gebied bezet. Doel is dit jaar alle cocaplanten te hebben vervangen door `alternatieve gewassen'. Ook het cocaveldje van de indiaan Teofilo Mamáni werd door het leger uitgerukt. ,,Toen staken ze mijn hut in brand en namen ze alle maïs en yuca mee die ik verbouwde.''

Een week later kwamen de militairen terug. Samen met nog vijf andere vakbondsleden werd hij een week lang vastgehouden in de kazerne. Eerst werd ,,allen gewóón geslagen'', vertelt Mamáni. Daarna werd hij tot aan zijn kin in de grond begraven, en schopten ze tegen zijn hoofd. Tenslotte volgde een schijnexecutie: ,,Ze duwden een pistool in mijn mond, maar omdat ik geblindoekt was kon ik niet zien welk merk'', zegt Mamáni verontschuldigend.

Ophouden met coca verbouwen zal hij nooit, zegt Mamáni, en rekent voor: van de drie hectare die hij beit verbouwt hij er twee met coca. De verkochte cocabladeren leveren hem 35 dollar per maand op. ,,Geen enkel ander gewas kan dat.'' Neem nu koffie. Daarvoor krijgt hij vier keer zo weinig. Bovendien geeft de cocaplant vier oogsten per jaar, tegen koffie maar één. ,,Coca of sterven is voor ons heel serieus.''

Nu, twee jaar later, vormen de ervaringen van Mamáni en zijn collega's met de Amerikaanse war on drugs de basis van de Morales' populariteit. Van de 90.000 hectare coca die er in 1998 groeide, is er nu nog een kleine 14.000 over. Maar daarvoor in de plaats heeft het land een politieke beweging gekregen die zich radicaal tegen elke verdere antidrugspolitiek zal verzetten.

Weg met de vrije markt, weg met de politieke partijen, en vooral weg met de Amerikanen. Daar komt het programma van de Beweging naar het Socialisme (MAS) van Evo Morales op neer. Van gewone boeren tot mijnwerkers, en van werklozen tot leraren herkent men zich nu in het gedachtegoed van de cocaboer. ,,Een sociale revolutie, vergelijkbaar met de val van de apartheid in Zuid-Afrika'', noemde Latijns-Amerika-expert Andrés Oppenheimer van het Amerikaanse dagblad The Miami Herald het feit dat deze groepen nu voor het eerst massaal in het parlement zijn vertegenwoordigd. ,,Vanaf nu wordt het cocablad onze nieuwe nationale vlag'', provoceerde Evo Morales deze week in het Amerikaanse weekblad Time Magazine.

Eerder beloofde Morales ook de Amerikaanse drugsbestijdingsdienst DEA het land uit te zullen gooien. Hij ziet de Amerikaanse antidrugspolitiek als niet anders dan een ,,excuus'' om de landen in Zuid-Amerika te controleren. ,,Het is door de coca dat ik slachtoffer ben geworden van Amerikaanse imperialisme, terwijl de coca de basis is voor de macht van de indiaanse volken'', zei Morales tegen tv-zender CNN, kouwend op de bal cocabladeren.

De indianen beschouwen de coca dan ook als een `heilige plant'. Al eeuwenlang gebruiken ze zijn bladen als een middel tegen kou, hoogte en vermoeidheid. ,,Het probleem van de coca is niet ons probleem'', stelt Morales. ,,Het is de gringo die er met chemische middelen drugs van maakt. Zíj zijn het die de drugs consumeren, en zíj zijn het die de chemie leveren.''

Inmiddels begint de `vlag van het cocablad' ook in Peru te wapperen. Massale protesten van cocaboeren, en het dreigement de steden te zullen bezetten, leidden ertoe dat president Alejandro Toledo op 3 juli ,,voor onbepaalde tijd'' het Amerikaanse programma stopzette voor het uitroeien van coca in zijn land. In Peru zijn 32.000 hectare cocaplanten. Net als in Bolivia, beginnen ook in Peru de protesten tegen de Amerikaanse drugspolitiek samen te vallen met een veel breder verzet tegen privatisering en tegen andere uitingen van de door de Amerikanen afgedwongen markthervormingen op het continent.

,,Natuurlijk zijn deze ontwikkelingen een harde slag voor de Amerikaanse war on drugs'', zegt professor Francisco Thoumi, drugsexpert aan de Internationale Universiteit van Florida. Hij wijst erop dat vrijwel alle coca van de wereld uit Bolivia, Peru en Colombia komt. De Amerikaanse aanpak om de drugs letterlijk aan de wortel te bestrijden heeft gefaald. ,,Je zou kunnen zeggen dat Amerika de war on drugs verliest'', zegt Thoumi. ,,Maar de werkelijkheid is dat er nooit iets is gewonnen.''