DIKKE MENSEN HEBBEN GROTERE KANS OP HARTFALEN DAN DUNNE

Zwaarlijvigheid en vetzucht verhogen de kans op hartfalen. Bij heel dikke mensen is de kans op hartfalen tweemaal zo hoog. En voor mensen met geringer overgewicht is de kans iets verhoogd. Bij hartfalen neemt de pompfunctie van het hart geleidelijk af, met vochtophopingen in longen en benen, kortademigheid en uiteindelijk de dood tot gevolg. Hartfalen is langzamerhand de voornaamste doodsoorzaak van hartpatiënten geworden, nu andere hartziekten (zoals het hartinfarct) steeds adequater worden behandeld met operaties of medicijnen.

De onderzoekers van de Framingham Heart Study, een beroemd langjarig onderzoek naar de leefomstandigheden en doodsoorzaken van bewoners van het stadje Framingham in Massachusetts, volgden bijna 6.000 Framinghamers gemiddeld 14 jaar, hielden bij hoe zwaar ze waren, aan welke andere ziekten ze leden en of ze hartfalen kregen. Bijna 500 mensen kregen last van hartfalen (The New England Journal of Medicine, 1 aug). De mensen met een Queteletindex van meer dan 30 hadden een tweemaal verhoogd risico. De Queteletindex, of body mass index (BMI), is het lichaamsgewicht in kilo's gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meter. Een BMI tussen de 20 en 25 duidt op een normaal gewicht. Tussen 25 en 30 hebben mensen overgewicht. En boven de 30 lijden ze aan obesitas of vetzucht. Voor de mensen die meer dan 15 jaar werden gevolgd betekent het risico dat zeker tweemaal zoveel vetzuchtigen als mensen met normaal gewicht aan hartfalen leden.

Dat dikke mensen vaker hartfalen krijgen was al bekend, maar onduidelijk was of overgewicht een onafhankelijke risicofactor voor hartfalen is. Dikke mensen krijgen namelijk vaak suikerziekte, hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte of een hartaanval en die aandoeningen verhogen allemaal de kans op hartfalen. De Framinghamonderzoekers rekenden uit dat 14% van de vrouwen en bijna 9% van de mannen met hartfalen hun kwaal uitsluitend door overgewicht kregen. En niet door suikerziekte, hoge bloeddruk of een andere kwaal die in hartfalen kan uitmonden.

Voor de zwaarlijvige maakt het op het eerste gezicht weinig uit of zijn overgewicht nu direct hartfalen veroorzaakt, of dat de kwalen die hij van zijn overgewicht krijgt uiteindelijk tot hartfalen leiden. Maar voor medici en de farmaceutische industrie is het belangrijk of overgewicht een directe oorzaak is voor hartfalen. Een dokter kan er rekening mee houden als hij medicijnen voorschrijft aan een dikke patiënt. Commentator Barry Massie wijst er in The New England Journal of Medicine bijvoorbeeld op dat tegen hoge bloeddruk vooral ACE-remmers en AT1-antagonisten geschikte medicijnen zijn omdat van die middelen is bewezen dat ze ook vergroting van de linkerhartkamer, hartfalen en diabetes voorkomen bij hoger-risicopatiënten. En tegen ouderdomsdiabetes kan de dokter aan dikke mensen het best metformine voorschrijven, schrijft Massie. Medicijnen tegen overgewicht, dus tegen ongeremde eetlust en te veel eten, zijn er nog niet. Al wordt er hard naar gezocht.

Voorlopig houdt het in, schrijft Massie, dat meer dikke mensen aan wetenschappelijke onderzoeken naar medicijnen tegen hartfalen moeten meedoen om het effect van die middelen bij dikke mensen te kunnen bepalen. In de VS zal dat niet moeilijk zijn, want daar heeft 60% van de bevolking inmiddels overgewicht. En het aantal dikke mensen groeit.