De gangster en de president

Woensdag wordt Álvaro Uribe beëdigd als de president van Colombia. Hij heeft beloofd dat hij hard zal optreden tegen de guerrillabewegingen die eenderde van het land in handen hebben. Hierbij zal de steun van de paramilitairen van Carlos Castaño onontbeerlijk zijn.

`Viva Uribe! Viva Castaño!' In druipende zwarte letters staat het op een gevel in het centrum van Medellín. Ze worden in één adem genoemd: de twee mannen die vanaf komende woensdag – meer dan wie ook – de toekomst van Colombia zullen bepalen. De een, Uribe, wordt die dag president van het land. De ander, Carlos Castaño, is aanvoerder van een leger huursoldaten.

De Colombianen zijn moe. Moe van veertig jaar burgeroorlog en moe van vier jaar vruchteloos onderhandelen tussen de regering en de linkse guerrillabeweging FARC. Daarom stemden ze bij de presidentsverkiezingen twee maanden geleden massaal voor Álvaro Uribe.

Uribe, de 49-jarige zoon van een grootgrondbezitter, oogt als een kamergeleerde. Maar hij belooft een harde anti-guerrillalijn te zullen volgen. De `Sharon van Latijns-Amerika' wordt hij daarom al genoemd.

Ook Castaño is de zoon van een grootgrondbezitter. Ook hij heeft van de strijd tegen de guerrilla zijn levenswerk gemaakt. Maar anders dan Uribe doet Castaño het al sinds zijn zestiende met zijn eigen handen. `Koppensnellers' heten de leden van zijn rechtse doodseskaders. Hun tactiek bestaat uit het vermoorden van burgers die van linkse sympathieën wordt verdacht. In 1997 smeedde Castaño de tientallen lokale privé-legertjes en doodseskaders in het land samen tot één nationale paramilitaire organisatie. Ze heten de Verenigde Zelfverdedingsgroepen van Colombia (AUC). Met de AUC van Castaño kwam er een nieuwe, uiterst gewelddadige partij bij op het toneel van de Colombiaanse burgeroorlog. Het conflict escaleerde.

Tot nu toe woedde de oorlog vooral op het arme platteland. De rebellen hebben eenderde van het platteland in handen, de paramilitairen controleren meer dan eenderde. De steden, met hun relatief rijke middenklasse, bleven redelijk buiten schot. Tot nu toe.

Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zijn Castaño's paramilitairen verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van de 35.000 doden die er de laatste tien jaar vielen tijdens de oorlog. Castaño's rechtse paramilitaire leger telt naar schatting 12.000 huursoldaten, tegen 17.000 strijders van de marxistische FARC en 4.500 van de kleinere linkse ELN. De Colombiaanse paramilitairen staan op de internationale lijst van terroristische groepen. Toch lijkt een bondgenootschap tussen Uribe en Castaño – openlijk of niet – onvermijdelijk.

,,De methoden van Castaño zijn misschien niet helemaal pluis'', zegt een 44-jarige ingenieur in restaurant La Bella Época in Medellín. ,,Maar ik weet zeker dat Uribe samen met Castaño de guerrilla kan verslaan.'' De ingenieur dept zijn mond en nipt aan zijn wijn. Door de ramen zweeft de geur van bloemen naar binnen. Deze rijke, maar turbulente regio heeft een zacht Middellandsezeeklimaat. Het is hier dat narcobaas Pablo Escobar in de jaren tachtig zijn beruchte Medellín-kartel had. En het is hier, in Medellín en zijn deelstaat Antioquia, dat de geschiedenissen van Álvaro Uribe en Carlos Castaño samenkomen.

Bloedbad

In 1997 was ik er ook. Álvaro Uribe zat toen in het gouverneurspaleis van Medellín. Er waren wat schandalen rond zijn gouverneurschap. Zo zou zijn kabinetschef, Pedro Moreno, illegaal chemicaliën voor het raffineren van cocaïne hebben ingevoerd. De Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA had de hand gelegd op 50.000 kilo chemicaliën, die door het bedrijf van de kabinetschef waren besteld. Uribe ontkende dat zijn vriend schuldig was, en meende dat DEA ,,een grove fout'' had gemaakt. Pedro Moreno bleef gewoon in functie.

Daarnaast was er het schandaal van de regionale legerleider Alejo del Río. De generaal werd er door zijn tweede man, kolonel Velásquez, van beschuldigd de mensenrechten in de streek te schenden. De generaal zou samenwerken met de paramilitairen van Castaño, die op dat moment bezig waren Antioquia met harde hand te zuiveren van `linkse elementen'. De kolonel kwam met foto's en ander belastend materiaal tegen de legerleider.

Maar Uribe nam ook de generaal in bescherming, terwijl kolonel Velásquez oneervol uit het leger werd ontslagen. Generaal Del Río was namelijk de spil van Uribe's grootste project op dat moment: het bewapenen van de burgerbevolking van Antioquia. Overal had Uribe gewapende burgermilities opgezet. Maar al snel bleken de meeste milities samen te werken met de paramilitairen van Castaño.

,,Het is een utopie te denken dat burgermilities kunnen bijdragen aan het einde van de oorlog'', zegt ex-kolonel Velásquez nu. Tegenwoordig doceert hij aan de universiteit van Bogotá. ,,Krankzinnig'', luidt zijn oordeel over het huidige plan van Uribe om in heel Colombia één miljoen mensen in gewapende burgermilities onder te brengen. ,,We hebben in Antioquia gezien waar die milities toe leiden'', zegt Velásquez. Wegens de innige banden die het leger nog steeds met de paramilitairen heeft, leidt Uribe's plan alleen tot meer geweld, en tot meer schendingen van de mensenrechten, meent Velásquez. ,,Niet voor niets is Del Río ook nu weer een van de belangrijkste adviseurs van Uribe.''

Toen, in 1997, kwam ik niet voor Uribe. Ik kwam voor de oorlog die zich op het platteland voltrok. Kranten meldden het ene bloedbad na het andere. Gewone boeren werden door de koppensnellers van Castaño uit hun huizen gesleurd en vermoord. Meer dan 200.000 mensen werden door Castaño van hun land verdreven. Het was de eerste keer dat de paramilitairen zich in Colombia op een dergelijke schaal manifesteerden.

Ik bezocht de vluchtelingenkampen. En trof hongerige en doodsbange mensen in oude sporthallen. ,,Opeens kwamen er vanaf de heuvel ongeveer zestig paramilitairen naar beneden'', vertelde een oude boer. ,,Ze zeiden: `Wij zijn de verdedigers van de boeren'. We moesten graven maken. En toen die klaar waren begon de schietpartij. Ze schoten vooral de mannen dood.'' ,,Eén jongen zat nog bij de rivier kokosnoten te sorteren'', vertelde een ander. ,,Met een bijl hakten de para's zijn hoofd eraf. Daarna sneden ze zijn armen, zijn benen en testikels af. Ze stopten zijn geslacht in zijn mond, en gooiden zijn romp in de rivier. Ik heb veel hoofden gezien.''

Een klein vliegtuigje en een jeep die urenlang hobbelde over zandwegen. Daarmee kwam ik uiteindelijk bij de man die voor dit alles verantwoordelijk was. In die tijd was Carlos Castaño interviewen nog zoiets als de geschifte kapitein Kurtz in Apocalypse Now opzoeken. Hij zat diep in de jungle in het noorden van Antioquia, omringd door zijn zwaarbewapende mannen met zwart gemaakte gezichten. Niemand had ooit nog een foto van Castaño gezien. En daar was hij. Kort en breed, in een soort Soldier of Fortune-uniform. Zijn ogen rolden wild in de kassen.

Ik wilde weten waarom hij de gewone bevolking terroriseerde. Waarom hij slachtingen aanrichtte, en al die boeren van hun land verdreef. Wat heeft dat voor zin als je enige doel het bestrijden van de guerrilla is? ,,De bevolking is de vijver waarin de vis van de guerrilla zwemt'', verklaarde Castaño toen. ,,En om de vis te vangen, moet je de vijver leegpompen.''

Ik vroeg hem waar zijn mateloze haat tegen de guerrilla vandaan kwam. Toen vertelde hij over de moord op zijn vader. Net als de vader van Uribe werd ook de vader van Carlos Castaño door de linkse FARC vermoord.

En opnieuw kwamen de geschiedenissen van Castaño en Uribe samen. Beide vaders waren machtige patriarchen in de streek. De vader van Uribe werd in 1983 vermoord, toen hij uit zijn privé-helikopter op zijn hacienda stapte. Hij zag guerrilleros op zijn erf en trok zijn pistool. Maar de rebel schoot eerder. ,,De guerrilla moet worden verslagen'', zei Uribe, toen hij met een van pijn vertokken gezicht de kist van zijn vader droeg. ,,En daar zal ik voor zorgen.'' Uribe werd burgemeester van Medellín, gouverneur van Antioquia en nu wordt hij dus beëdigd tot president van Colombia.

Carlos Castaño reageerde anders op de moord op zijn vader. Carlos was zestien toen zijn vader door de FARC werd ontvoerd. De guerrilla eiste losgeld, maar de familie betaalde niet. Even later werd het lijk van zijn vader thuisbezorgd.

,,Ik pakte mijn wapen en wilde wraak'', vertelde Castaño. Maar hij liep niet meteen achter de guerrilla aan. Samen met zijn oudere broer Fidel stapte hij naar drugsbaas Pablo Escobar. Ze werden lid van zijn extreem gewelddadige moordcommando `Muerte a los Secuestradores' (MAS) van het narco-kartel. Daarin deden ze een paar jaar `ervaring' op.

Pas na de dood van Escobar in 1993 richtte Castaño de paramilitairen op. De `Boeren Zelfverdediging van Córdoba en Urabá' (ACCU) heette zijn organisatie. Zo werden de paramilitairen geboren. Ze kwamen voort uit de cultuur van Pablo Escobar. En ze werden opgericht ter bescherming van de belangen van de grootgrondbezitters in Antioquia. Het is een klein wereldje waarin iedereen elkaar kent. Uribe reed op de raspaarden van zijn vader in dezelfde paardenshows als de zonen van grootgrondbezitter Fabio Ochoa. De drie Ochoa-zonen waren de machtige partners van Escobar in het Medellín-kartel. Ook de banden met de paramilitairen waren ,,natuurlijk''. Zo gaf de nieuwe president Uribe onlangs toe de nummer 2 van de paramilitairen, Salvatore Mancuso, te kennen. ,,Ik ontmoette hem toen hij nog veeboer was'', vertelde Uribe aan Newsweek.

Junglekat

,,Natuurlijk, claro. Uribe is de kandidaat van de paramilitairen'', zegt Juán, terwijl hij zijn wapen op tafel legt. ,,Luister, mamacita, dat kan echt iedereen je hier vertellen.'' Opnieuw ben ik in Antioquia, opnieuw in Medellín. Anders dan vijf jaar geleden, blijf ik dit keer in de stad. Uribe is intussen tot president gekozen, en ook Castaño heeft een verandering doorgemaakt. Het platteland van Antioquia is stevig in handen van zijn paramilitairen. Maar Castaño is geen junglekat meer. Hij heeft nu een eigen website (http://colombia-libre.org/colombialibre/pp.asp) en geeft interviews voor de tv. Uitgedost in een keurig wit hemd, vertelt hij dat zijn paramilitairen een nette club zijn geworden. Ze doen niet meer aan grote slachtingen onder de burgers, vertelt hij op de website: ,,We berechten nog maar drie mensen tegelijk.'' Ook wil hij niet meer aan drugshandel doen. Net als voor de guerrilla is de Colombiaanse cocaïne voor de paramilitairen de belangrijkste bron van inkomsten. Maar in de Colombiaanse krant El Tiempo zegt Castaño: ,,We willen een organisatie waarin alle eerlijke Colombianen zich herkennen.''

Castaño wil ook meer doen dan alleen maar de belangen van de conservatieve grootgrondbezitters beschermen. De voormalige `koning van het oerwoud' werpt zich nu op als de verdediger van de stedelijke middenklasse. ,,Zij hebben niemand die hen beschermt tegen het gevaar door de guerrilla gekidnapt, beroofd of afgeperst te worden.'' En: ,,De eindzege ligt uiteindelijk in de stad.''

Door een van sloppenwijken van Medellín loop ik naar mijn afspraak met Juán. De sfeer is dreigend. Overal hangen jongens, hun pistolen duidelijk zichtbaar in de band van hun broek. Dit is het territorium van een van de zestig straatbendes van Medellín. Bijna de hele stad wordt door de jeugdgangs gecontroleerd op twee gebieden na die onder invloed staan van linkse milities. De bendes zijn onstaan in de gloriedagen van Pablo Escobar. Maar nu staan ze allemaal onder controle van Castaño, zegt Juán. En Juán kan het weten. Ook hij werkt voor de paramilitairen. Als beroepskiller.

Het `kantoor' noemt hij zijn killersbureau in Medellín. Juán heeft een kaalgeschoren hoofd en een dun snorretje. Daartussen stralen een paar verrassend vriendelijke ogen. ,,We lossen problemen op'', verklaart hij zijn business. ,,Van de klant wiens vrouw overspel pleegt, tot de meer politieke zaken. Wij voeren het werk uit.''

Een klein gebaar met zijn wijsvinger maakt duidelijk hoe. ,,Maar er zijn ook verschillen'', corrigeert hij zichzelf. Soms wil de klant zijn probleem alleen maar ,,uit de weg geruimd'' zien. Dan hou je het simpel. ,,Een wapen, een brommer en een auto zijn dan meestal voldoende.'' Maar veel klanten hebben daarnaast nog andere eisen. Als hij wraak wil, moet je het probleem ook ,,bewerken''. ,,Dan moet je hem dus eerst ontvoeren. Sommigen willen dat je het doelwit ophangt, anderen dat je hier en daar iets afsnijdt. Weer anderen willen weer dat je het werk met de blote vuist afmaakt.'' Dat vergt andere specialiteiten, een ander soort huurmoordenaars, en een complexere organisatie, weet Juán. Hij draait al bijna twintig jaar in de business mee, eerst voor Pablo Escobar, nu bijna uitsluitend voor de paramilitairen van Castaño.

,,Sinds vier jaar controleren ze de stad'', weet Juán. ,,Iedereen werkt voor hen.'' Met cirkels en pijlen legt Juán uit hoe het gaat. ,,Hier, hier, en hier'', tekent hij. ,,Dat zijn de volkswijken van Medellín. Op twee na allemaal in handen van de bendes.'' De bendes controleren de drugshandel en persen de winkeliers, busbedrijven en vertegenwoordigers van de overheid af. ,,Daarnaast houdt een aantal bendes zich bezig met grotere zaken zoals bankroof en ontvoering, of ze vragen beschermingsgeld aan bedrijven.'' Juán trekt nu een paar grotere pijlen. ,,Maar'', zegt hij, en krast een grote cirkel om alles heen, ,,in laatste instantie gehoorzamen ze allemaal aan Castaño.'' Waarom? ,,Omdat het de enige manier is om in leven te blijven'', grinnikt hij.

Topvergadering

Het beeld dat Juán schetst, wordt bevestigd door andere bronnen. ,,Expansie van paramilitairen van Carlos Castaño breidt uit in steden'', meldde het Colombiaanse dagblad El Tiempo deze week. Woordvoerders van Castaño vertelden de krant dat er in Medellín een topvergadering is belegd tussen de paramilitairen en alle gangs, killers en misdaadbendes van de stad. Juán leunt achterover en schenkt zich een biertje in. ,,Weet je'', zucht hij na een tijdje, ,,ik denk dat er niemand is die niet terugverlangt naar de tijd van Pablo Escobar.'' Ja, natuurlijk, Escobar heeft het geweld naar de steden gebracht. En hij heeft het gemakkelijke geld van de drugshandel in Colombia geïntroduceerd. ,,Maar Escobar was een man van eer'', zegt Juán. ,,Hij was ons idool, onze beschermer. Een man die werkelijk dingen voor de mensen deed.''

Heel anders dan de paramilitairen, meent Juán. ,,Onbetrouwbaar'', ,,machtswellustig'' en zelfs ,,laf'' noemt hij de mannen van Castaño. Neem nu het voorbeeld van zijn vrienden uit de bende La Terraza. Na de dood van Escobar was dat de sterkste gang van de stad. Het allereerste bondgenootschap sloot Castaño in de stad dan ook met La Terraza.

,,Ze waren echt zijn gewapende arm'', zegt Juán, en ze deden een hoop werkjes voor de nieuwe patron. Zelf herinnert hij zich nog de moord op een paar mensenrechtenactivisten en de ontvoering van een linkse senator in Medellín. Op een gegeven moment maakten ze voor zichzelf een hele grote klap: ze legden de hand op 12,5 miljoen dollar die voor een drugstransactie bedoeld was. Bleek de gedupeerde persoon een vriend van Castaño. ,,En weet je wat Castaño doet? Hij roept de leiders van La Terraza op voor een bijeenkomst. Hij zegt: `Als jullie zijn geld teruggeven, dan geef ik jullie een eigen drugslijn'.'' Maar de drugslijn is er nooit gekomen. Op het moment dat de leiders van La Terraza op de bijeenkomst met Castaño verschenen, werden ze allemaal vermoord.

,,Dat bedoel ik dus'', zegt Juán. ,,De para's respecteren geen vrienden, geen akkoorden. Ze zijn willekeurig en meedogenloos, als het erom gaat de controle over een bende te krijgen.'' Opnieuw schenkt hij zijn glas vol. ,,Maar ik heb ook bewondering voor Castaño'', concludeert Juán. ,,Want als zijn controle er eenmaal is, dan wordt het ook een paradijs.''

Een gangsterparadijs. Het is allemaal moeilijk te rijmen met de mooie woorden waarmee Castaño op 18 juli tot ieders verrassing op zijn website de ,,opheffing'' van de landelijke AUC aankondigde. Aanleiding was de ontvoering van een Venezolaanse zakenman door een van de groepen in het oosten van Colombia. ,,We bevinden ons in een situatie waarin onze organisatie zich heeft gefragmenteerd, en bepaalde groepen hogelijk besmet zijn geraakt met drugshandel'', schrijft Castaño in zijn nieuwe politieke jargon. Hij kondigt aan af te treden, en samen met zijn militaire commandant Salvatore Mancuso een nieuwe en ,,onbesmette'' organisatie te zullen oprichten die ,,slechts geleid wordt door het hoogwaardige principe van de strijd tegen de subversie.''

,,Onzin'', zegt een woorvoerder van de ombudsman van Medellín. Net als andere waarnemers in Colombia ziet hij de ,,opheffing'' als niet meer dan een afleidingsmanoeuvre van Castaño: ,,Hij ziet de noodzaak zijn imago op te poetsen, om straks zonder problemen met Uribe in zee te kunnen gaan.'' Het Colombiaanse weekblad Semana wijst erop dat op de dag dat Castaño zijn aankondiging deed, de Amerikanen om de uitlevering vroegen van een hoge paramilitaire commandant. Die zou zich schuldig hebben gemaakt aan drugshandel. Formeel heeft Castaño nu dus met deze commandant gebroken.

Onder druk van Bush hebben de Verenigde Staten 1,3 milard dollar gereserveerd voor de bestrijding van het `terrorisme' in Colombia. Uribe heeft dat geld hard nodig voor zijn beloofde ,,totale oorlog tegen de guerrilla''. Officieel is de Amerikaanse hulp ook bedoeld voor de strijd tegen de paramilitairen. Maar mensenrechtenorganisaties trekken dat in twijfel. Amnesty International liet de regering Bush vorige week vrijdag nog weten ,,perplex'' te zijn over de voorgenomen hulp. Volgens Amnesty leidt de Amerikaanse hulp alleen tot een nog verdere verslechtering van de mensenrechtensituatie in Colombia. Een ,,cynische façade'', noemde Amnesty het Amerikaanse plan om ook een speciale brigade tegen de paramilitairen te financieren. ,,Het steunen en beschermen van de paramilitairen is integraal onderdeel van de strategie van het Colombiaanse leger'', schrijft Amnesty.

Militair gezien kan Uribe niet van Castaño af. ,,Geen enkele generaal kan twee oorlogen tegelijk voeren'', zegt ex-kolonel Velásquez in Bogotá. ,,Zelfs Napoleon niet.'' Ook in politiek opzicht is Uribe met handen en voeten aan zijn oude streekgenoot gebonden. In grote delen van het land heeft Uribe zijn stemmen rechtstreeks aan Castaño te danken. Hij dwong de mensen in door hem beheerste gebieden op Uribe te stemmen. Verder bestaat ongeveer een derde van het nieuwe parlement uit afgevaardigden van de paramilitairen. Samen zullen Uribe en Castaño de bloedigste oorlog sinds decennia tegen de guerrilla beginnen. Misschien zullen ze de guerrilla gevoelige slagen toedienen. Maar wie bestrijdt de paramilitairen?