Atleet met nieuwe bezieling

Atleet Marko Koers heeft de laatste drie jaar gelaveerd tussen hoop en wanhoop. Sinds hij van trainer is gewisseld, lijkt hij zijn sportieve crisis te hebben bezworen. ,,Ik was te afhankelijk van atletiek.''

Marko Koers heeft zichzelf behoed voor de vergetelheid. Het sluipende proces van zijn aftakeling als atleet lijkt - althans voorlopig - te zijn stopgezet, nu de 29-jarige midden-langeafstandsloper zich heeft geplaatst voor de Europese kampioenschappen, volgende week in München. Een jaar geleden verschrompelde Koers na het missen van de wereldtitelstrijd in Edmonton nog tot een wanhopig mens, die zich vertwijfeld afvroeg waarom zijn motortje maar bleef pruttelen. Hij nam destijds het radicale besluit, na zestien jaar, te breken met trainer Theo Joosten. En zie, iets van zijn oude glans keert langzaam terug.

Sinds Koers weer controle over zijn leven heeft, is zijn ziel tot rust gekomen. ,,Atletiek is iets minder belangrijk voor me geworden'', schetst hij de nieuwe situatie. ,,Voorheen wilde ik altijd tijden lopen die bij mijn status pasten. Dat heb ik niet meer. Ik ben niet langer de onbevangen persoon van tien jaar geleden. Ik moet het doen met wat ik nu kan en accepteren dat de resultaten minder zullen zijn.''

Tot twee jaar geleden stond Koers in Nederland op eenzame hoogte en zag hij de zevende plaats (1.500 meter) op de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta als opmaat voor zijn grote doorbraak. `Pas als je olympisch kampioen wordt, ben je klaar', borrelde na die race het optimisme in hem op. Achteraf blijkt `Atlanta' zijn top te zijn geweest. Koers won in 1998 nog wel zilver op de 800 meter tijdens de EK indoor in Valencia, maar dat is een prijs van beperkte internationale allure. Nadien trad het verval in en voerde de Nijmegenaar louter een gevecht met zichzelf.

Zelf ervoer Koers die periode als een strijd tussen hoop en wanhoop. ,,Als persoon was ik te afhankelijk van de atletiek'', zegt hij nu. ,,Ik wilde altijd goed lopen, omdat de prestaties als atleet mijn identiteit en mijn gevoel voor eigenwaarde bepaalden. Ik zag niet in dat ik een mens ben die toevallig hard kan lopen. In de periode dat het slecht ging, zag ik mezelf alleen als atleet. En als het dan fout gaat, heb je het gevoel dat je als mens ook weinig voorstelt.''

Met trainer Joosten, met wie Koers vanaf zijn dertiende samenwerkte, had hij het gevoel opgesloten te zitten in een vicieuze cirkel. ,,Onze samenwerking was voortreffelijk in goede tijden, maar toen er problemen ontstonden, bleken we te dicht op elkaar te zitten. Evalueren hielp niet meer, ook al waren we beiden nog zo gedreven. Theo riep voortdurend dat het beter moest. Maar dat deden we al zo lang. We konden samen geen oplossing vinden. We hoopten steeds op betere tijden; tenslotte kun je aan het begin van het seizoen niet overzien hoe het zal lopen. Maar die betere tijden kwamen niet. En dat bedoel ik met de situatie van hoop en wanhoop; er was geen uitweg meer.''

Nadat Koers zich vorig jaar niet kwalificeerde voor de WK in Edmonton brak er iets in hem. Een gevoel van machteloosheid mengde zich met zoveel woede, dat hij besloot tot een radicale verandering. Koers: ,,Het was inmiddels het derde jaar dat het fout ging. Ik kon het niet opbrengen weer al mijn hoop op een nieuw seizoen te vestigen. De angst dat het weer zou misgaan, kon ik niet langer verdragen. Ik was vorig jaar zo kwaad over het missen van de WK, dat ik in een opwelling besloot met de vertrouwde situatie te breken en niet langer samen te werken met de trainer.''

Voor zijn gevoel verbrak Koers een huwelijk, met alle emoties van dien. ,,Het was alsof ik nadien een roes verkeerde'', vertelt hij. ,,Je hebt plotseling niets meer en dat is een onwerkelijk gevoel. Theo dacht aanvankelijk dat ik een onstuimig besluit had genomen; hij geloofde het niet. `Kom op, we proberen het nog een stukje beter te doen', zei hij. Theo meende dat er sprake was van een impulsieve reactie op wederom een teleurstellend seizoen. Het duurde even eer de ernst van mijn mededeling tot hem doordrong. Achteraf zeg ik: het zou verstandiger zijn geweest als ik eerder met hem had gebroken. Onze samenwerking was al lang niet meer efficiënt en ik had eerder iets nieuws moeten zoeken. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik heb veel tijd in de sport geïnvesteerd om er plezier aan te kunnen beleven. En zo was mijn relatie met Theo ook. Ik stel het ook op prijs hem zo nu en dan te spreken. Toen ik de limiet voor de EK haalde, belde hij om me te feliciteren. Ik kan nog steeds merken dat hij een van mijn trouwste supporters is. En ik vind het nog steeds plezierig dat enthousiasme in zijn stem te horen.''

Als nieuwe trainer koos Koers voor de Arnhemmer Honoré Hoedt, die op Papendal met een groep atleten werkt, onder wie zijn concurrenten Gert-Jan Liefers, Arnoud Okken, Stefan Beumer en Bram Som. Een geheel nieuwe situatie voor de Nijmeegse atleet, die gewoon was één-op-één met zijn trainer te werken. Maar de overgang viel Koers alleszins mee. ,,Ik werkte niet graag in groepsverband, omdat ik moeilijk kon accepteren niet meer de beste van Nederland te zijn. Uiteindelijk moest ik wel, omdat Liefers mijn Nederlands record op de 1.500 meter had verbeterd en Som op de 800 meter ook al sneller liep. Ik ben gewoon niet meer de beste. Toen ik dat eenmaal had aanvaard, was het makkelijk om met die jongens te trainen en was het ook niet erg om af toe te worden verslagen. Ik doe lekker mee en voor je er erg in hebt is de training voorbij. En dat zonder mentale inspanning, terwijl je vroeger jezelf voortdurend moest oppeppen.''

De aanpak van Hoedt verschilt nogal van wat Koers bij Joosten was gewend. Om zich de nieuwe werkwijze eigen te maken, werd besloten helemaal op nul te beginnen. En dat kostte Koers soms moeite. Hij was ook niet gewend om met een hartslagmeter te trainen, zoals de groep van Hoedt gewoon is te doen. Koers moest ook leren trainen in zones, ofwel op diverse niveau's van intensiteit. De atleet: ,,Dat gaf me veel steun, omdat ik daaraan de vorderingen kon aflezen. Als analytisch persoon vond ik dat ook mooi om te zien. Al snel bleek dat de andere jongens een hogere basissnelheid hadden en dat ik via die gefaseerde training mijn achterstand moest wegwerken. Meegaan in het tempo van de anderen kon niet, omdat ik anders een deel van de opbouw zou overslaan. De verhoudingen zouden dan helemaal scheef lopen. In het begin liep ik honderden meters achter de groep aan.''

Zijn eerste wedstrijden brachten Koers weer aan het twijfelen, omdat de tijden allesbehalve geruststellend waren. ,,Ik raakte toen een beetje in paniek'', zegt hij eerlijk. ,,Ik had dan wel een leuk fundament gelegd, maar ik zag geen resultaat. Daar werd ik onrustig van. Maar Hoedt hield me voor, dat ik geduld moest bewaren om pas tijdens de EK in vorm te kunnen zijn.''

Uiteindelijk kreeg de trainer gelijk, want de tijden verbeterden en Koers kwalificeerde zich voor `München'. In de Zuid-Duitse stad stelt de Nijmegenaar zich tot doel dan zo hoog mogelijk te eindigen. Ik streef alleen naar de voldoening van een wedstrijd. Dat ik na afloop kan zeggen: yes, hier heb ik maximaal gelopen. Ik heb geleerd niet meer coûte que coûte het hoogste na te streven. In de eerste fase van mijn loopbaan ging dat vanzelf, omdat ik onbevangen liep. Ik studeerde en daarnaast deed ik aan atletiek. Die spontaniteit verdween toen het bereiken van de top een heilig moeten werd. Die periode heeft me geen voordeel opgeleverd. Integendeel, het sloeg helemaal nergens op wat ik deed. Nu ben ik in de derde fase van mijn carrière beland en daarin wil ik met plezier lopen. Ik heb inmiddels een heel andere sportbeleving. Ik hoef de top niet meer te halen; alles wat ik bereik is meegenomen.''

Ondanks alle teleurstellingen heeft Koers geen moment overwogen om te stoppen. ,,Blijkbaar brandt er diep in mij nog een vlammetje. Ik kan me nog goed herinneringen hoe het voelde goed te presteren. Die kick wil ik graag nog eens meemaken. Bovendien had ik gevoelsmatig mijn atletenbestaan nog niet afgerond. Ik kón niet stoppen, hoewel ik weet dat ik met dezelfde kwaliteiten nu niet meer vierde maar negende word. Maar daar neem ik genoegen mee.''

Voor Koers geen doping om het gat te dichten. Althans, hij zegt er faliekant op tegen te zijn. Zo hij ook mordicus tegen een liberaal dopingbeleid is. De oneerlijkheid wordt er niet door weggenomen en het gevaar voor de gezondheid van de atleet neemt er volgens Koers mee toe. Maar om nu te zeggen, dat de materie hem echt bezighoudt, nee. ,,Ik richt me op mijn eigen prestatie. Af en toe denk ik wel eens: hoeveel voor mij zouden er hebben gebruikt? Nee, ik word niet opstandig als ik sterke vermoedens heb, eerder mistroostig en mismoedig. Af en toe heb ik het gevoel dat de IAAF (internationale atletiekfederatie, red.) geen zuiver spelletje speelt. Dat is veel kwalijker. De IAAF heeft er baat bij, dat de atletiek sterren voortbrengt. Daar komen sponsoren op af. Ik vraag me in alle oprechtheid af of de IAAF er wel alles aan doet om doping te bestrijden. Nee, ik kan dat niet bewijzen, het is een gevoel dat sterk bij mij leeft.''

Koers haalt zijn krachten onder meer uit gezond voedsel, dat hij bij voorkeur zelf bereidt. Koken is namelijk een van zijn hobby's. ,,Ik ben erg gefocust op goede voeding. Ik kan bijvoorbeeld genieten van gestoomde rijst met verse gestoomde groenten, zonder dat er Chicken Tonight bij moet. Ik wil die pure smaak proeven. Die liefhebberij houdt verband met mijn liefde voor de natuur. Ik mag graag de stilte van de bergen opzoeken. Terugkeren naar de basis, naar het ongerepte, dat fascineert me. Als ik stop met atletiek wil ik een cursus bergbeklimmen volgen; dat lijkt me fantastisch. Nee, er zit geen bijzondere levensfilosofie achter die liefhebberijen. Ik houd nu eenmaal van elementaire zaken. Dat geldt ook voor mijn huis, dat oud is en ik bewust sober heb ingericht. Als ik het zou volproppen, zie je de schoonheden van de woning niet meer. Daar zit weer wel een filosofie achter. Waarom zou ik iets aan de muur hangen, waarover ik over een jaar ontevreden kan zijn. Laat het huis voor zich spreken.''

Hoewel Koers zijn loopbaan tenminste wil verlengen tot en met de Olympische Spelen van Athene in 2004, denkt hij er voor het eerst in zijn leven over om zijn sport te combineren met een baan. Dit najaar gaat hij op zoek, bij voorkeur naar pr-functie in een technisch bedrijf. Hij is afgestudeerd werktuigbouwkundige, maar in die richting zoekt hij geen werk. ,,Omdat ik heb ontdekt dat mijn communicatieve vaardigheden beter zijn. Maar ik wil wel contact met de wereld van de techniek houden. Ik vind het ook tijd worden om werk te zoeken, want het bestaan van atleet is tamelijk eenzijdig. Anderzijds vind ik het wel stoer dat ik nooit heb gewerkt voor mijn geld.''