Albert Ayler

Een van de geruchtmakendste concerten uit de Nederlandse jazz-historie vond in 1966 plaats in de Rotterdamse Doelen, waar saxofonist Albert Ayler een bijna absolute scheiding der geesten teweeg bracht. Een deel van het publiek raakte in een euforische trance, een ander deel maakte zich woedend uit de voeten. De oorzaak was de ongelukkige programmering: het concert van Aylers groep zat ingeklemd tussen die van Max Roach en Sonny Rollins.

Maar het was ook de act zelf die het publiek in verwarring bracht: wat hadden die rare volkse deuntjes en slordig uitgevoerde marsen in godsnaam met jazzmuziek te maken? En dan nog het geluid van de individuele musici: het groteske vibrato van de leider, het Leger de Heils-achtige trompetspel van zijn broer Donald en het helse gekras van altviolist Michel Samson.

Op Lörrach, Paris 1966 horen we het kwintet van Ayler met verder bassist Bill Folwell en drummer Beaver Harris in opnamen van dezelfde toernee, een paar dagen vóór en na Rotterdam. De geluidskwaliteit is niet geweldig, de kruitdamp is al jaren opgetrokken, maar nog altijd is de schok navoelbaar die Ayler destijds in de scene teweeg bracht. Dat hij anders dan de andere jazzlegendes geen imitators heeft gehad zegt niet alles maar wel iets. Het pathos van saxofonist Albert Ayler (1936-1970) was zo hevig en echt dat je na stukken als `Prophet' en 'Prayer' alleen nog maar heel bescheiden 'amen' kon zeggen.

Albert Ayler: Lörrach, Paris 1966 (hatOLOGY 573). Distr. Harmonia Mundi.