Vijfde colonne

De vijfde colonne is de geheime strijdmacht die voor de aanvallende partij werkt, binnen het gebied van de verdedigers. Het kan ook andersom. Eerste vraag: wat zijn de andere vier colonnes? Infanterie, pantsertroepen, genie, ambulance? Had gekund. Maar de historische werkelijkheid is anders. De term is van Francisco Franco. In de Spaanse Burgeroorlog trokken zijn troepen in vier colonnes op naar Madrid. In de stad zelf, zei hij, streed de vijfde colonne. Dat gebeurde niet alleen met geweld, nee, zelfs bij voorkeur niet, of niet direct. Zijn falangisten probeerden de bevolking geestelijk rijp te maken voor de komende machtswisseling. Dat gebeurde ook door berichtgeving en opinies in de kranten, en door het overtuigen van schrijvers en kunstenaars. Het hangt er dan van af hoe je dat aanpakt, maar met het overtuigen op zichzelf hoeft niets mis te zijn. Dat journalisten, schrijvers, geleerden, wat heb je verder voor hersenarbeiders, zwichten voor de aanstaande macht is hun zaak, en een verschijnsel zo oud als de wereld – of in ieder geval, de beschaving.

De verdienste van Franco is, dat hij er een naam aan heeft gegeven. Daardoor komt het dat het over het algemeen in pejoratieve zin wordt gebruikt. Maar dat hoeft niet. In de driekwart eeuw dat het communisme een wereldmacht was, is er een onafgebroken geweldloze oorlog gevoerd, voornamelijk met bedrukt papier: de strijd om de geesten. Arthur Koestler heeft een aantal dramatische gevallen verzameld in zijn The God that Failed. De Britse historicus David Caute heeft een standaardgeschiedenis geschreven, The Fellow Travellers, Intellectual Friends of Communism. Van de Britse Oost-Europa-kenner Jacques Rupnik is de studie The Other Europe, over onbegrip en misverstand tussen intellectuelen aan de andere kant van het IJzeren Gordijn en hun collega's aan deze kant die zich links noemden maar geen idee hadden van wat daar het eerste bestaansprobleem van de schrijver was.

Net als nu maakte de Amerikaanse regering zich grote zorgen over `het intellectuele denken' in West-Europa. In Washington werd over het algemeen gedacht dat het bij ons één grote rooie troep was, die ervan overtuigd was dat Amerika geregeerd werd door rauwe kapitalisten en genadeloze gangsters. Maar ze hadden daar toen een andere benadering van het probleem. Er waren twee manieren. De ene bestond hierin dat Europeanen werden uitgenodigd om zelf naar de Amerikaanse cultuur te komen kijken. Dat kon in Europa, bijvoorbeeld in het Salzburg Seminar of American Studies, of door een studiebeurs of een uitwisselingsprogramma in Amerika zelf. Daar heb ik veel aan te danken.

De andere manier bestond uit een strategie, geïnspireerd door het principe van de vijfde colonne. Er bestond een organisatie, het Congress of Cultural Freedom, dat in Europa tijdschriften voor het denkende deel van het volk uitgaf. Zo had je Encounter, Preuves, Der Monat, en in Italië (heb ik onlangs tot mijn verrassing gehoord) Il Mulino. Daar schreven mensen van onbesproken gezag in; het waren bladen die je gelezen moest hebben. Veel later, nog voor het einde van de Koude Oorlog, maar in de tijd dat de ideologische strijd gestreden was, werd bekend dat de CIA dit Congress had gefinancierd.

Omstreeks 1990 is de vrede van de vrije markt uitgebroken. Onder die omstandigheden deden politieke en ideologische opinies steeds minder terzake en op den duur konden ze gemist worden als kiespijn. Maar zoals dat met mooie tijden gaat: je denkt dat ze eeuwig duren en dan opeens blijken ze veranderd te zijn. De machtsverhoudingen zijn aan het verschuiven, en niemand weet precies in welke richting het gaat, of waarheen het zou moeten gaan. Maar zoveel is zeker: het beweegt weer. Dat is het mooie van deze tijd.

De Amerikaanse president en zijn getrouwen, die zich eerst niets meer aan de rest van de wereld gelegen wilden laten liggen, hebben de rest herontdekt en merken dat er veel misverstanden over Amerika en zijn bedoelingen leven. Om een en ander recht te zetten zal er een bureau tot verspreiding van het ware imago worden opgericht. Wat is het ware imago, zou je kunnen vragen, want Amerika heeft er zo veel. Wat George W. Bush als het ware beschouwt, zullen we dus binnenkort leren.

Nu gaat het om de vraag hoe dit nieuwe bureau, met een budget van 225 miljoen dollar, het probleem zal aanpakken. Want in het westerse denken beginnen na een decennium vol vrolijkheid nieuwe contouren op te doemen. De `ruk naar rechts' lees je vaak. Dat is te simpel uitgedrukt. Het westerse denken gaat op het ogenblik in alle richtingen. Daar ontstaat dus ruimte voor een nieuwe vijfde colonne, die enigszins gecamoufleerd maar overigens in alle fatsoen zal opereren. Voor zoveel geld kun je een paar tijdschriften oprichten. Ja, maar wie zullen daarin schrijven? Dat vind ik een interessante vraag. Het is tijd voor een nieuwe inspectie van je vriendenkring.