Verdachte van moord op Goudse studente vrijuit

De verdachte van de moord op de Goudse studente Mariëlla de Geus is gisteren door de rechtbank in Den Haag vrijgesproken. De rechtbank had ,,ernstige twijfel ten aanzien van de geloofwaardigheid van de verklaringen van de verdachte''.

Tegen de verdachte had de officier van justitie twee weken geleden tien jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging geëist. Het openbaar ministerie (OM) heeft vandaag hoger beroep aangetekend tegen het vonnis van de rechtbank.

De betrokkenheid van de 22-jarige N.B. bij de moord kon volgens de rechtbank alleen bewezen worden op grond van diens eigen verklaringen. Die achtte de rechtbank ,,op vele punten wisselend, innerlijk inconsistent of zelfs apert strijdig met andere verifieerbare onderzoeksbevindingen.''

Het stoffelijk overschot van de 20-jarige studente Mariëlla de Geus werd op 4 november vorig jaar gevonden bij een parkeerterrein in het centrum van Gouda. Zij was verkracht en vermoord. De moord zorgde voor veel opschudding in Gouda. Ruim achtduizend mensen liepen een week na de moord mee in een stille tocht.

Mede op basis van tips die binnenkwamen na een uitzending van het programma Opsporing Verzocht, werd op 23 november B. aangehouden. Uit DNA-onderzoek bleek dat B. de vrouw niet verkracht had. Het OM maakte begin mei bekend op zoek te zijn naar een mededader.

Een man over wie de verdachte tijdens verhoren had gesproken, kwam over uit Marokko. Uit DNA-onderzoek bleek dat hij niets met de zaak te maken had. B. werd op 7 mei vrijgelaten omdat de rechtbank oordeelde dat er te weinig `ernstige bezwaren' tegen hem bestonden. Het OM kwam echter dezelfde dag nog met aanvullend bewijs, waarop hij weer werd ingesloten.

Op de plaats van het delict zijn geen sporen van de verdachte gevonden. Ook zijn er geen getuigenverklaringen uit de eerste hand waaruit zijn betrokkenheid bij de zaak blijkt. Wel legde de verdachte tegenover de politie, een medegevangene en in afgetapte telefoongesprekken met zijn familie een gedeeltelijke bekentenis af.

Zo zou hij tegenover de politie hebben verklaard het slachtoffer met een steen te hebben geslagen. Volgens het OM kon alleen de dader weten dat de vrouw met een baksteen in het gezicht was doodgeslagen. De plaats waar het slachtoffer was gevonden, was kort na de moord met een zeil aan het zicht onttrokken.

Ook zou B. hebben verklaard dat het slachtoffer gedeeltelijk in de planten lag en dat haar fiets in het water lag. Volgens zijn raadsman J. Knoester ging in Gouda het gerucht dat de vrouw met een baksteen om het leven was gebracht. Bovendien achtte hij het algemeen bekend dat het terrein waar zij gevonden is met planten omgeven is en dat er open water in de buurt is. Tijdens de zitting twee weken geleden, ontkende B. iedere betrokkenheid bij het misdrijf. Hij maakte toen een verwarde indruk.

Onderzoekers van het Pieter Baan Centrum hebben B. omschreven als een tamelijk vergaand zwakbegaafd, schizofreen, verward en snel gefrustreerd persoon. Na de uitspraak bleef het in tegenstelling tot de zitting twee weken geleden, rustig op de publieke tribune. Toen gedroegen familieleden van de verdachte zich erg rumoerig toen de officier haar eis verwoordde. Zijn moeder viel flauw en zijn zus schold de aanklaagster uit.