Uit bed

Hij ligt nu al bijna een half uur in bed te wachten tot hij wordt opgehaald. Keurig links op de gang van de röntgenafdeling. Maar al wie er voorbijkomt, niemand voor hem. Er zijn echo's, CT-scans en foto's gemaakt, en hij wil nu wel eens terug naar zijn kamer. Het meisje van de röntgen komt opnieuw naar hem toe: ,,Ik heb voor de vierde keer de afdeling gebeld, maar ze komen niet'', zegt ze vertwijfeld.

Dan schiet de bijbelse spreuk `Neem uw bed op en wandel' hem te binnen. Hij pakt zijn drainslang en urinezak, zwaait zijn benen uit bed en loopt blootvoets in pyjama de ziekenhuisgang op. De röntgen is op de eerste verdieping, hij moet naar de derde. Dus gang in, gang uit, op zoek naar de lift. Niemand houdt hem tegen of spreekt hem aan. Alleen wat verbaasde blikken hier en daar.

Daar is de lift, snel naar de derde, een lange gang door naar het secretariaat van de afdeling. Snel legt hij uit: vier keer gebeld, bijna uur gewacht, dan maar gaan lopen.

Hij loopt een beetje wankel naar zijn kamer. Natuurlijk geen bed, wel een stoel. Maar voor hij daarop kan neerploffen, komt de hoofdzuster binnen.

,,Excuus, excuus'', zegt ze. ,,Er waren problemen met een infuus hier, daarom bent u niet opgehaald.'' De hoofdzuster zelf rijdt even later het opgehaalde bed de kamer binnen en helpt hem – ,,duizendmaal excuses'' – in bed. Nog nooit sliep hij zo lekker.