Schilders mogen nog meedoen

Het is al langere tijd gedaan met het kleine, fijne kunstboek. Naar voorbeeld van de `shopping mall' – groot én bont én veel én op één hoop gesmeten – verschijnen er aan de lopende band spekvette verzamelboeken die onthullen wie én wat op dit moment tot de mondiale eredivisie worden gerekend. Blink, over fotografie, en Vrouw en kunst zijn recente voorbeelden van dat tot gemak dienende type inventarisatie. En de nu net verschenen Art Now is zo'n zelfde handzame, internationale etalage-in-boekvorm maar dan vol eigentijdse beeldende kunst.

Net als in Blink is ook hier het werk van elk van de 137 geselecteerde en alfabetisch gerangschikte kunstenaars uitgestald op vier pagina's en door tien scribenten – geen enkele Nederlander – in drie talen summier toegelicht, plus voorzien van een register met kunstenaarsgegevens, galeries etc. De oudere generatie kan het wel vergeten. `At the rise of the millenium', zoals de ondertitel van Art Now luidt, doen Louise Bourgeois, Lucian Freud of het echtpaar Becher als `de meest invloedrijke kunstenaars' niet meer mee. Schilders als Richter en en Kiefer, videomakers als Fischli & Weiss en Bill Viola, zonderlingen als Panamarenko en Rachel Whiteread: blijkbaar uitgerangeerd.

Tóch wil je zo'n actuele `tour de horizon' graag meteen hebben, omdat het boek je een gevoel van een compleetheid geeft dat het concrete leven niet meer kan bieden. Uiteindelijk is elk van de 137 hoofdstukjes natuurlijk incompleet, want met vijftien regels en vier zeer recente reprodukties zet je niet even kunstenaar neer. Daarom lijkt het nu net of aan de recente metamorfoses van een hoerige Cindy Sherman geen fragiele schoolmeisjes vooraf zijn gegaan. Het maakt niet uit: Sherman zit erbij, en daar draait het om – vergelijk het met het Wereldkampioenschap Voetballen.

Temidden van coryfeeën als Damien Hirst, Paul McCarthy, Takashi Murakami, Pippilotti Rist, Andreas Gursky, Kara Walker, Tracey Emin, Mike Kelley, Matthew Barney en Mariko Mori, duikt Bodys Isek Kingelez op, de Congolees, wiens wereldstedelijke, kartonnen maquettes helaas professioneler zijn uitgevoerd dan vroeger. De mij onbekende Zwitser Olaf Breuning imiteert in video's en fotografie de Schepper met morsige wezens, iets tussen mens en aap; en de Thai Udomsak Krisanamis brengt nog het geduld op om volbedrukte krantenkolommen met gekleurde inkten om te toveren tot magische schilderijen. Het medium verf doet er nog steeds toe, want er zijn toch nog altijd zo'n 25 schilders geselecteerd, onder wie – natuurlijk– de Belg Luc Tuymans, de Duitser Neo Rauch en Chris Ofili, die volgend jaar Groot-Brittannië vertegenwoordigt op de Biënnale van Venetië.

Art Now wemelt van de videobeelden, die op zijn gunstigst een `Aha-Erlebnis' teweegbrengen, of anders zo veel te raden overlaten dat je ze graag snel voor gezien houdt. Ook installaties laten zich moeizaam beoordelen. Nederland is bescheiden vertegenwoordigd met Fiona Tan, Rineke Dijkstra, Atelier van Lieshout, Aernout Mik en de Rijke/de Rooij. Gek genoeg ontbreekt Michael Raedecker, de enige Nederlander die ooit genomineerd is voor de Britse Turner Prize en wiens geborduurde schilderijen veel curieuzer en gelaagder zijn dan het naald-en-draad werk van de wél uitverkoren Egyptische Ghadam Amer. Al die schakeringen tussen borduursels en zaalvullende installaties, tussen maquettes en fotorealistische schilderijen kom je in dit overzicht wel tegen. Vandaar de geruststellende conclusie: Het kunstbedrijf in het `global village' is alleen nog in boekvorm te behapstukken.

Art Now, Taschen, 638 blz. €29,95.