Minder trainen doet Baans harder zwemmen

In de schaduw van Pieter van den Hoogenband ontpopt Madelon Baans (24) zich bij de EK zwemmen als de revelatie van de Nederlandse ploeg. Over de heilzame werking van minder trainen.

Niet het jonge en veelzijdige talent Hinkelien Schreuder (18), maar een zwemster die door menigeen reeds was afgeschreven, ontpopt zich tot dusver als de verrassing van de Nederlandse zwemploeg bij de Europese kampioenschappen langebaan (50 meter) in Berlijn. Een dag na de verbetering van het achttien (!) jaar oude Nederlandse record op de 100 meter schoolslag sloeg Madelon Baans gisteren opnieuw toe, op de halve afstand ditmaal, en haar 32,37 bleek ondanks een matige finish andermaal goed voor een nationaal record.

Beduusd meldde de 24-jarige zwemster zich naderhand in de broeierige mixed zone van de Berlin Arena om, net als een dag eerder, van gedachten te wisselen met de Nederlandse pers. Die had tot voor kort nauwelijks oog voor haar prestaties, die immers zelden de grijze middelmaat ontstegen. Een bescheiden verbetering van een persoonlijk record was meestal het voornaamste wapenfeit van de schoolslagspecialiste, die in Duitse hoofdstad bezig is aan wat al weer haar dertiende internationale toernooi is.

Maar na haar tweede Nederlandse record binnen evenzovele dagen mocht Baans gisteren nogmaals komen uitleggen hoeveel baat zij heeft bij het `niets-moet-alles-mag'-principe. ,,Het is zeker niet zo dat minder trainen per definitie leidt tot betere prestaties, integendeel zelfs'', sprak ze na het bereiken van de finale van de 50 school die vandaag op het programma staat. ,,Maar voor mij werkt het, dat terugbrengen van het aantal trainingsuren (van gemiddeld 24 naar 12 uur per week, red.). Ik zit hartstikke goed in mijn vel sinds zwemmen niet meer centraal staat in mijn leven.''

Baans' carrière leek twee jaar geleden, kort na de Olympische Spelen in Sydney, voortijdig te stranden toen voor haar geen plaats ingeruimd bleek te zijn in de Philips-profploeg onder leiding van Verhaeren. Na zes maanden in de `B-ploeg' van PSV te hebben meegetraind, keerde Baans vorig jaar terug in de moederschoot van de vereniging waar ze ooit begon, De Kempvis uit Spijkenisse. Zwemmen deed ze ,,vanaf dat moment alleen nog maar voor de lol'', studeren (communicatie in Rotterdam) was voor haar een nieuwe uitdaging.

Zo goed beviel de hereniging met trainer Dick Bergsma dat Baans spelenderwijs en met minimale trainingsarbeid (soms maar vijf uur in de week) vorig najaar deelname afdwong aan de EK kortebaan (25 meter) in Antwerpen. Toen dat toernooi naar wens verliep, volgde bijna als vanzelf plaatsing voor `Berlijn'. Sinds deze week lonken de Olympische Spelen in Athene (2004), maar niet voor Baans. Glimlachend: ,,Ik ben op dit moment al blij dat ik aan de WK-limiet heb voldaan. Vormbehoud is mijn volgende doel. Dat Dick nu vindt dat ik me nu op de Spelen moet richten, prima. Maar ik laat me niet vogelkooien.''

Baans beschikt over een voorbeeldige techniek, hetgeen een vereiste is op het moeilijkste en tevens oudste onderdeel van de vier zwemslagen, de klassieke schoolslag. In Berlijn weet ze haar technische bagage ten volle te benutten, nu ze ,,het hoofd eindelijk koel'' weet te houden. Hoe anders was dat tot voor kort, toen Baans regelmatig bezweek onder de druk en haar techniek gaandeweg een race uit het oog verloor. ,,Dan schoot mijn slagfrequentie omhoog en was ik gezien.''

Vol lof is Verhaeren over zijn voormalige pupil die, anders dan sommigen van haar collega's, zich na de scheiding der geesten in Eindhoven zonder morren schikte in haar lot. ,,Madelon heeft één keer gevloekt en toen de draad weer opgepikt, daar waar anderen in de mekkerfase zijn blijven hangen. Het is geen toeval dat die mensen hier in Berlijn niet van de partij zijn.''

Verhaeren staat te boek als een succestrainer, maar de 33-jarige oud-rugslagzwemmer uit Rijsbergen beschikt niet over de onbegrensde magie die menigeen hem toedicht, zoals hij zelf al herhaaldelijk aangaf. Wisselslagzwemster Minouche Smit, de inmiddels gestopte vriendin van tweevoudig olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband, is wellicht het beste voorbeeld. Verhaeren ,,kreeg haar maar niet aan de praat''. Ook Baans kwam onder zijn leiding niet tot volle wasdom.

Maar die neemt haar voormalige coach niets kwalijk. Van `verloren jaren' is dan ook geen sprake, benadrukt Baans. ,,Integendeel, want zonder die zware trainingsarbeid had ik geen basis gehad en zou ik nooit tot deze prestaties in staat zijn geweest. Alleen: toen was de druk enorm. Als het niet lukte, dan stortte mijn wereld in. Nu sta ik op het startblok en denk ik: we zien wel.''

Nu die vrijblijvende aanpak succesvol blijkt te zijn, vermoedt Bergsma dat ,,Madelon de laatste jaren té veel heeft gedaan en té veel bezig was met dat zwemmen''. Begrijpen kan de nestor onder de Nederlandse zwemcoaches het wel, maar: ,,Als er iemand is die niet gebaat is bij stress dan is het Madelon wel. Dus ja, als ik haar hier zo bezig zie, dan denk ik ook wel eens: hadden we dat met z'n allen niet wat eerder kunnen bedenken?''

Baans' recreatieve benadering staat haaks op de van hogerhand gepropageerde topsportbeleving, die eerder is gericht op meer dan op minder. Parttime-topsportcoördinator Ad Roskam van de Nederlandse zwembond weet het, maar beseft tegelijkertijd dat de losse aanpak van Baans ook geen blauwdruk voor succes is. Zuchtend: ,,Het is verleidelijk om te veronderstellen dat iedere zwemmer harder gaat zwemmen van het trainingsprogramma van Inge de Bruijn. Dat is dus niet zo, al wordt die denkfout nog maar al te vaak gemaakt. Madelon is een fascinerend geval, maar niet uniek, want zo zijn er wel meer. Denk aan Ron Dekker, ver in de dertig inmiddels, maar die kan op nationaal niveau nog altijd meekomen. Belangrijk is dat deze aanpak bij haar past en dat alle partijen dat beseffen.''