Ketting

De fietsketting brengt de kracht van de motor (je eigen benen) over op het achterwiel. De ketting bestaat uit allemaal kleine metalen schakeltjes. Die zijn allemaal soepel met elkaar verbonden zodat de ketting makkelijk kan buigen rond de tandwielen.

Tussen de schakeltjes zitten openingen die heel precies op de tandjes van de tandwielen passen. De schakeltjes zitten stevig op het tandwiel. Binnenin de schakeltjes zitten metalen rolletjes die precies tussen de tandjes passen. Aan de zijkanten van de schakeltjes zitten platte metalen plaatjes. Omdat de tandjes daar precies tussen steken, kan de ketting niet zomaar van de tandwielen afglijden.

Als je vooruittrapt komt er spanning op de ketting. De tandjes van het voorste tandwiel trekken de ketting rond. De ketting trekt het achterste tandwiel mee en daardoor komt het achterwiel in beweging.

Bij veel fietsen zit de ketting verborgen in een kettingkast. Soms is dat alleen een soort aluminium afdakje boven de ketting. Maar vaak ook is de kettingkast helemaal dicht. Dat omhulsel beschermt de ketting tegen water, zand en ander vuil. Maar de kettingkast helpt ook te voorkomen dat je broekspijpen per ongeluk tussen de ketting komen.

De ketting is vaak een vies, vet zwartig ding. Je kunt er maar beter afblijven want je krijgt er heel erg zwarte handen van. Hij moet regelmatig gesmeerd worden, met olie, vet of siliconen. Als je dat niet doet, gaat de ketting roesten. Hij wordt dan droog en roodbruin van kleur. Door het gebrek aan smering gaat hij ook minder soepel lopen. Soms hoor je droge kettingen kraken als je fietst. Dat is heel slecht. Uiteindelijk kan de ketting zelfs breken.

Een ander kettingprobleem is het doortrappen. Als je fiets doortrapt is de ketting te wijd of versleten. De tandjes van het tandwiel grijpen dan niet meer goed in de gaatjes van de ketting. De ketting schiet dan even over de tandjes voordat hij weer vasthaakt. En dat voelt aan als doortrappen.

De meeste gewone fietsen hebben vooraan bij de trappers een groot tandwiel en achter in het achterwiel een veel kleiner tandwiel. Dat is eigenlijk een soort ingebouwde versnelling. Door het verschil in grootte trap je lichter. Want als het voorste blad een keer ronddraait, trekt de ketting het achterste tandwiel wel twee keer helemaal rond. Je wiel draait dan dus twee keer zo snel als je trapt.