Het Zuid-Amerika virus

Brazilië, de grootste economie van Latijns Amerika, stevent in hoog tempo af op de financiële afgrond. Het is een even dramatische als gecompliceerde ontwikkeling. Dramatisch, omdat financiële paniek dreigt nu het crisisvirus zich over het continent verspreidt met grote gevolgen voor de bevolking. En gecompliceerd, omdat de oorzaken veelomvattend zijn.

Het begon eind vorig jaar met het bankroet van Argentinië. Met de opschorting van de schuldbetalingen en de vrije val van de peso kwamen een bankencrisis en de grote verdwijntruc van het spaargeld. Vrijwel dagelijkse demonstraties, een diepe economische terugval en politieke instabiliteit hebben het land in hun greep. De onderhandelingen met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) slepen zich nu al acht maanden voort, waarbij het IMF en Argentinië elkaars gevangenen zijn in wederzijds onvermogen tot effectief handelen.

Het was een kwestie van maanden totdat de crisis oversloeg naar buurland Uruguay. Uruguay fungeert als het Zwitserland van Zuid-Amerika waar vermogende Argentijnen hun geld in veiligheid plegen te brengen. Doordat ze niet bij hun bevroren (in feite verdwenen) tegoeden in eigen land konden, haalden ze hun dollarrekeningen aan de overkant van de Río de la Plata leeg. Met als gevolg dat de Uruguyaanse bankreserves verdampten, de Uruguayaanse peso kelderde en de regering deze week gedwongen was de banken vier dagen te sluiten. Ook in Uruguay is sprake van een financiële instorting.

Wellicht had Brazilië de besmetting kunnen voorkomen. Maar in oktober zijn er presidentsverkiezingen. De twee grootste kanshebbers zijn een voormalige vakbondsleider met een radicale reputatie en een grillige linkse politicus. Hoewel beiden hun uitspraken over opschorting van de schuldbetalingen hebben gematigd, wekken ze in de internationale financiële wereld geen vertrouwen. Een tastbaar gevolg is dat buitenlandse kredietverschaffers weigeren lopende Braziliaanse schulden opnieuw te financieren. Dergelijke `roll-overs' zijn onder normale omstandigheden geen probleem – maar de omstandigheden zijn niet normaal en stopzetting ervan is gewoonlijk een prelude van crisis.

Vanuit Washington maakt de Amerikaanse minister van Financiën Paul O'Neill het alleen maar erger. O'Neill, die volgende week een bezoek aan de geplaagde Zuidamerikaanse landen brengt, grossiert in opmerkingen die de financiële markten in verwarring brengen en die begrijpelijkerwijs ergernis opwekken in de Latijns-Amerikaanse hoofdsteden. Het helpt niet als de belangrijkste minister van Financiën in de wereld sneert over kapitaalvlucht naar Zwitserse bankrekeningen, het IMF dwingt tot een afwachtende opstelling en suggereert dat de landen in crisis hun problemen zelf moeten oplossen. In nerveuze markten gaan de lokale munten dan in een duikvlucht naar beneden, zoals de Braziliaanse real de afgelopen week. Brazilië beleeft nog geen run op de banken en de centrale bank beschikt over de nodige financiële reserves om de munt te verdedigen, maar de ervaring leert dat dit zonder krachtige externe steun onbegonnen werk is. Het noodkrediet van tien miljard dollar dat Brazilië anderhalve maand geleden van het IMF kreeg, is onvoldoende om de wilde rit in de financiële achtbaan tot oktober uit te zitten.

In Zuid-Amerika dreigt nu de herhaling van de Azië-crisis van 1997/98. Ook die begon in één land en eindigde in een regionale ineenstorting. Het IMF werd toen verweten de verkeerde eisen voor hervormingen te stellen en te grote bedragen aan steun te verstrekken, waardoor de buitenlandse crediteuren werden gered en de lokale economie in de afgrond stortte. Nu dreigt de schuldendynamiek te leiden tot een economische crisis én een crisis bij de kapitaalverstrekkers. Dat is geen aanlokkelijk vooruitzicht, want net als met virussen houdt financiële besmetting niet op bij de grens.