De ziel is niet te lokaliseren

Takashi Miike dankt zijn cultstatus aan zijn gruwelijke misdaadfilms. ,,We denken altijd dat we onszelf kennen, maar eigenlijk zien we alleen het omhulsel.''

,,Hij heeft het weer gedaan'', zegt een gemolesteerde man in een met bloed besmeurde kamer. ,,Het is weer net zo smerig als anders.'' Dit is de beste kenschets van de film Ichi the Killer van de Japanse regisseur Takashi Miike (Osaka, 1960), die nu in Nederlandse bioscopen te zien is.

De film, genoemd naar zijn moordlustige hoofdpersoon, is een van de vier producties van Takashi Miike die dit jaar op het Filmfestival Rotterdam hun Nederlandse première beleefden. Er wordt gemarteld, gemoord en gemaltraiteerd dat het een lieve lust is. Miike heeft het weer gepresteerd: een film afgeleverd over de duisterste, de meest vuige kanten van de menselijke natuur.

Takashi Miike is een troetelzoon van het Filmfestival Rotterdam, dat hem twee jaar geleden ontdekte. Zijn werklust is maniakaal, zijn filmografie telt meer dan veertig titels. De voormalige assistent van de eerbiedwaardige oude meester Shohei Imamura zei dit jaar tijdens het festival dat hij zichzelf het meeste had geleerd door de productie van relatief goedkope films voor de videomarkt. Zoals bijvoorbeeld het verpletterende en cartooneske Dead or Alive. Twee jaar geleden contrasteerde die film in Rotterdam op wonderbaarlijke wijze met Audition, waarin een stille dreiging uitmondt in veel ellendigs met acupunctuurnaalden en pianosnaren. Audition won toen de KNF-prijs van de Nederlandse filmkritiek.

Audition werd geproduceerd op het breekpunt van de Japanse filmtraditie en de door pulp en pop gevoede moderniteit. Miike maakt punkversies van de aloude Japanse familiedrama's. Hij pelt het beschaafde laagje van de maatschappij en treft daaronder een vieze krioelende massa aan. Hij geeft toe dat zijn interpretatie van de boeken, verhalen en manga's die hij verfilmt soms een dolgedraaide variant is op wat de doorsnee lezer heeft ervaren: ,,Ik heb nu eenmaal erg veel fantasie.''

Uit zijn vuilnisbeltmusical The Happiness of the Katakuri's blijkt dat het enfant terrible Miike zich bij elk filmgenre als een vis in het water voelt. Maar bloed is zijn inkt en het was dan ook de misdaadfilm die hem zijn cultstatus bezorgde. In de yakuzafilm, de Japanse gangstervariant van de misdaadfilm, toont Miike traditionele afrekeningen tegen een achter- (of moeten we zeggen vóór-?) grond van de p's van perversie, pornografie en pief-paf-poef. Genreliefhebbers met een behoefte aan méér vonden bij hem meer onthoofdingen, meer atoombommen, meer liters lichaamsvloeistoffen. Omdat alles reuze effectief, griezelig en goor gefilmd is maar tegelijk een zekere filosofische onderstroom verraadt, was de kloof tussen gruwelfans en cinefielen snel overbrugd.

Miike Takashi verklaart zijn maniakale behoefte om elk jaar minstens een handvol films te maken, om te verrassen en te shockeren, uit zijn innerlijke onrust: ,,Ik vind het belangrijk om niet steeds met dezelfde mensen hetzelfde te doen. Ik wil ook geen films in een bepaald genre maken, of in een bepaalde stijl. Ik ben geen auteur maar een arrangeur. Ik baseer mijn films graag op verschillende bronnen en schrijvers en ik wil zoveel mogelijk onderwerpen verkennen.''

,,Ik kan nooit lang op één plaats blijven of me met één ding bezighouden'', vervolgt hij. ,,Onbewust duikel ik van het ene in het andere. Ik ben er niet naar op zoek, maar het gebeurt vaak dat me plotseling iets ongewoons opvalt. De volgende dag kan ik dat ook weer makkelijk terzijdeleggen.''

Motorrijden

Takashi Miike herinnert zich een voorval uit zijn rebelse jongensjaren. ,,Als tiener reed ik veel rond op motorfietsen en ik droomde ervan om motorracer te worden. Op een dag had ik vlak bij mijn ouderlijk huis een ongeluk veroorzaakt. Ik had een kind aangereden. Met mijn motor reed ik achter de ziekenauto aan naar het ziekenhuis. Toen ik langs mijn huis kwam, zag ik mijn moeder bezig met haar dagelijkse routine. Het was als een pan met de camera, een horizontale beweging. Ik wist dat ze binnen enkele minuten een telefoontje zou krijgen van de politie en dan haar huishoudelijke klusjes zou laten liggen om naar het ziekenhuis te gaan. Want ze is een heel bezorgde moeder. Dat gevoel, hoe een familie ontregeld kan raken door een onverwachte gebeurtenis, maar ook die camerabeweging en hoe een beeld betekenis krijgt doordat je als toeschouwer iets weet wat de hoofdpersonen nog niet weten, dat is daar ontstaan en het is me altijd bijgebleven bij het observeren van mensen.''

Er gebeurde op dat moment nog iets doorslaggevends: ,,Het was ook voor het eerst dat ik me realiseerde dat geluk iets vluchtigs is. Dat motorongeluk liep niet op een drama uit, doordat de verwondingen van de jongen meevielen. Maar later realiseerde ik me dat elke keer als de telefoon gaat je leven op z'n kop kan worden gezet. Als je zoals ik een levendige fantasie hebt, dan kun je je daar van alles bij voorstellen. In de Japanse maatschappij is men te afgestompt om die broosheid van het bestaan te zien. Daar maak ik me zorgen over. Mensen draaien hun hoofd af en realiseren zich het leed in de ziekenwagen niet meer.''

Toch is het niet Miike's bedoeling om het besef van dat fragiele bestaan er met de gruwelijkst mogelijke beelden in te rammen. ,,Ik heb geen boodschap en ik heb ook geen vooropgezet idee over wat de toeschouwers dienen te voelen.''

Gedaanteverwisseling

,,Er is bij mij echt sprake van een verschil tussen hoe ik in het dagelijkse leven denk en ben en wat ik in mijn films laat zien.'' Het is een nogal extreme gedaanteverwisseling: Miike de gruwelkampioen die zich ontpopt als cultuurfilosoof. Toch heeft hij wel het gevoel dat al die doormidden gekliefde personen in zijn films iets met zijn ideeën te maken hebben. Maar wat precies, dat is aan de toeschouwer. Om de vraag of het menselijk lichaam toch nog een zekere integriteit bezit, moet hij stiekem lachen. Maar dan zegt hij fel: ,,We denken altijd dat we onszelf van binnenuit kennen, maar eigenlijk zien we alleen het omhulsel. Als je je met een scherp mes snijdt, dan zie je een snee in het oppervlak van je lichaam. We dreigen te vergeten dat we uit vlees bestaan. Als je iemand doormidden klieft, dan zie je dat weer. De discrepantie tussen een levend wezen en een hoop vlees, dat is in wezen maar een klein verschil.''

Na mijn opmerking dat het wel een cruciaal onderscheid is: ,,Het is gebruikelijk om het lichaam en de ziel apart te zien. De ziel is niet te lokaliseren. Daar kan ik dan ook weinig over zeggen. Het brein is moeilijker te scheiden van het lichaam, dat heeft een plaats. Dit zijn gedachten die diep in de Japanse filosofie zijn verankerd. Het staat iedereen vrij om te geloven wat hij wil. Ik denk dat we na onze dood verdwijnen, of beter gezegd: terugkeren naar het niet-zijn, wat dan toch weer iets is.''

En dan blijkt er in dat carnaval van vlees en bloed van Miike toch naar een diepere duiding gezocht mag worden. ,,Ichi intrigeerde me omdat hij een soort leeg omhulsel is waarin een geheugen geplaatst wordt. Dat is een nuance die ik aan de originele manga heb toegevoegd. Het betekent dat iemand door er een ander geheugen in te plaatsen een andere mens kan worden. Dat is een thema dat in het fantastische genre en in de sciencefiction natuurlijk veel voorkomt. Het zegt: we worden gedetermineerd door wat we meemaken. Daaraan ontlenen we onze zekerheden. Als Ichi in de war raakt, begint hij te huilen.''

Ichi the Killer is te zien in Kriterion, Amsterdam; Haags Filmhuis, Den Haag; Images Groningen en Lux, Nijmegen.