De onzekere toekomst van de pinda

Het subsidie- en garantiestelsel dat de prijs van de Amerikaanse pinda kunstmatig hoog houdt, verdwijnt als gevolg van het Nafta-vrijhandelsakkoord tussen de VS, Mexico en Canada. Gisteren stemde de Amerikaanse Senaat in met nieuwe bevoegdheden voor de president om dergelijke handelsakkoorden te sluiten. Wat zijn de gevolgen voor een willekeurige landbouwer in Georgia, de pindastaat bij uitstek?

De wereldwijde landbouwpolitiek heeft ook de boerderij van Wayne (`Wes') Shannon in het zuiden van de Amerikaanse staat Georgia bereikt. Het Amerikaanse subsidie- en garantiestelsel voor pinda's gaat dit jaar op de schop. Wes moet nog zien hoe het allemaal uitpakt. Hij tilt zijn ventilerende pet eventjes op en kijkt over zijn eindeloze rijen pindaplanten. ,,Nergens is de smaak zo goed als in dit klimaat.''

De `peanut belt' in het zuiden van Georgia staat zachtjes te dampen in de zomerhitte. Het heeft eindelijk weer eens even geregend. Vliegjes krioelen om Shannons hoofd. Hij wordt er niet zenuwachtig van. Wie 25 jaar pinda's verbouwt, kent de schoonheid en de ongemakken van zijn product. ,,Het is geen makkelijke plant, behalve als je weet hoe je 'm moet aanpakken'', zegt hij met een zekere vertedering.

Georgia is Amerika's pindaleverancier bij uitstek. Hier komt 41 procent van de pinda's in de Verenigde Staten vandaan. Net als Jimmy Carter, de president uit Plains, Georgia, die de herkomst van het vliesnootje wereldberoemd maakte. Het belang van de pinda voor de economie van deze en andere zuidelijke staten is nog steeds zo groot, dat het Congres bij het opstellen van de net in werking getreden Farm Bill de pinda niet is vergeten.

Shannon heeft dit jaar ongeveer een derde van zijn tweehonderd hectare land met pinda's beplant. Hij wisselt het af met katoen; dat is nodig om de grond productief te houden. Hij doet ook een beetje maïs, gierst en soja. Maar met pinda's heeft hij een band. ,,Je weet dat mensen dat eten, die andere dingen zijn veevoeder of textiel, dat staat verder van me af.''

Lang niet al zijn pinda's komen gezellig geroosterd, al of niet gezouten, in zakjes bij borrelaars in de hele wereld terecht. Amerikaanse pinda's zijn nogal duur. De prijzen worden namelijk kunstmatig hoog gehouden om de boeren in leven te houden. Die bescherming stamt uit de Tweede Wereldoorlog, toen pinda's werden beschouwd als essentieel voedsel voor de soldaten aan het front. Om de productie te stimuleren, garandeerde de overheid een vaste prijs.

In het centrum van Tifton, een kwartiertje rijden van Shannons boerderij, staat een laag gebouw. Daar werkt en vergadert de Georgia Peanut Commission, de organisatie van pindaproducerende boeren (14.000 in de staat). Toen het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag (Nafta) met Mexico en Canada werd gesloten en het subsidiesysteem niet langer was toegestaan, heeft de Commissie hard onderhandeld voor een ander stelsel dat enige bestaanszekerheid garandeerde.

Bijna zestig jaar bestond in de VS een quota- en garantiesysteem, dat tot dit jaar een prijs van 610 dollar per ton garandeerde voor houders van een quotum. Wie meer produceerde, moest zijn geluk op de wereldmarkt beproeven. ,,Het quotasysteem heeft ons al die jaren goed gediend'', zegt Marcus Evans van de Commissie.

Overigens zijn die quota al jaren geleden handelsobjecten geworden, een soort pinda-obligaties. Grote pakketten zijn nu in handen van vermogende beleggers en levensverzekeringsmaatschappijen, zoals John Hancock Mutual, die de productie van 3,8 miljoen pond pinda's bestiert. De maatschappij uit Boston vangt straks naar verwachting 2,1 miljoen dollar als de regering dat quotum afkoopt.

Wes Shannon verbouwt vier keer zo veel pinda's als zijn quotum hem toestaat. Om voor de rest van zijn productie ook de garantieprijs te halen, moet hij voor tweederde van zijn pinda-areaal quotum huren. Hij verwacht ongeveer 50.000 dollar te krijgen voor de afkoop van zijn quotum. Dat is niet zo veel, maar aan de andere kant is hij voortaan verlost van de huurverplichting voor de rest.

Terwijl we in zijn oude maar gekoelde sedan over verharde modderpaden hobbelen, legt Shannon uit dat het nieuwe systeem in theorie moet leiden tot lagere pindaprijzen in de winkel. Hij weet dat hij straks subsidie krijgt, 350 tot 450 dollar per ton. Het vervelende is dat hij al heeft moeten planten, terwijl belangrijke details van de nieuwe regeling nog niet bekend zijn.

We rijden langs zijn verspreid liggende pindavelden tot Wes in de verte zijn vader op een tractor ziet rijden. Het is een knappe, klassieke Amerikaanse landman met verweerde trekken. Tot zijn pensioen deed hij aan het landbouwkundig instituut onderzoek naar bestrijdingsmiddelen. Hij is de rijen pinda's aan het bespuiten en stopt even om een hand te geven. Het doet hem plezier te werken voor zijn zoon, die verder alleen nog parttime kan rekenen op zijn zoon Mark (12), die in de vakanties zijn vader helpt. ,,Ik heb geen personeel. Dat is onbetaalbaar: landarbeiders kosten zes à zeven dollar per uur'', zegt Shannon. ,,Wij hebben het opgevangen door mechanisatie en het gebruik van genetisch verbeterde gewassen. Het gaat net. Een generatie terug werd dit zelfde oppervlak door vier à vijf man bewerkt. Nu doe ik het bijna alleen.''

Veel collega's hebben zich in de jaren '90 taai verzet tegen het door president Clinton bevochten opengooien van de grenzen naar Mexico en Canada (het Nafta-verdrag). Zoals de oudere boeren de afschaffing van het quotasysteem voor pinda's nu ervaren alsof hun pensioen hun wordt afgenomen, constateert Wes. Hij zelf vindt dat op zijn 42ste nog niet zo'n ramp. Hij hoopt dat zijn pinda's nu vaker in de hand van de consument terecht komen. De oogsten die hij in het verleden tegen de hoge garantieprijs afzette, waren meestal onverkoopbaar. Dan werden de pinda's geplet tot olie of pindakaas, die de basis vormt van het klassieke Amerikaanse ontbijtbeleg peanut butter and jelly.

Ondanks de invloed die de senatoren van Georgia hebben doen gelden bij de opstelling van de nieuwe Farm Bill, is Shannon niet onder de indruk van de waardering die de boerenstand in de Verenigde Staten geniet. ,,Maar 2 procent van de stemmers woont op de boerderij. Politici doen alles om stemmen te kopen. Velen kan het niets schelen of ik hier pinda's blijf verbouwen. Misschien dat de aanslagen van 11 september de mensen weer hebben herinnerd aan het belang van een stabiele voedselproductie. Daarom ben ik niet afgunstig op Europese boeren als zij meer steun krijgen. Europa weet tenminste wat zij waard zijn. Europa heeft honger geleden, dat is het verschil.''

We hebben al zijn pindavelden gezien en komen terug langs zijn eenvoudige woonhuis. Het staat aan de Wes Lane, een grapje van de gemeente. Daar houdt hij ook nog honderdvijftig koeien en kalveren. Bij het toegangshek kweekt hij bovendien pecannoten, die hij met een druppelirrigatiesysteem redelijk aan de praat houdt. Het voordeel is dat daar geen subsidie op zit.

Gaat Mark, de boerenzoon, later ook pinda's verbouwen? ,,Hmm, misschien'', zegt hij. Maar later, buiten pa's gehoorafstand: ,,Ik wil liever een eigen talkshow op de tv. Of buschauffeur worden.''

Wes mijmert verder. ,,Pinda's doen is een deel van het opgroeien in deze streek. Het zou jammer zijn als we werden overspoeld door goedkope pinda's uit de rest van de wereld. We hebben er niet hard genoeg tegen gevochten. Amerika is er nog niet aan toe door het buitenland te worden gevoed. Maar het is ook een kans op meer export. Uiteindelijk wil iedereen bij iets groters horen. Je hebt koffie uit Colombia, kaas uit Zwitserland. En pinda's uit Georgia.''